Hans Theys is a twentieth-century philosopher and art historian. He has written and designed dozens of books on the works of contemporary artists and published hundreds of essays, interviews and reviews in books, catalogues and magazines. All his publications are based on actual collaborations and conversations with artists.

This platform was developed by Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) in collaboration with the Royal Academy of Fine Arts in Antwerp (Research group Archivolt), M HKA, Antwerp and Koen Van der Auwera. We also thank Idris Sevenans (HOR) and Marc Ruyters (Hart Magazine).

Walter Swennen

Walter Swennen - 2020 - Tout sur les damneĢs [NL, interview],
Interview , 2 p.

 

 

 

____________

Hans Theys

 

 

Alles over de verdoemden

Gesprek met Walter Swennen

 

 

Swennen toont mij een schilderij dat hij gisteren heeft voltooid. Op de voorgrond vormen doorzichtige ‘witte’ letters de woorden MIN SORG ER MIN BORG, een zin van Kierkegaard die betekent: ‘Mijn zorg is mijn burcht’. Swennen vertelt dat Kierkegaard ergens schrijft dat hij de zin heeft afgeleid van de Engelse uitdrukking My home is my castle. En inderdaad biedt het schilderij ook een voorstelling van een kasteel en de kop van een slang of een draak. ‘Of het monster van Loch Ness,’ zegt Swennen. ‘Het was een kitsch-schilderij.’ Hij merkt ook op dat de zin twee keer het woord ‘min’ en twee keer de letters ‘org’ bevat, waardoor hij aan een concreet gedicht doet denken. Naast dit schilderij bevindt zich een kleiner werk dat een hoed voorstelt die omwille van een brede contour, doet denken aan een vliegende schotel die op een foto omcirkeld werd. Daarnaast lezen we het woord ‘Goodbye’. Swennen vertelt dat dit soort hoed in het Engels een pork pie hat heet, dat Lester Young vaak zo’n hoed droeg en dat Charles Mingus om die reden, na het overlijden van Young, een muziekstuk Goodbye Pork Pie Hat heeft genoemd. Daarna kijken we naar een mannenportret dat voorzien is van de woorden ‘Avil Blue’.

 

Walter Swennen: De tekening is afkomstig van een stripverhaal. In de jaren vijftig werden we overstelpt door dit soort comic books. De ouders en de opvoeders hadden daar veel bedenkingen bij. Ze waren beducht voor mogelijke kwalijke effecten. Het schilderij is gebaseerd op een inkttekening die ik met de losse hand heb gemaakt naar een prentje uit een avontuur van Brick Bradford. Avil Blue is zijn tegenstander, de slechterik. Toen ik misdienaar was, in een tamelijk lelijke kerk, was ik omringd door mozaïeken die heiligen voorstelden. Elke heilige met zijn respectief attribuut was afgebeeld in een goudkleurige, ogiefvormige nis. Boven de boog prijkten hun namen. De ogiefvorm in het schilderij is afkomstig van de oorspronkelijke tekening, die Avil Blue toont in de spits toelopende cockpit van zijn vliegtuig. Toen ik de vormelijke overeenkomst zag met de mozaïeken heiligen uit mijn jeugd, kon ik het schilderij voltooien door er de naam van Blue Avil aan toe te voegen.

 

We bekijken een schilderij dat twee ‘rokers’ voorstelt. Een van de rokers heeft een kapsel dat mij doet denken aan Lucky Luke. Is dat opzettelijk? Swennen vertrouwt mij toe dat het om een vetkuif gaat (une banane de rocker). Hij vertelt ook dat het schilderij oorspronkelijk zwart was en een vorm bevatte die deed denken aan een brug, in een ander zwart dan dat van de achtergrond. Het schilderij dat we vandaag zien, ontstond door het oorspronkelijke schilderij te overschilderen met zinkwit (het meest doorzichtige wit) en de figuur van de linkse roker met de vinger in de natte verf te tekenen. Het rozige vlak en de druipers in het midden van het doek zijn pas achteraf verschenen, opdoemend doorheen de drogende, witte bovenlaag. De laatste toevoeging aan het schilderij was het zwarte kruis in de linkerbovenhoek. ‘Er ontbrak nog iets, maar ik wist niet wat,’ zegt Swennen, ‘dus heb ik er maar een kruis over gemaakt.’ We zien ook, gekrast in het wit, de Chinese vertaling van de woorden ‘Zonder titel’. Tenslotte wens ik erop te wijzen dat de sigaretten op een verschillende manier zijn geschilderd om ons erop te wijzen dat we te maken hebben met een schilderij en niet met een beeld.

 

Swennen: Ik heb onlangs iets merkwaardigs gelezen over de filosoof Nicolas Malebranche (1638 – 1715) die zich als taak had gesteld aan te tonen dat het christendom de enige ware filosofie is. Om die reden heeft hij geprobeerd alle dogma’s rationeel te verklaren. Een van de heikele punten was het vandaag nog steeds prangende probleem van het Laatste Oordeel. Hoe kunnen we verklaren dat sommige mensen voor eeuwig verdoemd zullen worden als God de Barmhartigheid zelf is? Malebranche licht toe dat het Laatste Oordeel tot het takenpakket van Christus behoort. Maar omdat hij zowel God als mens is, heeft Christus een deels menselijke en dus beperkte geest. Omdat hij deel uitmaakt van de wereld, kan hij niet alwetend zijn. Daarom moet hij elke mens afzonderlijk beoordelen, terwijl zijn tijd beperkt is. Eigenlijk heeft hij niet genoeg tijd om aan iedereen te denken. Welnu, de mensen aan wie hij niet kan denken, dat zijn de verdoemden.

 

- Hij heeft dat goed uitgelegd.

 

Swennen: Ja, er valt geen speld tussen te krijgen. En dat maakt mij zeer nieuwsgierig naar zijn geschriften. Je vraagt je meteen af wat hij te melden heeft over de transsubstantiatie. (Hij denkt na.) Gisteren heeft het de hele dag geregend. Zo heb ik kunnen opmerken dat ik de regen niet kan zien als ik naar de witte muren van de school aan de overkant kijk, maar wel als ik mijn blik richt op de donkere ramen.

 

- Het tijdsprobleem van Christus lijkt op het probleem van de kunstcriticus die je groeiende oeuvre wil bijhouden. De schilderijen die zij, hij of hun niet tijdig kunnen uitleggen, zijn verdoemd.

 

Swennen: Wat mij doet denken aan Céline die zei dat de handel de kanker van de wereld is. En de uitzaaiingen, zou ik eraan toe willen voegen, dat is de reclame. Vandaag kan je jezelf ‘heruitvinden’ of je je leven ‘opnieuw toe-
eigenen’ door Coca-Cola te drinken.

 

- De wereld ontvouwt zich in veelheid.

 

Swennen: Ja, het gaat heel goed met haar.

 

 

Montagne de Miel, 29 september 2020