Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Joƫlle Tuerlinckx - 1999 - De aardappel van de tentoonstelling [NL, interview],
, 1 p.




__________

Hans Theys


De aardappel van de tentoonstelling
Een gesprekje met Joëlle Tuerlinckx



Helemaal apart, op een hoge, witte sokkel, rust de Aardappel van de tentoonstelling, een aardappel die in het zonlicht wordt gelegd zodra Tuerlinckx hoort van een tentoonstelling en die daarna, door zijn uitlopers en mate van verschrompeling, de totale duur van haar betrokkenheid bij de tentoonstelling weergeeft.
    ‘Eigenlijk heeft mijn werk erg weinig met ruimte, maar alles met tijd te maken,’ vertelt Tuerlinckx. ‘De tentoonstelling in Hasselt, bijvoorbeeld. Wat ik eigenlijk wilde doen, door het museum een week lang 24 op 24 uur open te stellen, was het moment waarop je het museum voor het eerst ziet, wanneer je aan een tentoonstelling begint, uit te spreiden over een langere periode. Het moment waarop je de deur voor het eerst open doet en het museum nog leeg is. Dààrom moest het museum ook dag en nacht openblijven, het ging om één uitgerekt ogenblik van leegte en inactiviteit. Door die voortdurend aan- en uitgaande lichten in de verschillende zalen van het museum had je van buitenaf echter de indruk dat er dag en nacht fors gewerkt werd. Dat was natuurlijk ook interessant. Je hebt zo’n museum in een provinciestad, waar erg weinig bezoekers komen, en ineens krijg je een impressie van zeer grote activiteit en nodig je de inwoners van die stad uit ook ’s nachts een kijkje te komen nemen.
    Voorwerpen zijn in mijn werk eigenlijk bijna overbodig. We hebben natuurlijk voorwerpen nodig om te overleven en ik denk zelfs dat wij geschapen zijn om voortdurend voorwerpen te maken en ermee bezig te zijn, in tegenstelling tot jouw poezen, die de hele dag lekker slapen en niet zoveel voorwerpen nodig hebben, maar in mijn werk zijn het bijna uitsluitend dragers, platformen voor het verstrijken en samenbundelen van de tijd.
    In mijn recente tentoonstelling bij Stella Lohaus toon ik bijvoorbeeld twee roos geschilderde, ronde tafelbladen, die ik eerder al heb gebruikt in het S.M.A.K. Die bladen waren zo vuil geworden, dat het mij ging storen en ik dacht: Waarom moeten we in de hedendaagse kunst dat vuil eigenlijk blijven respecteren? Ik herschilder die tafelbladen! Maar tijdens het schilderwerk bedacht ik: Neen, één tafelblad wordt voor elke tentoonstelling opnieuw geschilderd, terwijl het andere vuil zal blijven. Zo zal het minieme verschil in dikte tussen beide tafelbladen een weerslag vormen van het aantal keren dat ze tentoongesteld zijn.’


Montagne de Miel, 26 september 1999