Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Michaƫl Borremans - 2010 - Rare, suggestieve constructies [NL, interview],
, 5 p.




__________

Hans Theys


Rare, suggestieve constructies
Gesprek met Michaël Borremans



Momenteel loopt in Zeno X Gallery de tentoonstelling ‘Eating the Beard’ met nieuw werk van Michaël Borremans. We zien onder meer schilderijen waarop we kennismaken met een staande man wiens handen op een spiegelend tafelblad rusten, het hoofd van een man met een strootje in de mond, een naakte vrouw die op een met verf besmeurde tafel ligt en een vrouw die met een rood touw bij haar lange haar omhooggetrokken lijkt te worden.
    In De verzegelde tijd omschrijft Tarkovski poëzie als een ongewone constellatie die ons herinnert aan de incongruïteit van de werkelijkheid. Als we ons zo’n constellatie voorstellen als een ontmoeting tussen twee of drie dingen die doorgaans niet samen waargenomen worden, dan zien we dat dit zowel geldt voor de ontmoeting tussen de hedendaagse kunstwereld en Borremans’ manier van schilderen, als voor de manier waarop hij zijn beelden samenstelt. Trouw aan zijn voorliefde voor bepaalde beelden, schilderijen of sferen, duwt hij zijn schilderijen naar de rand van kitsch en sentiment, zowel door het beeld als door de manier van schilderen.
    Voor de kunstenaar lijken deze beelden op de eerste plaats te komen, waarbij de factuur van het schilderij hen moet dienen. Ik vermoed dat het omgekeerde minstens even waar is: dat de schilder dit soort beelden maakt, omdat het hem de kans geeft schijnbaar ouderwetse schildertechnieken te gebruiken.


Gesprek

Michaël Borremans: Dat verstaat ge helemaal verkeerd. Eerst is er het beeld en dan pas de stijl. Ik schilder bijvoorbeeld heel graag groot, maar je moet er geschikte onderwerpen voor vinden. Je moet er zelf in kunnen geloven, je moet ervan overtuigd zijn dat je onderwerp zo’n groot formaat nodig heeft… De titel van de tentoonstelling ‘Eating the Beard’ klinkt als een staande uitdrukking, vind ik. Als ze zou bestaan, dan zou ze zoiets betekenen als ‘het ondernemen van iets heel moeilijks, maar wel mans genoeg zijn om het te doen’.

Dit schilderij hou ik voor mezelf. Het heet Red Hand Green Hand. (Op het doek herkennen we twee handen die iemand met de handpalmen naar onderen voor zich houdt.) Het lijkt alsof de handen geschminkt zijn. Het oppervlak heeft iets olieachtigs. Je denkt ook aan handschoenen. De handen hebben iets zachts en tegelijk kwetsbaars, zoals een eikel. Het is een heel romantisch schilderij, met een beeld dat de limieten van het kitscherige opzoekt, de limiet van het sentiment. Toch zit er nog genoeg absurditeit in. Er is een mooi evenwicht tussen het hilarische van het afgebeelde en de manier waarop het schilderij gemaakt is.

- Je hebt verschillende versies van de vrouw met de eend gemaakt.

Borremans: Vandaag heb ik nog gewerkt aan de versie die op de ezel staat. Ik heb het jasje geschilderd. Ik ben er heel tevreden over. Het is goed gelukt. Het haar zal ook wel in orde komen… De vorm van de eend is nog niet ingevuld. Ik weet niet of ik dat nog zal doen. Misschien moet ik alleen de achtergrond verdonkeren.

- Het silhouet van de eend is goed gelukt. De rafelige randen van het jasje vormen een heel suggestief, negatief silhouet. Vooral de staart is goed gelukt.

Borremans: Zoiets schilder je vanop afstand. Je gooit het er een beetje op, anders is het te gecontroleerd. Het is een mooi, magisch werk aan het worden.

- Je vertelde mij dat je op het idee kwam een vrouw met een eend op haar schoot te schilderen toen je vogels van origami zag. Waar komt het beeld van de eend vandaan? Uit een ander schilderij? Een kinderboek? Een droom?

Borremans: Het beeld komt van nergens. Het was er gewoon ineens.

- Onlangs las ik in een boek van Pierre Rijckmans dat zwanen in de Chinese schilderkunst mooi gevonden worden, omdat hun halzen doen denken aan een levende kalligrafie. In een ander boek wandelt een kunstcriticus met Rodin in diens tuin in Meudon. Als ze enkele zwanen passeren, merkt de kunstcriticus op dat dit toch wel erg domme dieren zijn, waarop Rodin glimlachend antwoordt: ‘Oui, mais ils ont l’intelligence de la ligne!’ Jij schildert een eend: een soort zwaan met een korte nek.

Borremans: Ja, het is een eend. Het is zeker geen zwaan. Iemand vertelde mij een interessant anekdote over het seksleven van eenden. Omdat de paring bij eenden altijd een verkrachting is, heeft het vrouwtje twee vagina’s. Een echte en een valse. Ze kan zelf beslissen of ze haar eieren laat bevruchten of niet, afhankelijk van welke vagina ze aanbiedt.

(Ik heb altijd gedacht dat alle vogels paarden door het samenbrengen van hun cloaca’s, maar uit een snelle zoektocht op het internet blijkt dat er veel meer variaties bestaan in de anatomie van eenden dan we zouden vermoeden. De voorbije jaren hebben onderzoekers eendsoorten ontdekt met twintig tot veertig centimeter lange penissen en kurkentrekkervormige vagina’s die inderdaad door een kantelen van het bekken ontoegankelijk gemaakt kunnen worden.)

- Jouw eend doet mij denken aan een beeld dat Nabokov beschrijft in zijn biografie: ‘Toen ik heel dicht bij het kabbelende water kwam, zag ik wat het was – een oude zwaan, een groot, lomp, dodo-achtig beest, dat belachelijke pogingen deed zich in de gemeerde boot te hijsen. Hij kon het niet. Het zware, onmachtige geklapper van zijn vleugels, hun glibbergeluid tegen de schommelende, plonzende boot, de kleverige glinstering van de donkere deining waar er licht op viel – heel even leek het allemaal geladen met dat vreemde gewicht dat soms in dromen wordt gehecht aan een vinger die tegen zwijgende lippen wordt gedrukt en daarna wijst naar iets wat de dromer net niet kan onderscheiden voordat hij geschrokken wakker wordt.’

Borremans: Nu heb ik een vrouw geschilderd met een eend op haar schoot, maar een vrouw met een groot stuk kaas zou ook tof zijn. Geen karrenwiel, maar een enorme blok… Mijn werk bevat geen algemene thema’s. De schilderijen die je hier ziet, zijn allemaal zelfstandige werken. Het enige wat ze gemeen hebben is de periode waarin ze tot stand gekomen zijn. Het enige opvallende aan deze groep schilderijen is dat het naakt zijn intrede heeft gedaan… Wat zou ik over mijn werk kunnen vertellen? Het zijn opnieuw van die rare, suggestieve constructies… Wat het is dat ik maak? Ik weet het niet. Ik vind mijn beelden uit, ik maak ze. Ze zijn impliciet verbonden met andere dingen, met de beeldcultuur in het algemeen, zij het meer die uit het verleden dan die van vandaag. Het is theater, het is hocus-pocus. De mensen verwachten dat en ik geef het hun. Het enige thema dat je in mijn schilderijen zou kunnen ontwaren, is het thema van het onechte. Het gaat niet om een eend, maar om een namaak-eend, om de representatie van een eend. Er is ook iets vreemds met het jasje dat de dame draagt, zoals in veel van mijn schilderijen. De man in het schilderij The Tape draagt een binnenstebuiten gekeerde, negentiende-eeuwse overjas. De voering van die jas is nogal stijf, een beetje vilt-achtig. Daardoor ziet het er zo vreemd uit. Bovendien draagt hij die jas achterstevoren. Ik kwam op het idee toen ik op een nacht iemand zijn jas achterstevoren zag aantrekken. Ik vond dat heel Belgisch… Het schilderij van de dame met de eend krijgt iets tijdloos door het jasje dat ze draagt. Ik heb dat jasje van iemand geleend omwille van de kleur. Het lijkt lichtblauw, maar dat is niet zo. Het heeft eigenlijk geen kleur.
    Onlangs heb ik een schilderijtje gemaakt van het liggende hoofd van een meisje. Haar ogen zijn gesloten, het gezichtje is niet erg gedetailleerd, heel romantisch. Allicht is het meisje dood. Haar neus is de bek van een eend, maar dat zie je niet meteen. Het beeld is zo mooi en ontroerend dat je de bek niet opmerkt.
    Verder is er ook het gerecht ‘canard pressé’. Ken je dat? Ze nemen de niet gebruikte resten van een eend en stoppen die in een gouden of zilveren klok met een schroef, waarmee ze de complete eend samenpersen. Met het bloed en alle andere jus die dit oplevert, maken ze dan een heerlijke saus. Je kan dat hier in Gent eten. Eenden roken ook op een vreemde, onafgebroken manier, omdat ze geen handen hebben. Ik ben een maand geleden gestopt met roken, maar toen ik nog rookte, toonde ik de mensen soms hoe een eend rookt.

- Er is ook eend met appelsien, zoals bij Chardin.

Borremans: Ik hou van genreschilderijen, waarin elk beeld een volledige kosmos wordt. Een brioche van Jean Siméon Chardin bevat de hele wereld, een hele denkwereld. Een genrestuk van Jan Steen is natuurgetrouw. Bij Chardin wordt het generaliserend, veel meer dan bij Brueghel of Vermeer. Zo’n schilderij gaat niet over een jongen die zeepbellen blaast, maar over het leven, over de futiliteit en over het belang van futiele dingen. Ik probeer ook zoiets te doen… Ik weet niet of mijn werk emotioneel is, maar ik denk er graag zo over. Ik wil dat mijn werk romantisch is.

- Wat bedoel je met romantisch?

Borremans: Dat je er sporen van zielenroerselen in voelt. De schilderijen van Turner en Whistler. De Biedermeierperiode in Duitsland. Momenteel berust er een taboe op werk dat een emotionele werking heeft, maar ik hou er wel van, Caspar David Friedrich en zo, die nachtelijke taferelen, de volle maan…


Montagne de Miel, 27 oktober 2010