Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Dennis Tyfus - 2009 - Colourful and Buzzing Castoffs [EN, essay],
Tekst , 4 p.




__________

Hans Theys


Als kleurrijk en gonzend afval
Over Vaast Colson en Dennis Tyfus



Inleiding

Onlangs werd ik door Metropolis M uitgenodigd een stuk te schrijven over twee Belgische kunstenaars: Vaast Colson en Dennis Tyfus. Een stuk over twee kunstenaars! Ik vraag mij af of ik zoiets wel kan schrijven, vooral omdat het hier gaat over twee mannen met heel verschillend werk. Ik weet waarover ik spreek. Al vijf jaar lang film ik hun bezigheden, nodig ik hen uit voor tentoonstellingen en schrijf ik teksten over hun werk. Toch deins ik terug voor de opdracht. Vooral het werk van Tyfus boezemt mij schroom in. Ik ben bang het te ontmannen, te versmachten in een steriele kartontaal of te herleiden tot dingen die al bestaan.


Korte voorstelling van de kunstenaars

Wie is Dennis Tyfus? In Antwerpen stuit je om de drie à vier dagen op een poster, flyer of sticker waarin een optreden wordt aangekondigd dat in de Scheld’apen of de Bar Mondial wordt georganiseerd door Tyfus’ uitgeverij en platenlabel Ultra Eczema. Verder toont de man schilderij-grote tekeningen in de galerie van Stella Lohaus (Antwerpen), maakt hij zelf muziek, ontwerpt hij platenhoezen en T-shirts en verzorgt hij elke zaterdagmiddag een fantastisch radioprogramma voor de Antwerpse lokale zender Radio Centraal.

En wie is Vaast Colson? Langzamerhand raakt hij bekend in heel België. Een slecht ingelicht journaliste noemde hem onlangs nog ‘de chouchou van de Belgische kunst’. Ze bedoelde daarmee vermoedelijk dat ze zich zijn naam herinnerde. Het kan ook moeilijk anders. Sinds ik hem in 2004 ontmoette, is hij onafgebroken aan het werk geweest. Meestal werkt hij ter plekke en bedenkt hij nieuwe acties die samenhangen met een ruimtelijke ingreep. Vaak werkt hij daarbij samen met andere kunstenaars als Lieven Segers, Pol Matthé, Ben Meewis, Geert Saman of Dennis Tyfus. Hij maakt ook muziek, vooral met zijn broer Stijn. Samen heten ze The Heavy Indians.

Beide kunstenaars wonen in Antwerpen. Ze maken allebei prachtig plastisch werk en ze zijn allebei onafgebroken bezig met muziek. Colson is afkomstig uit een milieu van universitair geschoolde kaderleden (hij werd genoemd naar een econoom), de ouders van Tyfus zijn arbeiders (hij werd genoemd naar een stripfiguur).

Het werk van Colson bestaat in een vorm geworden, beheerste reflectie over de betekenis, de mogelijkheden en de grenzen van de hedendaagse kunst. Het is een werk waarin wordt nagedacht over de noodzaak en de hopeloosheid van het beeld. Het wordt bijna uitsluitend gemaakt op kunstplekken (galerieën, culturele centra, theaters, kunstbeurzen en musea). Het werk van Tyfus, daarentegen, zou ik geen werk noemen, maar een manier van zijn. Niks geen zichtbare reflectie, god zij geloofd, wel een onophoudelijke stroom beelden, spullen, dingen, handelingen en andere zaken die weinig met de officiële kunstwereld te maken hebben, maar wel niks anders kunnen zijn dan kunstwerken.

Een tekst van mij over Dennis Tyfus en Vaast Colson moet concreet zijn, niet kunsthistorisch of kunsttheoretisch. De taal moet klinken en struikelen. Er moet vlees aan zitten.


Dennis Tyfus

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar het radioprogramma van Dennis Tyfus op Radio Centraal. Op verzoek van de kunstenaar Benjamin Verdonck, die de voorbije week een voetbalmatch, concerten en gratis voedselbedeling heeft georganiseerd in een papieren huis dat hij op een plein voor een Antwerps theater heeft opgetrokken voor mensen zonder papieren, wijdt Tyfus een uitzending aan dit initiatief. Zich voordoend als een onvoorstelbaar onbehouwen racist, telefoneert hij naar een vijftal stadsdiensten om een eind te maken aan het artistieke zootje voor de Bourlaschouwburg. Bij ‘Monumentenzorg’ dringt hij erop aan dat ze voor hun monumenten zouden zorgen, bij de ‘Stadsreiniging’ eist hij een grondige schoonmaakoperatie en bij ‘Beeld in de stad’ beklemtoont hij dat het echt geen gezicht is, ‘al dat vreemd, in alle kleuren van de regenboog: zandnegers, pindanoten en wat weet ik nog. En hoe is dat crapuul hier geraakt? Dat zou ik wel eens willen weten! Niet per auto, want ze hebben geen rijbewijs. Ook niet per vliegtuig, want ze hebben geen paspoort. Wel, hoe zijn ze dan hier geraakt? Dat zou ik willen weten, hoe ze hier geraakt zijn. In een boot vol bananen, hoe anders? U zoudt eens moeten komen luisteren, hier, naar hun lawaai. Zelfs hun lawaai is niet van hier!’

Vorige week was Dennis Tyfus met zijn radioprogramma te gast bij de happening-kunstenaar en cineast Ludo Mich, op andere dagen laat hij bekende en minder bekende muzikanten per telefoon muziek maken in zijn programma. Zogenaamde stijlen doen niet terzake. Ofwel gaat het om goed spul, ofwel niet. ‘Er zijn veel stijlen, maar er is maar één schoonheid,’ schreef Flaubert in een van zijn brieven. Ter illustratie van zijn eclectische houding heb ik Tyfus gevraagd een idee te geven van de laatste vinylplaten die hij heeft laten persen én van de soorten muziek die gemaakt wordt door de deelnemers van een beruchte Bamba-avond, die hij op 28 februari 2009 organiseerde in de Scheld’apen. Het bijzondere aan die avonden is dat je kennis maakt met zowel piepjonge muzikanten als mensen die al muziek maakten in de jaren vijftig, zestig, zeventig, tachtig en negentig. Ik heb zo’n optredens bijgewoond en gefilmd, maar ik weet niet welke woorden gebruikt worden om de muziek die er gemaakt wordt te beschrijven. U vindt de beschrijving van Tyfus onderaan.)


Vaast Colson

Vaast Colson ziet zich als geworpen in de kunstwereld en probeert binnen die wereld op een oprechte manier stelling te nemen. In zijn eigen woorden heet dit dat hij ‘weerstand zoekt’. Of je nu tentoonstelt, lesgeeft, deelneemt aan een televisieprogramma of een openingsact voor zxzw samenstelt, altijd zijn er verwachtingen, die je moet trachten te overstijgen door het creëren van een beeld dat geënt wordt op de specifieke situatie en dat een prangende ontmoeting met de toeschouwers mogelijk maakt. Vaak gaan zijn acties gepaard met een vorm van uithouding, met een volgehouden attitude. Hoe moet u zich dat voorstellen? Ik vroeg hem of hij al wist wat hij zou doen voor het Tilburgse zxzw, dat hem uitnodigde een happening te creëren voor de opening van een muziekfestival.

Vaast Colson: ‘Eigenlijk gaat het om een samenwerking tussen zxzw en Whatspace. Zxzw organiseert een festival dat gebaseerd is op een festival in Texas, waar de White Circle Crime Club heeft gespeeld. De kwaliteit van de groepen is constant. Je ziet er zowel black metal groepen uit Noorwegen als lichte, elektronische muziek uit Duitsland. Het festival is bijna een viering van de muziek. Nu willen ze ook beeldende kunst brengen, maar omdat ze daar minder van weten, hebben ze er Whatspace bijgehaald. Samen hebben ze mij uitgenodigd om een openingsmoment te maken. Als centrale figuur voor de beeldende kunst hebben ze Herman Nitsch uitgenodigd. Ik zou hen willen vragen niet meteen werk van hem tentoon te stellen dat iedereen al kent, maar de man uit te dagen. Ik vind niet dat je zo’n man al mag uitschrijven. Zo heb ik in een DVD over Dieter Roth gezien dat Nitsch muziek maakt en dirigeert. Hij ging ergens in IJsland lesgeven en begon die studenten tekens te geven en allerlei geluiden te laten produceren. Ze zouden hem kunnen vragen zoiets te doen.’

De voornaamste performances en ruimtelijke ingrepen van Vaast Colson heb ik beschreven in verschillende teksten, die u kan vinden op mijn website of in mijn boeken. Onlangs deed hij met Ben Meewis echter een actie in Stuttgart, die ik nog niet heb beschreven: During Nightly Excursions and Other Sitdowns – A Rambling Pitch by Vaast Colson and Ben Meewis. Het was de bedoeling een gietvorm te maken van een lichtkoepel door een 7 cm kleinere houten vorm te maken, die met spieën in de koepel te klemmen en de tussenruimte te vullen met polyurethaanschuim. Ten eerste hadden ze echter niet genoeg schuim en ten tweede wilde het schuim niet drogen, omdat ze geen ventilatie hadden voorzien. Ten slotte werd de houten vorm gewoon onder de lichtkoepel op de vloer van de tentoonstellingsruimte geplaatst. Ze verstopten zich in de sculptuur en tijdens de opening maakten ze van binnenuit (door met schuurpapier, manueel, een cirkel uit te schuren) een mangat waardoor ze naar buiten konden kruipen.

Onlangs was er in het Brusselse Wiels een prachtig werk te zien van Colson: het hoofdje van een poppenkastfiguurtje dat leek op de kunstenaar (met wollen muts). Het hoofdje rustte bovenop een stapel rollen tape en keek zo naar de tentoonstelling. Het werkje heette Op Post. Ik vroeg Colson hoe dit werk tot stand is gekomen:

Vaast Colson: ‘Eigenlijk is dat popje een afvalproduct van een editie die ik aan het maken ben ter financiering van het barter-moment dat ik vorig jaar op de kunstbeurs heb georganiseerd… Dit jaar heb ik voor de kunstbeurs een editie gemaakt op basis van de tentoonstelling 100 Cork Pops to Celebrate the Crisis, waarvoor ik 100 in oranje verf gedoopte champagnekurken heb afgevuurd op de muren van de galerie. Voor de editie schiet ik de champagnekurken af op Steinbach-vellen en verkoop ik certificaten waarvan de prijs varieert naargelang van het aantal vellen dat de koper wil verwerven. Juist omdat ik vaak werk weggeef of voor heel weinig geld verkoop, doe ik nu aan product design. Ik maak heel commerciële dingen die mijn andere bezigheden of mijn galerie moeten financieren.’


Dennis Tyfus en Vaast Colson

In september 2006 stelden Dennis Tyfus en Vaast Colson samen tentoon in hun galerieën (Stella Lohaus en Maes & Matthys). Die galerieën bevinden zich in verschillende straten, maar Colson had ontdekt dat ze aan elkaar grensden. In de gemeenschappelijke muur werd een grote opening gemaakt, zodat de bezoekers van de ene galerie naar de andere konden wandelen. Colson bouwde een houten kiosk in Tyfus’ galerie en Tyfus toonde een animatiefilm in Colsons galerie. In Colsons kiosk werden door Dennis Tyfus performances en optredens georganiseerd, die zichtbaar waren vanop een door Colson gebouwde mezzanino. Deze werkwijze typeert beide kunstenaars. Tyfus maakte van de gelegenheid gebruik dingen te programmeren die hij zelf wil zien en Colson probeerde de grenzen van een tentoonstellingsplek te verleggen en zijn relatie met de galeriehouders opnieuw te definiëren. Tyfus is bezig met de dingen, Colson is bezig met het beeld. Allebei maken ze prachtige werken, die als kleurrijk en gonzend afval uit hun bezigheden tuimelen.


Montagne de Miel, 24 mei 2009



__________

Dennis Tyfus over zijn uitgaven en concerten


Hans,

Kwa oudheid ben ik niet enkel geïnteresseerd in de jaren 60 met bv ludo mich en wout vercammen, ook in eind jaren 50 met de visuele poëzie en de klankpoëzie van paul de vree, de tafelronde, en hun internationale contacten met ondermeer françois dufrêne en henri chopin uit frankrijk (die 2 weken voor zijn dood nog te gast was in ons radio programma) en sarenco uit italië.
ook in de situationisten en hun radicaliteit! de jaren 70 en 80 punk scene met zyklome A, the dirty scums etc, het internationale netwerk van club moral, het metalen gekletter van lakoste, de noise van ob minimax, en van vortex campaign. de jaren 90 hardcore, grindcore en noise scene van onder meer agathocles, rubbish heap, mangenerated, intestinal disease
in heel deze geschiedenis is sinds 80 radio centraal heel belangrijk. zonder reclame en wars van eender welke vorm van commerce, muziek die je elders niet hoort en een uitgesproken links politiek beeld. op de radio zijn alle mensen waar het net over ging gepasseerd.

recente ultra eczema uitgaven:

orphan fairytale lp; eva’s muziek ken je, het gaat om een soort van casio psychedelica, akelig zoals een pop of een clown er akelig kunnen uitzien, doorweven met oosterse invloeden, gevonden geluidsmaterie en veel echo en delay

idea fire company lp; afkomstig uit amherst massachusetts, idea fire company is voornamelijk de schoonheidsspecialist, vreemde levenskunstenaar, filmmaker en performer scott foust met zijn vrouw carla. muzikaal klinkt het als een soort van kraut ambient, met piano’s en analoge synthesizers. zeer repetitief en monotoon, zoals al zijn werk.

menstruation sisters lp; australische orthodoxe joden die ze hebben vrijgelaten uit een mentaal hospitaal om een lp te maken die met niets of niemand valt te vergelijken.

wout vercammen lp; opnames van de man die sinds eind jaren 50 de realiteit een klein beetje beter maakt dan ze werkelijk is! klinkt exact zoals u hem ‘s nachts ‘s middags of ‘s morgens tegenkomt in uw favoriete café of supermarkt.

la bamba lp; een internationale compilatie lp met enkele cover versies van de traditional ‘la bamba’ met oa de finse melkboer tomutonttu, de duitse politie-agent kommisar hjuler, de argentijnse welzijnswerker anla courtis, de vlaamse leerkracht floris vanhoof, het enige amerikaanse lid van de antwerpse snorrenclub angst hase pfeffer nase, etc. deze plaat werd gemaakt in samenhang van een ultra eczema la bamba nacht(merrie). op dit evenement hebben meer dan 20 kunstenaars en muzikanten een versie gebracht van het nummer la bamba, terwijl dj daniel de wereldvermaarde botanicus 400 verschillende versies van datzelfde nummer speelde.

Speelden er oa: blaastaal: kunstenaar bert lezy en zijn kompanen maken muziek met vooraf opgenomen cassettes, platendraaiers, tandenborstels en gesampled radiomateriaal. ze maken ook een 2 wekelijks radioprogramma op radio centraal waar ze bijna uitsluitend gebruik maken van gestolen tv opnames / mauro pawlowski: de populaire kameleon van het belgische muzieklandschap, bracht een vocale versie. hij was erg teleurgesteld omdat er teveel lawaai was, zijn gemoed draaide om toen ieder begon te brullen en te dansen / de patacyclisten uit brussel hadden een enorme bamba koningin gemaakt die op de dansvloer gekust moest worden / mittland och leo: de allerjongsten, die op verzoek van een uitzinnig publiek hun versie 45 keer gespeeld hebben. ze gebruikten vooral samplers, casio’s en een mixer / vaast en zijn broer gingen de kraut rock tour op / harry heyrmans maakte een installatie die automatisch muziek maakt waarmee hij dan la bamba meespeelde op gitaar / etc.

nog?

laat maar weten! kuis het wel wat op, ik kan niet typen en niet schrijven bahhhh

bel even wat je denkt!

Xd