Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Emilio López-Menchero - 2014 - Cabezudo! [NL, essay],
Tekst , 2 p.




__________

Hans Theys


Cabezudo!
Over een project van Emilio López-Menchero


Ik ontmoet Emilio López-Menchero (°1960) op een ochtend in een vorstelijke drankgelegenheid waar we koffie en croissants gebruiken die worden aangevoerd door zijn metgezel, de architect Christine Tossens, met wie hij enkele uren later zal afreizen naar de Verenigde Staten, waar ze een aantal huizen van Frank Lloyd Wright gaan bezoeken. López-Menchero is een zachtaardig, geestdriftig man. Als een bevlogen ambassadeur van zichzelf dompelt hij je onder in zijn wereld, die zich als een maalstroom afspeelt rond een zoektocht naar een tastbare of zichtbare identiteit. Zijn werk is veelvormig. Hij creëert ruimtelijke interventies, verzorgt performances, maakt foto’s van zichzelf vermomd als beroemd persoon (Frida Kahlo, Picasso, Balzac, Rrose Sélavy), hij schildert en hij tekent. Hij studeerde architectuur en plastische kunst.
López-Menchero’s vorming als architect beïnvloedt zijn volledige oeuvre, maar niet vooraleer zijn leermeester Jean Glibert hem ervan overtuigde ‘dat je met de schilderkunst buiten de lijst kon treden en ingrijpen in het stedelijke weefsel’ (Hans Theys, Focus, Snoeck, 2012, p. 157). Een centraal gegeven in zijn werk is het handboek Bauentwurfslehre van de architect Ernst Neufert, dat gebaseerd is op het idee van een ‘standaardman’ op wiens afmetingen alle maten voor meubels en huizen gebaseerd worden. In het werk van López-Menchero keert deze ‘standaardman’ terug in steeds wisselende gedaanten, waaronder de gezichtsloze reuzenpop M. Le Géant, die gemaakt werd voor de stad Ath. ‘Ik wilde graag meelopen met de officiële stoet,’ vertelt López-Menchero, ‘maar dat kon niet omdat mijn pop “geen geschiedenis had”, zo vertelden ze mij. “En bovendien is het een Spaanse pop”, voegden ze eraan toe. Ah, mijn pop heeft dan toch een geschiedenis! merkte ik op. Maar ik mocht niet meedoen.’
            Emilio López-Menchero is geboren in Mol. Zijn ouders kwamen uit Spanje. Wanneer het gezin naar Wenen verhuist, vervolgt hij zijn studie aan het Lycée français. Vandaag spreekt López-Menchero vijf talen, maar ‘allemaal slecht’, zegt hij lachend. Het thema van de identiteit, waaraan zijn gehele oeuvre gewijd is, is niet gebaseerd op een intellectuele pose, maar op een dagelijks ervaren werkelijkheid.
            Onlangs werd López-Menchero uitgenodigd om samen met de anders denkende residenten van vier instellingen een artistiek project vorm te geven. Terugdenkend aan de reus die hij voor Ath maakte, stelde hij voor grote hoofden te maken. Hij liet zich daarbij inspireren door de Spaanse traditie van de ‘cabezudo’, de ‘grote hoofden’ die in bepaalde streken tot de folklore behoren. Op dit ogenblik zijn de hoofden klaar en werd er al een optocht georganiseerd. Het maken van deze hoofden was een avontuur. Eerst probeerde López-Menchero de deelnemers een beetje vrijer te maken. Zo werd er bijvoorbeeld gewerkt in een tent in de tuin in plaats van in de gebruikelijke, vensterloze ruimten. Er waren ook veel mensen die elkaar voor het eerst zagen, omdat ze normaal gezien gescheiden worden door verschillende dagindelingen. Er werden bakstenen en anderhalve ton klei aangevoerd. De bakstenen werden opgestapeld en bekleed met klei. De klei werd geboetseerd tot masker. De maskers werden beplakt met papier, dat nadien losgetornd werd en voorzien werd van een draagstructuur die op de schouders rust. Eén vrouw maakte een overtuigend zelfportret, een andere liet vreemde vormen uit de oren van haar masker komen, bij een derde persoon kwam er een duivelskop tevoorschijn uit een voorhoofd. Zo ontstonden er twintig verschillende hoofden. ‘Het is dubbel,’ vertelt Christine Tossens, ‘door de maskers worden de verschillen tussen de verschillende deelnemers uitvergroot, maar omdat ze allemaal verborgen zijn worden ze weer gelijk.’ ‘Omdat je hen niet kan zien, kunnen ze om het even wie zijn,’ voegt López-Menchero eraan toe. ‘Het mooiste aan de optocht die we al hebben gehouden, was het besef dat deze mensen zich trots en zonder gêne in het middelpunt van de belangstelling konden plaatsen. Dat was een fijn gevoel.’


Montagne de Miel, 31 december 2014