Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Xavier Noiret-Thomé - 2012 - Kwik en Flupke in Giverny [NL, review],
, 3 p.




__________

Hans Theys


Kwik en Flupke in Giverny
Over een tentoonstelling van Xavier Noiret-Thomé



Xavier Noiret-Thomé (°1971) is een in Brussel wonend, uitgeweken Noord-Frans schilder die zichzelf als jongeling leerde schilderen en via een kennis van de familie zijn schilderijen verkocht. Later raakte hij bevriend met Eugène Leroy, een streekgenoot, en studeerde hij onder meer aan de Rijksacademie in Amsterdam. Binnenkort stelt hij tentoon in galerie Negen punt negen in Roesselaere. Werk van hem zal ook te zien zijn tijdens de groepstentoonstelling “Bates Motel” in Luik (georganiseerd door Julie Hanique et Michael Dans) en tijdens een solotentoonstelling in Athene in januari van volgend jaar.

In een prachtige catalogus die onlangs over zijn werk verscheen (uitgegeven door uitgeverij Analogues in Arles en aan de pers voorgesteld in Wiels) noem ik Xavier Noiret-Thomé een iconoclastisch kannibaal. Omringd door honderden prentbriefkaarten en andere afbeeldingen van schilderijen, stormt hij door virtuele beeldengalerijen en stelt hij zijn verrassend lichtvoetige ‘brol-paintings’ of ‘pizza-paintings’ samen. De oorsprong van dit iconoclastische geweld is het moment waarop Noiret-Thomé, studerend aan de Rijksacademie, plotseling besloot drie moeizaam tot stand gekomen portretten van vrienden te overspuiten met chroom. Op dat moment leek hij zich te ontdoen van de noodzakelijke verbinding tussen twee elementen in het werk van Leroy: de verborgen figuren en de verbrokkelde materie. Tegenwoordig schildert Noiret-Thomé werken die veel speelser omgaan met de figuur of als figuur agerende abstracte elementen, en zijn zogenaamde ‘overall-paintings’ waarin we de tinteling van Leroy’s schilderijen op een gestileerde of meer leesbare manier terugvinden.

Noiret-Thomé vertelde mij dat galeriehouder Paul Vanhuyse de selectie van de getoonde schilderijen zelf maakte en dat hij geen louter abstracte, monochrome of overall-paintings koos. Toen de schilder na dit bezoek alle beelden van de gekozen schilderijen tegelijk opende op zijn  computerscherm, zag hij een mooie groep werken verschijnen. ‘Er is wel een Mondriaan te zien, maar die kan je ook beschouwen als een detail van de kleren van Kwik en Flupke’, vertelt hij. Deze opmerking is karakteristiek. Schijnbaar achteloos surfend doorheen de kunstgeschiedenis, die hij kruist met alledaagse beelden, kan deze man je uitleggen hoe zowel Monet als Matisse beïnvloed waren door de achttiende- en negentiende-eeuwse Japanse schilderkunst en hoe Elsworth Kelly, als GI tijdens de Tweede Wereldoorlog, het huis van Monet in Giverny heeft bezocht, waar hij onbekommerd de waterlelies kon bewonderen, die door de familie niet ernstig genomen werden. Uit deze rijke geschiedenis plukt Noiret-Thomé verhalen, anekdotes en visuele elementen die hij verweeft in schilderijen die tot stand komen als visuele vertellingen.

Ik vroeg hem eens een schilderij te beschrijven.

Noiret-Thomé: Dit is een zeezicht. Het speelt zich af op de bodem van de zee. Je ziet een geel kruis dat door zijn kleur doet denken aan een onderzeeër. Dan zien we een X die ik met een sjabloon heb gespoten en even groot is als de zwarte massa onderaan, alsof er een spookachtige schaduw aan kleeft. Daardoor ontstaat de illusie van een perspectivisch weergegeven ruimte. Het lijkt alsof beide kruisen samengebracht zijn in een axonometrische geometrie. Het kruis doet ook denken aan Beuys en Malevitch. Het wordt een metafysisch teken, zoals de maan van de Chirico.
Hier zien we een groen hoofd. De ruimte is op een monsterlijke manier complex. Het lijkt alsof je door een deurgat stapt, maar de muur is al achter je, de vloer zinkt weg. Het is zoals Alice in Wonderland. De zin voor ruimte is aangetast, zoals je ook ziet in schilderijen van René Daniels die daar heel goed in was. Hij creëerde heel verfijnde labiele ruimtes. Je denkt dat het stevig is, maar het is drijfzand, de grond schuift weg onder je voeten. Het met een sjabloon gespoten deurgat heb ik met de zwarte rechthoek verbonden door een dunne lijn fluorescerend roze. De ontmoeting tussen de hoeken van de deur en de zwarte rechthoek doet de deur vooruit en achteruitspringen. Vaak bevatten mijn schilderijen optische illusies…
In elk schilderij zijn er eigenlijk maar drie elementen: het onderwerp, de achtergrond en de compositie. De compositie zorgt ervoor dat alles aan elkaar blijft hangen. Elk schilderij is een onharmonische schok in een evenwicht dat bekomen wordt door een soort van symmetrie te creëren.
Soms bedek ik mijn schilderijen met chroom, wat geen kleur is, maar een materiaal. Tegelijk krijgt het alle kleuren, door de weerspiegelingen. Kijk, je ziet zelfs de kleur van mijn trui. Zo kreeg ik in de Villa Medici in Rome eens complimenten voor een gouden schilderij. Nieuwsgierig ging ik kijken, en ik zag hoe het licht van de ondergaande zon een zilverkleurige monochroom goud kleurde.


Montagne de Miel, 14 november 2012