Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Vaast Colson - 2007 - Nog iets over Vaast Colson [NL, essay],
Tekst , 1 p.




__________

Hans Theys


Nog iets over Vaast Colson


Sinds het schrijven van de voorafgaande tekst heeft Colson natuurlijk niet stilgezeten. Graag zou ik hier een paar dingen beschrijven die ik de voorbije jaren heb gezien.
    In het kader van de tentoonstelling A Present Perfect, die in de lente van 2006 georganiseerd werd door Leon Vranken, maakte Colson een editie op 500 exemplaren die bestaat uit een minidisk waarop je hem tien leugens hoort voorlezen: Though A Lie Be Swift, The Thruth Overtakes It. Ten fibs I told as a child. Elke minidisk werd bevestigd aan een witte ballon, die bedrukt was met de tien leugens. Tijdens de opening las Colson de tien leugens voor met een heliumstemmetje en liet hij de 500 ballonnen tegelijk opstijgen door het losmaken van een oranje nylon touw dat door een gaatje in de zoldering de 500 boven het gebouw zwevende balonnen tegenhield. Bij de minidisks zat een kaartje waarop de vinder van de ballon uitgenodigd werd een foto van zichzelf op te sturen.
    Tijdens datzelfde jaar heb ik nog een prachtige performance van Vaast Colson gezien, die hij samen met Geert Saman had opgezet. De voorlopig definitieve werktitel was BoxingDay. Met kartonnen dozen die ze een maand lang hadden verzameld op de Meir bouwden ze op een plein voor de Antwerpse academie een schaalmodel van de Wiener Secession. De kartonnen dozen werden eerst in elkaar gestoken en toe gekleefd en nadien met lichtblauwe singels samengebonden, zodat ze pasklare muren vormden. Ook de koepel bestond uit samengesnoerde, kartonnen dozen en het plein was helemaal bedekt met opengevouwen exemplaren. Het was een prachtige sculptuur. Binnen dit gebouwtje werden enkele kunstwerken tentoongesteld die enkele weken eerder waren ontvreemd uit de academie, met achterlating van een uitnodiging voor Boxing Day. Er werd een vernissage georganiseerd en ik werd uitgenodigd een lezing te geven over de tentoongestelde werken.
    In september van datzelfde jaar kwam er een dubbeltentoonstelling met Dennis Tyfus in twee galerieën die zich in verschillende straten bevinden, maar waarvan Colson had ontdekt dat ze aan elkaar grensden. In de gemeenschappelijke muur werd een grote opening gemaakt zodat de bezoekers van de ene galerie in de andere konden wandelen. Colson bouwde een houten kiosk in Tyfus’ galerie (Stella Lohaus Gallery) en Tyfus toonde grote tekeningen bij Stella en een animatiefilm in Colsons galerie (Maes & Matthys). In de kiosk werden performances en optredens georganiseerd, die zichtbaar waren vanop een nieuw gebouwde mezzanino.
    Voor een tentoonstelling in 2007 snoerde Colson een gitaar vast aan een stalen steunzuil van het Hessenhuis. Tussen de gitaar en de zuil zat een op maat gesneden kussentje. De lichtblauwe singel liep onder de snaren door, klemde de gitaar stevig vast, en droop dan naar beneden. De titel van het werk luidde To retitle an object daily during the course ofa show. Links onder de gitaar hing een steeds dikker wordend stapeltje magnetische naamplaatjes met telkens nieuwe titels. Voor dezelfde tentoonstelling gaf Colson een lezing over Martin Kippenberger. De wachtende gegadigden kregen een nummer dat een volgorde bepaalde. Een voor een werden ze uitgenodigd in een paviljoen, waar Colson aan de hand van enkele boeken over Kippenberger uit zijn eigen bibliotheek een lezing over Kippenberger verzorgde die telkens werd aangepast aan de kennis en de vragen van de bezoeker. De boeken waren aangevoerd in een caddy met geruite opdruk en lagen uitgestald op een aluminium, opklapbaar picknicktafeltje. De duur van de lezing werd bepaald door een vijftien beelden tellend filmrolletje. De bezoekers werden uitgenodigd vijftien beelden te kiezen, die door Colson werden gefotografeerd als ‘catalogus’ van de ontmoeting. Zodra het filmpje volgeschoten was, was de lezing gedaan.
    Omstreeks dezelfde tijd toonde Colson de prachtige, sculpturale verwerking van Helena: The Paintings Martin Couldn’t Paint Anymore. De schilderijen werden opgestapeld en ingesnoerd met lichtblauwe singels en opgeborgen in een prachtig, openschuivend en openklapbaar meubel dat luistert naar de naam Helena Sculpture. Als je het openschuift verschijnen er twee zitbanken en een tafel, waarvan het blad een reliëf draagt waarin alle lijntekeningen van de schilderijen gecombineerd worden. Toeschouwers kunnen in de banken plaatsnemen en een afdruk rubben. Als je het meubel openklapt zie je de ingesnoerde schilderijen. Het meubel, dat in bewaring werd gegeven aan het Muhka, mag maar één keer per jaar geopend worden: op de verjaardag van Helena.


Montagne de Miel, 17 oktober 2007