Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Kris Vanhemelrijck - 2001 - Wiegende rietpluimen van steenkool [NL, essay],
Tekst , 1 p.




__________

Hans Theys

Wiegende rietpluimen van steenkool
Enkele woorden over Kris Vanhemelrijck



Op een nevelige zaterdagmiddag in de maand juli van het jaar 2001 stapten Caspar David Friedrich, Kaspar Hauser en Lou Salomé door de Limburgse Alpen van Zwartberg naar Waterschei. Lou Salomé had een groen en witte paraplu meegebracht, maar de vocht kwam van beneden, waar hij loskomend van het kletsnatte gras gestaag in hun broeken en schoenen kroop en mettertijd hun sokken liet soppen, zuigen en klokken.
‘We moeten naar die terril,’ wees Friedrich, ‘ik ben zinnens daar een gat van licht te slaan door er spiegelfolie of zilverpapier over te leggen, maar eerst moeten we een juiste vorm maken door het gras weg te schrapen.’
Kaspar Hauser had twee wafeltjes met chocola en drie kaneelkoekjes meegebracht, die ze gauw soldaat maakten.
‘Spijtig dat we geen thermos koffie meegebracht hebben,’ sprak Lou Salomé.
‘Ik warm mij aan de schoonheid,’ sprak Friedrich, die door de anderen altijd Freddy werd genoemd.
‘Freddy,’ sprak Hauser, ‘de schoonheid is een eeuwig vuur, dat is waar, maar er is geen eeuwig vuur dat het ijs in mij vandaag kan warmen.’
‘Ik zou ook acht stokken van acacia in een poel willen steken,’ vertelde Friedrich, ‘eerst pel ik ze tot ze wit zien en bovenop elke stok wiegt een grote brok steenkool die de mijnwerkers mij willen lenen.’
‘Wiegende rietpluimen van steenkool…’ dacht Hauser luidop, ‘misschien kunnen we zo’n terril aansteken en ons daaraan warmen?’
‘Ge zoudt beter uw handen uit uw mouwen steken,’ antwoordde Salomé, ‘hier, pak een schop vast.’
En toen groeven zij in stilte voort tot hun werk gedaan was.


Montagne de Miel, 17 juli 2001