Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Anne-Mie Van Kerckhoven - 2012 - Latent en sluimerend [NL, interview],
, 2 p.




__________

Hans Theys


Latent en sluimerend
Over de tekeningen van Anne-Mie Van Kerckhoven



De tekeningen van Anne-Mie Van Kerckhoven (1951) traden voor het eerst opnieuw op de voorgrond in 2008, naar aanleiding van haar solotentoonstelling Nothing More Natural in het Brusselse kunstencentrum Wiels. In Ronny Delrues boek Het onbewaakte moment (2011) vertelt ze hoe de directeur van Wiels, Dirk Snauwaert, erop had aangedrongen heel veel tekeningen te tonen, ook al hadden tal van mensen haar jarenlang afgeraden haar tekeningen tentoon te stellen, omdat ze er ‘ongemakkelijk’ van werden of omdat het de verzamelaars in de war zou kunnen brengen. Toen ik Van Kerckhoven vroeg of ze een tekening voor dit boek wilde voorstellen, dacht ze meteen aan Slow Brain Kinetics uit 2009, omdat er ‘een speciaal verhaal mee verbonden was’. Ik vroeg haar naar dit verhaal.

Anne-Mie Van Kerckhoven: ‘In 2009 kreeg ik de kans twee wetenschappers te ontmoeten. Een van beiden hield zich bezig met nucleaire geneeskunde en vertelde mij onder meer over spontane beeldvorming in de hersenen van mensen die verslaafd waren aan cannabis. Gelijkaardige beelden kunnen ook opduiken bij mensen die niet verslaafd zijn, bijvoorbeeld bij kunstenaars die op een compulsieve manier met iets bezig zijn. Hij vertelde me ook dat het brein van compulsief creatieve mensen verslaafd is aan ‘novelty seeking’. Terwijl hij dit vertelde, nam ik notities, zoals ik al mijn hele leven doe als ik boeken lees of naar boeiende mensen luister. Ik noteer dan dikwijls gewoon woorden of zinswendingen die goed klinken, die ik mooi vind of die ik niet snap, maar mij wel intrigeren. Het maken van Slow Brain Kinetics gebeurde met enkele van deze woorden. Ik tekende er voorwerpen en losse elementen rond, heel organisch.

    Na een paar dagen vond ik het geheel te onsamenhangend, een rommelige mandala, en ik herinnerde mij opeens een opmerking van iemand die mij ooit vertelde dat ze in mijn tekeningen zag hoe ik begaan was met de manier waarop een interieur zich aan mij manifesteert, hoe mijn composities daarover spraken. Zo kwam ik op het idee lijnen toe te voegen die de binnenkant van een interieur voorstellen, een soort van “stage” voor de dingen die erin gebeuren. Weet je, het gaat mij meer om het tekenen dan om de tekening. Tekenend schep ik een soort van alternatieve orde, ik hou ervan een aantal zaken binnen de rechthoek van een blad papier onder te brengen. Eigenlijk is dat een belangrijke, maar tegelijk ook een luchtige zaak.

    Toen de bewuste wetenschapper de tekening voor het eerst te zien kreeg tijdens een tentoonstelling zei hij dat het vreemd was, maar dat ik visueel had uitgedrukt wat de hiërarchie van de ideeën en betekenissen binnen zijn essay waren. Hij verwonderde zich erover dat ik het zo goed begrepen had, omdat het tamelijk abstracte materie was. En dit terwijl ik niet echt verstandelijk hoogte had gekregen van de kern van de zaak. Ik had niets begrepen, was daar ook niet echt mee bezig. Ik onderging gewoon wat hij aan het zeggen was. Ik heb alleen maar intuïtief op de voor mij aantrekkelijke zwaartepunten van zijn uiteenzetting gereageerd om er daarna wat in de vorm van een tekening mee te spelen. Ik krijg er vandaag nog kippenvel van. Ik vond dat een heel sterk moment. Je moet weten: zo’n man kent de woorden “mandala” of “sjamaan” niet, het ligt niet voor de hand elkaar te begrijpen.

    Het vreemde is, dat ik als kind alles onthield. maar allemaal op hetzelfde hiërarchische niveau. Ik wist niet dat je dingen kon verwerken, plaatsen. Daarom had ik mezelf geleerd dingen die mij dwarszaten volledig te vergeten. Mijn tekeningen hebben altijd iets te maken gehad met een manier van ordenen, van rust brengen in wat latent betekenis geeft, maar sluimert. In die context was mijn ontmoeting met die wetenschapper en zijn moment van herkenning een cruciale ervaring.’


Montagne de Miel, 10 juni 2012