Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Kati Heck - 2009 - Als de fladderende anus begraaft de strijdende klassen gaat het idee op de loop [NL, interview],
, 5 p.




__________

Hans Theys


Als de fladderende anus begraaft de strijdende klassen gaat het idee op de loop
Een gesprek met Kati Heck

Dageraad

Om te spreken en uit te razen
In de Griekse tragediën
Droegen de acteurs maskers
Omdat ze zelf niet bestonden

Niet de hoogmoedige strijd van de helden
Gaven zij gestalte, en hun onafwendbare teloorgang,
Maar hun eigen wonderlijke geboorte
Uit de wereld van dieren die niet spraken.
 

Dr. J.S. Stroop, ‘De geboorte van de rede
uit de geest van ontsnapte darmgassen’
 

- Het bijzondere aan je schilderijen is dat je bijna uit noodzaak tot een heel herkenbare, eigen picturale ruimte bent gekomen, doordat je op vrijwel onbehandeld doek (op twee lagen huidlijm na) op een pastelachtige manier, maar met olieverf, realistische portretten schildert die je op een karikaturale manier voltooit. Je vertelde mij dat je minuscule hoeveelheden olieverf met penselen in het zuigende doek wrijft, laag na laag, tot je vrijwel uitgeput bent. Je streeft daarbij een perfectie na die zo moeilijk te bereiken is, dat je op een gegeven ogenblik, uitgeput, moet afhaken en de figuren schetsmatig afwerkt.

Kati Heck: Ja, zo heb ik het je verteld.

- Eigenlijk ben je een kunstenaar die bericht over een eigen wereld, die zowel vorm kan krijgen in schilderijen als in houtsneden, tekeningen, ingekleurde foto’s, sculpturen of zotte toneeltjes en bijbehorende rekwisieten. De vorm van je schilderijen is uniek, maar ze is ondergeschikt aan een poëtische wereld die ook buiten die schilderijen bestaat.

Heck: Dat klopt. Ik vind schilderen niet interessant. Plotseling schijnt het interessant te worden omdat allerlei mensen er verheven dingen over te vertellen hebben, bijvoorbeeld als jij oppert dat ik worsten schilder omdat ik een bruine partij nodig zou hebben op de voorgrond van een schilderij. Ik schilder graag worsten, omdat ik dan met brede armbewegingen aan de slag kan. Zelfs toen ik nog studeerde, was ik niet met verf bezig. Ik schilder vandaag trouwens nog altijd met tubes die ik heb gekocht als beginnende studente… Ik beheers de technieken natuurlijk wel, maar niet uit belangstelling voor de schilderkunst, gewoon omdat ik ze nodig heb om mijn onderwerp te dienen…

- Zojuist bezochten we je tentoonstelling bij Stella Lohaus. Het eerste wat mij opviel toen ik de galerieruimte betrad, was de prachtige, strakke helderheid van de schilderijen: de economische manier waarop compacte raadselbeelden voor de neutrale achtergrond van het naakte doek zweven. Er hangen drie schilderijen, waaronder een drieluik. Aan het centrale paneel van dat drieluik ben je precies een jaar geleden, in maart 2008, begonnen. Je vond geen motief om de vlekken bovenaan te verbergen en hebt dan geprobeerd een kleurvlak aan te brengen, waarbinnen je de ruimte voor de figuren had uitgespaard. In augustus was het schilderij dichtgeslibd. Ben je daarom opnieuw begonnen met een onbehandeld, lichtbruin doek als achtergrond?

Heck: Ja. Nadat je het voor de laatste keer hebt gezien, is het schilderij nog twee keer zo vol geworden op een echt akelige achtergrond. Eigenlijk was het al van in het begin misgegaan door de fout gelopen preparatie. Weet je het nog? Op sommige plekken zat er teveel olie en op andere plekken zaten er krijtvlekken.

- De meest linkse figuur op het centrale paneel draagt een meervoudig weegschaaltje, een mobiel, waardoor het geheel een gerechtigheidstafereel lijkt te worden. Wat is de bedoeling van dat beeld? Eén van de emblemen die aan het mobiel hangen is een afgesneden vinger. Op de eerste versie van het schilderij kwam ook een reusachtige, losse vinger voor, die voorzien was van twee karrenwielen en in de hoogte wees als de loop van een kanon. In het schilderij waarin de gast wordt besnuffeld, bevinden zich ook enkele vingers die gescheiden zijn van een hand… Maar eerst het bekoorlijke weegschaaltje: stelt het iets voor?

Heck: Het verwijst naar de staat of naar het gerecht, dat klopt, maar in de eerste plaats is het een spiegel van de triptiek. Het rechterpaneel vind je links terug, het linkerpaneel rechts. De groene muntstukken verwijzen naar de bankbiljetten op het linker zijluik, waar je ook de feestneuzen ziet, de bonzen die zich amuseren met de Aristocratic Hairline Machine van Andrew Webb. De bruine munt verwijst naar het loon van de proletariërs die je op het rechter zijluik aantreft. Op het middelste luik vind je de jonge hoeren. Samen verwijzen die dingen natuurlijk ook naar de Großstadt-Triptych van Otto Dix. Het linker en het rechter zijluik samen heten Flotte Finger fangen Fische. Het middenluik heet Jucken tut’s meist an der Wurzel.

- Op het linker zijluik zit de feestneus op een oranje kussentje. Op het rechter zijluik, ongeveer op dezelfde hoogte, zitten enkele oranje vegen, die vrijwel de enige ongecontroleerde elementen zijn van het schilderij. Dienen die vegen om het geheel in evenwicht te brengen?

Heck: Neen. Dat oranje komt uit kleine, heel dure tubes. 150 euro per tube, denk ik. Ik gebruik het nooit, omdat oranje niet werkt voor mij. Het loopt altijd mis. Op een bepaald moment heb ik de tube leeg geknepen op mijn gezicht en toen ik een tijdje later struikelde is de verf op het doek beland.

- De gebombeerde broek van de arbeider die de reusachtige augurk op zijn schouder torst, doet denken aan Malevitsj.

Heck: Het was die dag de verjaardag van de futuristen en ik dacht: laat ik hem een futuristische broek geven.

- De rok op het schilderij met de besnuffelde bezoeker is op dezelfde manier gemaakt: je krijgt een illusie van licht doordat je het onbehandelde doek laat doorschemeren.

Heck: Ja, het was erg fijn om die rok en die broek te schilderen. Gewoon met dezelfde verf, die je steeds dunner uitveegt.

- De donkergroene achtergrond van dat schilderij doet denken aan de donkere achtergronden bij Velásquez en Manet, waardoor je de indruk hebt naar een klassiek schilderij te kijken, maar tegelijk heb je de achtergrond aan de linker bovenzijde op een duidelijke en grappige manier onafgewerkt gelaten.

Heck: Ja, verschillende mensen dachten waarschijnlijk om die reden dat het schilderij gebaseerd is op een klassiek schilderij, maar dat is niet zo. De verf is afkomstig van een ingedroogd potje bordverf dat ik thuis heb gevonden. Je ziet niet meteen dat het bordverf is, omdat ik de verf verdund heb. Op een bepaald moment was het potje gewoon op en kon ik de achtergrond niet verder schilderen. Daarom heb ik ook met krijt op het schilderij geschreven. Je kan het er nog afwissen en vervangen door iets anders.

- Je hebt verschillende kleuren krijt bovenop elkaar gebruikt.

Heck: Het is psychedelisch, meerkleurig krijt voor kinderen… Het schilderij stelt een fils à papa voor die een bezoek brengt aan eenvoudige mensen die hem beoordelen op basis van zijn geur. Ik probeerde mij voor te stellen hoe dat in zijn werk zou gaan, hoe dat er zou uitzien… Ik ben niet het soort schilder dat zich bezig houdt met achtergrond en voorgrond. Ik vraag mij gewoon af wat ik op het schilderij moet zetten om het beeld of de ruimte te vullen.

- Vanwaar het aardappelvormige figuurtje op het centrale schilderij?

Heck: Dat is een verwijzing naar onze muziekgroep Bissy Bunder. In ons beste optreden was Julia Wlodkovski een patat. Maar het is ook een burgerlijke patat, een polderpatat, een verwijzing naar het optreden van de patat in ons dagelijkse leven, de patatteneters van Van Gogh. De augurk in het rechter zijluik is een verwijzing naar de Duitse uitdrukking ‘saure Gurkenzeit’. In het Nederlands is de komkommertijd een periode waarin niks gebeurt, in het Duits gaat het om een tijd van armoede… Dat is ook het onderwerp van Der Anus Flatterer und sein Bingo.

- Wat betekent de titel?

Heck: Het hoofdpersonage is een anus die fladdert als een vlinder, en hij heeft chance omdat hij de twee klassen mag begraven, de gegoede en de minder bedeelde. ‘Regnet’s bei ihnen auch immer hinein?’, ‘Regent het bij u ook altijd binnen?’ vraagt de arme aan de rijke. ‘Das kann ich nicht behaupten,’ antwoordt de rijke: ‘Zo zou ik het niet stellen’. De fortuinlijke, fladderende anus begraaft de strijdende klassen en het idee gaat op de loop. Als je het schilderij ondersteboven zou plaatsen, regent het bij hem echter ook binnen.

- Jij bent de fladderende anus?

Heck: Ik ben de vier personages: de gegoede, de minder bedeelde, de fladderende anus en het idee-mannetje.

- Wat zijn die stokjes aan de stoelpoot op het rechter zijluik? Een ongelukje?

Heck: Zoiets ja. Als ik een stoel teken of schilder, heb ik altijd zin er een galgje aan te hangen. Ik was daarmee bezig toen ik plotseling mijn initialen herkende en er een handtekening van heb gemaakt. Het plaatsen van de handtekening is heel precair. Plotseling word ik dan altijd heel onhandig en ontstaat er een vieze vlek. Hier kwam de oplossing zich automatisch aandienen…

- Wie is de figuur met de bontmantel op het linker zijluik?

Heck: Dat is Peche, een vriend en diplomaat. Eerst had hij een paardenkop, dan een krokodillenkop. Maar dat werkte niet… De man met de kalkoen is Holger, de beste vriend van mijn broer. Hij heeft angst voor de angst, hij komt nooit meer naar buiten, tenzij om ons te bezoeken… De kalkoen heette Jos. Hij kwam altijd bij ons zitten, vooral als er feestjes gehouden werden, om te pronken. Hij was heel dik. Op een dag is hij in de vijver gesukkeld. Er was vier man nodig om hem te redden. De afhangende kam op het hoofd van een kalkoen kan van kleur en vorm veranderen zoals een balzak. Als de vogel goed gezind is, wordt die lel diepblauw… Weet je, ik heb je wel uitgenodigd om iets over mijn werk te schrijven, omdat iedereen erop aandringt dat er een tekst over mijn werk komt, maar kunst waar je van alles over moet weten om ervan te kunnen genieten vind ik verschrikkelijk. Hoe meer ik je vertel, hoe meer de blik van de toeschouwer gestuurd wordt en hoe minder hij of zij kan zien.

- Misschien als je alle schilderijen die je hebt gemaakt zou commentariëren. Maar dat doe je niet. We hebben het nu over amper vijf werken gehad. Terwijl de lezer misschien toch al een idee heeft van wat je belangrijk vindt.

Heck: Dat zou fijn zijn.


Montagne de Miel, 10 april 2009