Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

Panamarenko

Panamarenko - 1997 - Pop kan de pot op! [NL, essay],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


Pop kan de pot op !
Enkele vragen over Pop Art, schriftelijk beantwoord door Panamarenko



- Wanneer hebt gij voor het eerst gehoord van pop art? Over welk werk ging het? Welke kunstenaar? Waar hebt ge dat gezien? Op school? In een tijdschrift? In een galerie? Bij iemand thuis?

Panamarenko: Zeepdozen Andy Warhol op school.

- Wanneer hebt ge voor het eerst een pop art kunstwerk in levende lijve gezien? Wat vond ge er toen van?

Panamarenko: Three Blind Mice tentoonstelling in Eindhoven. Claes Oldenburg.

- Wat betekende pop art voor u toen? Was het een toon, een vorm van vrijheid, een beeld?

Panamarenko: Een vorm van vrijheid, een toon, maar meest van al een intelligente gevoeligheid, al de tijd gemist op school, waar het allemaal zatteklap was.

- Denkt ge dat pop art een invloed heeft gehad op uw werk? Hoe? Op welke werken in het bijzonder?

Panamarenko: Zeker, meestal de poëtische humor van vele dingen in de buitenwereld en het gevoel een heel nieuwe schoonheid waardigheid te geven. Motten in’t riet, Krokodillen, Hofkens, Walvis.

- Wat betekent het voor u vandaag? Zijn er nog pop art kunstenaars die ge goed vindt? Welke? Welke werken?

Panamarenko: Niks. Neen. Geen.

- Denkt ge dat de pop art kunstenaars beïnvloed zijn door andere kunstenaars? Door wie?

Panamarenko: Duchamp, DADA, fluxus, surrealisme.

- Zoudt ge kunnen stellen dat Beuys en Broodthaers, zoals gij misschien, een bepaalde invloed van pop art in hun werk hebben verteerd?

Panamarenko: Zeker. Broodthaers zonder pop bestaat niet, ook Beuys, fluxus: de zeep komt uit de dozen.

- Wanneer hebt ge kennis gemaakt met arte povera? Waren daar werken bij die ge schoon vond of die u vrijgemaakt hebben?

Panamarenko: Ik maakte iets zoals arte povera vooraleer de term bestond. Neen, er waren geen werken.

- Wat verstaat gij onder dada? Wanneer hebt ge voor het eerst dadaïstische kunstwerken gezien of ervan gehoord? Waren daar dingen bij die ge heel goed vond of die u iets hebben bijgebracht?

Panamarenko: Neen, ook niet, maar een soort vrijheidsidee gaf het wel.

- Wat was er van Oldenburg te zien tijdens ‘Three Blind Mice’?

Panamarenko: Een grote electriek stekker.

- In 1963 beschouwde Broodthaers Magritte als een voorloper van de pop art. Als ik zou zeggen dat Magritte een pop artist was, omdat hij mannen met geruite pantoffelneuzen schilderde, zoudt ge dan ‘t akkoord zijn?

Panamarenko: Neen.

- Ik bedoel, ge kunt pop art misschien op twee manieren zien. Ofwel als het binnenbrengen van strakke, gladde vormen en een soort van glamour in de kunst ofwel als het binnenbrengen van de dagelijkse dingen in de kunst, zoals de voorwerpen van Oldenburg, het stripverhaal bij Lichtenstein en de zeepdozen en etiketten van soepblikken bij Warhol. In dat tweede geval zie ik die pantoffelneuzen van Magritte uit 1947 als vroege pop art, of zie ik het verkeerd?

Panamarenko: Verkeerd.

- Kunt ge pop art ook zien als de verlossing van de penseelstreek, de meesterlijke hand en het meesterschap? Ik bedoel met de zeefdrukken van Warhol of het overnemen van bestaande beelden?

Panamarenko: Het gaf een impuls. Ik ben geen fan van pop art. Maar voor de pop art lag er een droge haring op een bord met een keukenhanddoek bij om af te schilderen als een mooie vlek. Na de pop art kon een vis een poëtisch wezen zijn in zijn eigen wereld die gezien mocht worden – zo voor het eerst. pop art of hetgeen ik er wilde van maken was de mogelijkheid de dingen niet te vervormen tot de gekende kunst-kruip-klerk uiterlijkheden.

- Is het opplakken van mosselschelpen of het in een vergiet opstapelen van eierschelpen op die manier pop?

Panamarenko: Dat was wat wij hoopten dat pop was, maar eigenlijk niet bezat en die schelpen waren uiteindelijk zo ver verwijderd van klerkenkunst dat Broodthaers het noodzakelijk vond er nog bureaucratische uitspraken naast te schrijven om op die manier toch nog te kruipen voor de universiteit, wat altijd werkt zoals ge weet.

- Maar kunt ge dan ook niet zeggen dat de groezelige bruinsmeerderij van Beuys ook pop is, omdat er geen penseelstreek aan te pas komt? Of om andere redenen?

Panamarenko: Beuys is O.K. Geen groezelige bruinsmeerderij. Pop kan de pot op!


Montagne de Miel, 6 december 1997


8 december 1997


Bedrich,

Nog wat over pop-art. Misschien wist ge het al, maar vooraleer teveel aan pop-art wordt toegedicht…
          Pop-art door mij verwelkomd: als een enthousiast was ik ervan overtuigd dat je van dan af gewoon alles, van alle disciplines, alle wensen of dromen kon realiseren. 
          Je kon gewoon een echt vliegtuig maken, uw eigen ontwerp, uw eigen uitvinding, ermee rondvliegen, echte motors, echte pedalen, echte functie en daarvan ook het goede toonbaar maken.
          Maar pop-art afgezien van deze wensdroom was een stijloefening, het was de gewone publicitaire handelsbeurs-stand, standenmakers, grote kartonnen naaimachines met het merk erop of het product van de firma opgeblazen zoals een schokbreker of een michelin ventje, een reusachtige zeepdoos, sterk vergrote drukwerken, affiches waar de drukpixels duidelijk zichtbaar waren, enz… In wezen geen echte doel-verschuiving maar een variant van de oude grote ready-made die kunst was en voor het overgrote deel nog is. De door mij, zo graag, fout geïnterpreteerde pop-art gaf wèl een ander doel, vanzelfsprekend, zonder voorbedachtheid: de esthetica van het ‘idee’ technische functie en ook het daarmee geprojecteerde avontuur.
          En ik wil daar een nobelprijs voor! En voor u ook ene.

Panamarenko