Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Dirk Braeckman - 2012 - Een teder cipier [NL, interview],
, 4 p.




__________

Hans Theys


Een teder cipier
Enkele woorden over de foto’s van Dirk Braeckman


Zoals vrijwel de volledige Nederlandse literatuur zich binnenskamers afspeelt, lijkt het alsof de hedendaagse fotografie in Vlaanderen een hele tijd geobsedeerd was door gevels en behang. Vooral voor mensen die afkomstig zijn uit landen die nog niet helemaal naar de verdoemenis geholpen zijn en waar het woord natuur nog lijkt te verwijzen naar iets dat werkelijk bestaat, moet dit soort amechtige fotografie wel heel vreemd lijken. In het werk van Dirk Braeckman (°1958) lijkt die dodelijk vermoeide blik een weinig opbeurend eindpunt te vinden, onder meer door het welbekende weerkaatsende flitslicht dat de claustrofobie absoluut lijkt te maken. Eigenlijk gebeurt echter het omgekeerde: in de weerkaatsing van het flitslicht toont zich de fotograaf, terwijl hij zich terugtrekt. De glans doorboort het zwart en maakt plaats voor de bijzondere blik van een opgesloten man, van een man die zich tracht vrij te vechten, maar tegelijk de vrijheid vreest.

Ik had nooit een echte foto van Braeckman gezien tot ik in 2008, wandelend door Chelsea, een prachtige foto zag in het etalageraam van de Robert Miller Gallery. Overdonderd stapte ik de galerieruimte binnen en maakte ik kennis met de tederste foto’s die ik ooit had gezien, waarbij de tederheid niet afleesbaar was uit het onderwerp van de foto’s, maar uit de prachtige afdrukken met warme, verglijdende grijzen. Sommige monochrome schilderijen zweven als vlak, als voorwerp of als wemeling voor de muur. Andere slaan er een diepe, wijkende opening in. Dit is wat hier gebeurde. De beelden leken hard, maar de afdrukken waren teder.

Wie met Braeckmans foto’s uitsluitend kennismaakt in een tijdschrift of boek, mist de onvoorstelbare tederheid van sommige grijzen, de geheimzinnige wijkende ruimte die je uitnodigt in zijn beelden te verdwijnen en de harde, massieve vlakken die door hun ondoordringbaarheid en hun contrast met andere partijen een schilderkunstige, picturale diepte oproepen. Daarom is het goed de lezer eraan te herinneren dat hij of zij in een publicatie geen echte foto van Braeckman ziet, maar een reproductie ervan en toon ik op deze pagina een foto die werd gemaakt tijdens de ophanging van de tentoonstelling Xanadu in 2010. Braeckman stemt in met de publicatie van deze foto om dezelfde reden als de hierboven genoemde.

Hij geeft zijn foto’s geen narratieve titels, maar codes. In dit geval is dit CB-286-93. Het werk meet 80 bij 80 cm en is de uitvergroting van een zwart-wit negatief (Pan F Ilford 25 ASA), dat werd gemaakt met een Hasselblad op basis van een gewone Polaroidfoto (SX-70) De print werd aanvankelijk afgedrukt op barietpapier, maar later ook digitaal op Ilford multigrade mat. Ik vind het een prachtige foto en nodigde Braeckman uit hem toe te voegen aan de tentoonstelling Xanadu, omdat de foto zo atypisch lijkt: omdat ze een andere Braeckman lijkt te tonen. Vandaag vroeg ik hem iets over deze bijzondere foto te vertellen.

Braeckman: Je weet dat ik meestal weinig vertel over de beelden op zich, maar toevallig is dit een sleutelwerk. Het is een overgangswerk tussen mijn oude en mijn huidige werk. Omstreeks hetzelfde moment heb ik ook een foto gemaakt van de kruin van een vrouwenhoofd (E-101-92, 80 x 80 cm). Beide foto’s zijn sleutelwerken. Voordien was de blik van de geportretteerde persoon heel belangrijk. Je zou kunnen zeggen dat mijn werk nadien minder fotografisch is geworden in die zin dat de blik van de geportretteerde is verdwenen. Het gezicht van de persoon is hier nog aanwezig, maar het is flou, je weet niet waar de blik op is gericht. De foto is flou omdat de persoon snel naar mij toekwam. Je weet niet met welke bedoeling. Het lijkt wel een aanval. Sommigen vermoeden dat het niet om een vrouw gaat, maar om een verklede man. Maar dat is niet belangrijk. De persoon is niet meer herkenbaar en wordt zo een personage. Sinds die periode (1992-1993) zijn mijn foto’s mysterieuzer geworden, denk ik. Ze doen meer denken aan schilderkunst. Het gaat niet meer om de anekdote of de blik, maar om vorm en vlakverdeling. Het is een foto die een grote invloed heeft gehad op mijn ontwikkeling.

- Toen ik je vroeg enkele beelden voor te stellen voor deze publicatie, bezorgde je mij onder meer F.E.L.S.#1-2010, een beeld dat je in de lente van 2010 maakte in het Zuid-Franse kunststadje La Ciotat. Wat mij opvalt aan deze foto, die we tijdens ‘Xanadu’ heel groot hebben getoond (450 x 300 cm), is dat hij krachtig blijft op heel klein formaat en dat hij zich misschien heel goed leent om je werk te vertegenwoordigen in een boek. In de grote versie was ik getroffen door het erotische beeld dat je al wandelend hebt aangetroffen, alsof je eigen werk zich aan je vertoonde in de natuur, maar in de kleinere versie valt op hoe de hemel tussen beide rotsen een bijna massief, autonoom vlak wordt. Ervaar jij dat vlak als een grijze diepte, of ook als een gesloten vlak?

Braeckman: Ja, de meeste mensen zien die foto als mijn ‘Origine du monde’, ze zien in de eerste plaats een erotische connotatie. Maar als je naar de grijze achtergrond kijkt, ervaar ik die inderdaad in de eerste plaats als een dichte wand, als een decor dat een fotograaf plaatst achter een tafereel. Dat komt natuurlijk doordat de lucht zo donkerblauw was en zo egaal: dat er zich geen enkel wolkje in bevond. Maar tegelijk biedt die abstractie ook een vorm van oneindigheid. Ik hou van dat heen en weer springen van iets vlaks naar iets dat drie dimensies heeft. Je ziet een vlak, maar dan lijk je er ineens doorheen te kunnen kijken: het flikkert.

- Eigenlijk heb je ook zoiets gedaan met je foto van het koningspaar. Ze lijken op één foto te staan, maar tegelijk bevinden ze zich op twee verschillende foto’s. Je ziet dat het geen in tweeën geknipt landschap is. De foto heeft iets magisch, maar ik zie niet hoe je het hebt gedaan.

Braeckman: De foto’s zijn inderdaad na elkaar genomen. Eigenlijk staan de koning en de koningin op exact dezelfde plaats. Alleen heb ik zelf twee verschillende standpunten ingenomen, met ongeveer een meter tussenruimte. Daardoor vloeit het landschap ineen. Ik had dat eerst uitgeprobeerd met een stand-in, en het werkte. Het is een eenvoudig trucje, maar juist door die eenvoud is het zo magisch. Het verwijst ook naar oude schilderijen, waarin vaak met perspectief geëxperimenteerd werd.


Montagne de Miel, 2 juli 2012