Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Brian Calvin - 2015 - Schijnbare herhalingen [NL, review],
, 2 p.




__________

Hans Theys
 

Schijnbare herhalingen
Enkele woorden over Brian Calvin


Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling stuit ik op twee vooraanstaande schilders die elk uit een andere richting vanachter een paviljoentje van architect Kris Kimpe tevoorschijn komen. Deze paviljoentjes, met hun enigszins verschillende interieurs, werden gebouwd om intieme ontmoetingen met kunstwerken mogelijk te maken, aldus directeur Phillip Van den Bossche. Ik vind het jammer dat er dan geen banken in staan, zoals vroeger in musea gebruikelijk was. Door de aanwezigheid van deze bouwsels kwam het echter dat ik plots oog in oog kwam te staan met twee sip kijkende vaderlandse kunstschilders. We stonden even in stilte naar elkaar te kijken. En toen zei een van hen: ‘Ik vraag mij af waarom iemand het de moeite heeft gevonden om al deze schilderijen helemaal naar België te brengen om ze aan ons te tonen.’ En de tweede voegde eraan toe: ‘Transport, verzekeringen, ruimte, tijd, al die moeite, waarvoor eigenlijk?’ Ik beloofde hen dat ik het zou vragen aan artistiek directeur en curator Phillip Van den Bossche.
 

Schijnbare herhaling

Phillip Van den Bossche: ‘De tentoonstelling is een coproductie die tot stand kwam in samenwerking met Le Consortium in Dijon. Voor mij is ze een voortzetting van een tentoonstelling die ik maakte met Koenraad Dedobbeleer over de herhalingen in het werk van Jean Brusselmans. De werken van Calvin worden trouwens geflankeerd door een sculptuur van Dedobbeleer en zeezichten en andere schilderijen van Raoul De Keyser en Jean Brusselmans. Enkele maanden terug, in de tentoonstelling over de zee (de hommage aan Jan Hoet), hebben we ook een werk van Alex Katz getoond, waar Calvins werk mee verwant is. Wat mij fascineert in het werk van Calvin, is hoe een doek ontstaat en wat er al schilderend allemaal gebeurt. Wat er op een doek te zien is, interesseert mij niet, wel hoe het in elkaar zit. Persoonlijk val ik voor idiosyncratische posities en kunstenaars die zogenaamd steeds hetzelfde schilderen, maar eigenlijk steeds iets anders. Onlangs keek in Londen naar de portretten van Goya en bedacht ik een fictieve theorie over de betekenis van de handen in die portretten. Als hij iemand schildert die dicht bij hem staat, schildert hij de handen niet, omdat die veel meer vertellen dan de houding of het gezicht. De koning heeft de meest afschuwelijke handen. Wel, zo kijk ik ook naar de schilderijen van Calvin: zoekend naar minieme, verhalende verschillen, bijvoorbeeld een reflectie in een oog die een landschap binnen een landschap creëert of twee zeezichten die hij op nagels geschilderd heeft.’

Op de website van Mu.ZEE vinden we een tekst van Anne Prentnieks, die aanvat met de volgende paragraaf: ‘Nu de socialmedia-moeheid misschien eindelijk het ongebreidelde narcisme van pakweg een decennium aan statusupdates kan temperen, kristalliseren de nieuwe werken van Brian Calvin de onvermijdelijke malaise van een acuut zelfbewuste generatie. Zijn scherpzinnige schilderijen baden in het licht, overgoten met felle kleuren zoals overbelichte foto's.’ Scherpzinnige schilderijen die in het licht baden en ‘overgoten’ zijn met kleuren? Zou deze tekst slecht vertaald zijn? We weten het niet en we hebben geen zin om het na te gaan.
 

Platte schilderijen

In één klein schilderijtje uit 1997 zien we dat Calvin een schilderij kan opbouwen met losse, modelerende toetsen. Daarom gaan we ervan uit dat hij opzettelijk zo plat ‘schildert’. In België werd dit bijna honderd jaar geleden al gedaan door Magritte. Onder meer door een tekst van Irène Hamoir weten we dat hij dit opzettelijk deed en als een provocatie beschouwde. Allicht moeten we Calvins schilderijen op dezelfde manier beschouwen: als opzettelijk plat, lelijk, slecht geschilderde beelden. Alsof iemand foto’s zou maken met verf. En zo lijkt Prentnieks ook naar dit werk te kijken: alsof we te maken hebben met een beeldende sociologische studie. Ah! Sociologie! Sociale media! Selfies! De drie s-en van stompzinnigheid, saaiheid en sufkoppen oftewel de puberale, eindeloze verveling die voorafgaat aan de ontdekking van de oneindige mogelijkheden van de vorm en aan het besef van de bespottelijke beperktheid van onze kennis, die nog zoveel avonturen mogelijk maakt. We zouden er zelf moe van worden, als er niet nog zoveel werk was.
 

Montagne de Miel, 11 november 2015