Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Hugo Heyrman - 2011 - Heel schoon [NL, essay],
Tekst , 1 p.




__________

Hans Theys


Heel schoon
Enkele woorden over Hugo Heyrman



Vandaag is Hugo Heyrman (°1942) in de eerste plaats schilder en bezieler van de Belgian Synesthesia Association. Af en toe kan je schilderijen van hem zien in De Zwarte Panter. In de jaren zestig was hij ook bekend als happening-man, maker van magische voorwerpen en strateeg. (Een van de happenings die hij realiseerde, was het bouwen van een barricade met langwerpige ijsblokken, samen met Panamarenko.)
De mooiste beschrijving, mij bekend, van wat een happening zou kunnen zijn, werd door Anny De Decker opgetekend uit de mond van Heyrman: ‘Niet iedere schilder of beeldhouwer zal ertoe komen aan happening te doen. Degene die wel aan happening doet, is volgens mij degene die zich bewust is van wat rond hem gebeurt en die de noodzaak voelt meer te doen dan alleen maar in zijn atelier te werken… Met happening is het anders: als de mensen u bezig zien, zeggen ze wel, dat is kinderspel, dat is onzin, maar juist dat onzinnige heeft een indruk op hen gemaakt, het zal in hun hoofd blijven hangen, ze zullen er daarna nog over denken, en misschien zullen ze tot de overweging komen dat het allemaal toch niet zo onzinnig is. De kunst moet naar de mensen gebracht worden en happening is daar het medium voor.’
Hugo Heyrman heeft niet alleen een degelijk denkraam, hij heeft ook ballen aan zijn lijf. Een van de eisen van de kunstenaars in de jaren zestig, was dat hun werk ook aan bod zou komen in musea. Ten gevolge van deze eis werd vanaf 1970 in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten een reeks tentoonstellingen georganiseerd met werk van hedendaagse kunstenaars als Raoul de Keyser, Jef Geys en Jacques Charlier.
Een solotentoonstelling met werk van Hugo Heyrman wordt in 1971 op de valreep afgelast, omdat de conservatrice zich niet met het voorgestelde werk kan verzoenen. Eigenlijk vindt ze dat er te weinig werken zullen zijn, dat ze te donker zijn en dat er iets aan de muren moet hangen. Heyrman, die drie zwarte mobielen wilde ophangen, weigert zijn plannen aan te passen.
In een interview met Piet Sterckx verklaart hij: ‘Mijn bedoeling was een ruimte te creëren; een gedachtewereld gestalte te geven… Men kan van mij toch niet verlangen dat ik een retrospectieve zou houden? Ik wil geen tentoonstelling maken uit mijn voorraad werk. Ik wil met iets actiefs, hedendaags uitkomen. Mijn voorganger heeft de muren propvol gehangen. Waarom zou ik die muren dan niet eens kaal laten en ruimte maken met drie mobielen? Wat ik wou maken was heel schoon. Men zou vergeten dat het om een neutrale ruimte in het museum ging, met de doffe sfeer van een donkere zaal in het gerechtshof of een station. Ik wou dat er iets ging gebeuren binnenin de wereld van de bezoeker. Het object heeft geen waarde als er geen actie van uitgaat. Ik neem het de museumdirectie niet kwalijk wanneer zij dat niet begrijpt. Maar dient men al wat men niet begrijpt te verbieden?’


Montagne de Miel, 26 september 2011