Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

Panamarenko

Panamarenko - 1998 - De oude Tuftuf [NL, essay],
Tekst , 1 p.




__________

Hans Theys


De oude Tuftuf


‘Op een dag, toen de Ferro Lusto eens stilgevallen was op een krottige planeet, hebben we een oude Tuftuf moeten oplappen om nog weg te geraken. Een van de kardanische ringen van de Ferro Lusto was vastgelopen, zodat ze niet meer gericht konden worden door de hulpmotoren. De kogellagers zaten vol zand. Die Tuftuf hadden ze daar gewoon achtergelaten. Het was nog een oud model met zo’n betonnen platform van tien meter dik en driehonderd meter doorsnede en daarbovenop een blikken hangar vol ballen van elk een meter doorsnede. Duizenden ballen die in een ressort-vormige, naar boven lopende goot lagen te wachten zoals in een trekbiljart. Op die ballen hadden ze met groene verf de woorden ‘Nuclear Device 20 Kilotons’ gespoten, dat konden we nog lezen onder het oranje stof. Die ballen zatten vast in die goot, maar in de Ferro Lusto hadden we altijd duizenden kilo’s schapenvet bij, dus dat was geen probleem. Na een week was heel dat boeltje gesmeerd. Kadoem! Het rolde! In dat betonnen platform was in het midden gewoon een gat van een meter dat afgesloten werd met een groot diafragma dat heel rap open en dicht kon. Sjloefsjloef! Je had ook een klein rekenmachientje nodig met een ingebouwde timer… Onder dat schip moest een kuil van twintig meter diep gegraven worden. Dat heeft nog het langst geduurd, want niemand had veel goesting en het was daar heel warm. En toen trok Carlos Montera aan een hendel, kwak, en dan begon er zo’n bal rommelend naar beneden te rollen. Woggelwoggelwoggel… Door de goot naar beneden, door dat gat: Wham! Dat zand spoot naar alle kanten gelijk een kolossale scheet en dat schip vloog weg alsof het naar de horizon gesmeten werd. Elke seconde een nieuwe bom tot het schip in een ruime omloopbaan zat. Bedrich moest alles berekenen op zijn zakrekenmachientje, want een bom die niet juist onder het platform ontplofte kon alles verwoesten. Want dat betonnen platform was het schild dat de mannen beschermde.’


Montagne de Miel, 25 februari 1998