Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Jan Van Imschoot - 2008 - Zwangere woorden, gemaakt van verf [NL, interview],
, 5 p.




__________

Hans Theys


Zwangere woorden, gemaakt van verf
Gesprek met Jan Van Imschoot



Momenteel zijn er in de Brusselse galerie Baronian-Francey zes schilderijen te zien van Jan Van Imschoot. In een bijgaande, voor de pers bestemde tekst, legt de schilder uit hoe we naar zijn werk kunnen kijken. De schilderkunst is voor hem een medium dat bij uitstek geschikt is om verschillende betekenislagen door elkaar te vlechten en banden te slaan met andere talen en media. De picturale ruimte van het schilderij (de fictieve diepte die ontstaat door het al dan niet voor elkaar schuiven van transparante en opake kleurvlakken) wordt gebruikt als een ontmoetingsplek waar verwijzingen en betekenissen worden opgeroepen en verborgen en waar de misleide en verleide toeschouwer wordt uitgenodigd zijn eigen duit uit de buidel bij te dragen. 

De zes schilderijen in Brussel zijn gebaseerd op een aantal foto’s van volwassen mannen die kinderen door de lucht gooien. In de jaren veertig beschouwden sommige gestudeerde personen dit als een geschikte manier om het gevoel voor fysiek en mentaal evenwicht bij kinderen aan te scherpen. De afbeeldingen van de mannenfiguren en rondzwierende kinderen werden aangebracht voor een achtergrond waarop een cirkel met kruis te zien is (‘een waterrad als symbool voor kracht of machtsmisbruik’) die aan een volgspot in een circus doet denken. Snel geschilderde, soms in tal van toetsen uit elkaar vallende kleurstrepen zetten het beeld vast en creëren een picturale omgeving (zoals de zogenaamde ‘kooien’ bij Bacon). Kleurvlekken, bijvoorbeeld linksonder op het schilderij, zwevend voor een broekspijp, maken het beeld nog dieper, maken er een ‘schilderij’ van: dooreengevlochten kleurvlakken, waarvan sommige herkenbare voorwerpen voorstellen, maar waarbij het figuratieve zich nooit voordoet als iets anders dan een laagje verf op een doek. Het schilderij, voor deze schilder, is een zwanger woord gemaakt van verf, een woord dat zolang nazindert, dat we bij het uitsterven van zijn klank al gaan twijfelen aan onze eerste indruk. Gelukkig hebben we het neergeschreven, in onze eigen hanenpoten, maar hoe meer we het bestuderen, hoe meer het geneigd is te veranderen in een bevroren draakje, in een zotte wandeling van enkele stokjes, in een ander woord, dat we nog niet herkennen of begrijpen. 

Mijn eerste kennismaking met het werk van Jan Van Imschoot vond plaats dankzij de S.M.A.K.-catalogus, met wondere beelden en mooie, spitsvondige en grappige teksten van Peter Verhelst, Rolf Quaghebeur en Jean Némar (een pseudoniem van de kunstenaar). Vandaag blader ik door het prachtige boek The Testimony of a Barking Dog. Wat een boeiend werk! Een beetje baldadig, zou de dichter Michel Bartosik gezegd hebben. Maar toch. Eindelijk een kunstenaar die met nog iets anders bezig is dan met het maken van kunst! Al is het niet zo duidelijk waarmee dan wel. Gelukkig maar… Hier en daar herken ik schrijvers die mij dierbaar zijn, zoals Léautaud. Of de handen van Camille Paglia. En vele andere zaken, die u het best zelf ontdekt. 

Ik bevind mij in het atelier van de kunstenaar, waar ik kennis maak met een reeks grote schilderijen die door hun opzet een meer gevulde, meer genereuze, zowel schilderkunstige als literaire indruk op mij maken. Elk schilderij toont een interieur waarin een projectie van een film van Buñuel te zien is. Althans, dat denk ik, omdat ik Catherine Deneuves gezicht herken en haar houten poot en Fernando Rey (lang geleden een van mijn lievelingsacteurs). Door de scheve projecties ontstaan schilderijen binnen het schilderij, kantelende vlakken die een picturale ruimte creëren. In één beeld hangt Deneuves vlecht over een fauteuil die zich in het interieur bevindt. Elders keert, zwevend voor een verwarmingselement, een rode ruit terug, herinnerend aan het motief van een tapijt in een ander schilderij. 

- Als je spreekt of schrijft over schilderijen, spreek je over ‘beelden’. Tuymans doet dat ook. Swennen houdt niet van het woord ‘beeld’, omdat het lijkt te wijzen op een instemming met de akelige gewoonte schilderijen te reduceren tot beelden of tot betekenissen. 

Jan Van Imschoot: Dat wist ik niet. Ik gebruik het woord in de betekenis van ‘beeldende kunst’. Ik werk met beelden, of met beeldverhalen. Ik ben een verteller van verhalen. Het gaat wel om verhalen die je enkel door middel van schilderijen kan vertellen, natuurlijk. Alleen in een schilderij kan je deze vreemde ontmoeting tussen de cinema en het burgerlijke interieur laten plaatsvinden. De interieurs zijn gebaseerd op foto’s uit een tijdschrift waarin wordt getoond hoe je een modern interieur kan combineren met antieke meubelen. De filmstills komen uit Tristana en Belle de jour

- De schilderijen in Brussel zijn op een visuele manier omlijst met een witte, onbeschilderde boord, die je tijdens het schilderen hebt afgeplakt met tape. In deze schilderijen krijg je een kader-effect door de zwenkende plaatsing van de filmschermen. 

Van Imschoot: Ik gebruikte die witte kaders vroeger om aan te geven dat het beeldmateriaal niet van mij was. Hier vond ik dat niet meer nodig. Ik vond het belangrijker op een visuele en een schilderkunstige manier te wijzen op het gemeenschappelijke van de cinemataal en de schildertaal. De cinemataal heeft meer met schilderkunst te maken dan de fotografie. De kijker krijgt hier de functie van een camera. Als je bijvoorbeeld naar dit schilderij kijkt vanuit de rechterhoek, lijkt het alsof je naar een neutrale, lege kamer kijkt. Je focus verplaatst zich naar het interieur. Als je vanuit de linkerhoek kijkt gaat je aandacht meteen naar de filmprojectie en zie je bijna ongewild een intieme scène, waarin twee mensen zich klaar maken om samen seks te hebben. De vrouw stroopt een kous naar beneden. De toeschouwer van mijn schilderij wordt voyeur. Buñuel was heel sterk in het filmen van dit soort scènes, bijvoorbeeld als hij inzoomt op het kamermeisje dat in Journal d’une femme de chambre de veters van haar schoenen strikt. Bij sommige schilderijen, waar de projectie een close up bevat, gaat het interieur op een poppenhuis lijken. Zowel in de cinema als in schilderijen kan je spelen met dit soort schaalwijzigingen. In een van deze schilderijen heb ik bijvoorbeeld een papiermand toegevoegd die de Franse kleuren heeft en de vorm van een scheepsschoorsteen. 

- In datzelfde schilderij treffen we voor een realistisch weergegeven verwarmingselement een schijnbaar zwevende rode ruit aan die afkomstig lijkt van een tapijtmotief uit een ander schilderij uit de reeks. 

Van Imschoot: (Lacht.) Het zou een map kunnen zijn die op een tafeltje ligt, alleen heb ik het tafeltje niet geschilderd. 

- En dit fraaie, maar onooglijke zwarte vlakje. 

Van Imschoot: Dat was de finishing touch. Het vlakje kreeg bijna per toeval een bootvorm. Zo, zwevend voor dat efemere lichtblauw, wordt de vloer er concreet door

- De schilderijen van deze reeks zweven eigenlijk telkens voor een dun geschilderde achtergrond. Hier is die lichtblauw. In het schilderij van de slaapkamer bestaat de bedsprei uit een zachtjes waaierende reeks verticale kleurvlakken die op een massieve manier voor een bijna transparante, groene achtergrond zweven. Net zoals in het schilderij met de uitgedroogde lijken van twee schilderende broers dat je mij zonet toonde, wier gezichten uiteen vallen in disparate, vette kleurtoetsen die voor een dun aangebrachte, lichtgroene fond dansen. 

Van Imschoot: Elk schilderij van deze reeks heeft een anders getinte achtergrond gekregen, altijd aangebracht op dezelfde, transparante manier, aangelengd met veel medium. Als ik dat niet doe en de achtergrond wit laat, krijg ik een ongewenst Rik Wouters-effect. De ondergrond zorgt er ook voor dat het schilderij één geheel vormt. 

- In de rechterbovenhoek van het schilderij met de zwevende rode ruit zien we vreemde, balkvormige slagschaduwen op de zoldering. En uit een stoel tuimelt een heel vreemde, stijve schaduw, die lijkt plaats te nemen in de ruimte…

Van Imschoot: De schaduwen in de linkerbovenhoek wijzen erop dat het interieur een set is, een decor, maar eigenlijk zijn het ook elementen die het beeld vastklikken, die de compositie doen kloppen. 

- En dan vertel je een verhaal?

Van Imschoot: Een jaar of twintig geleden zag ik hier in Gent een tentoonstelling met markttaferelen van de zestiende-eeuwse schilder Joachim Beuckelaer. Die schilderijen hebben mij enorm aangegrepen door de manier waarop ze verschillende lagen van de werkelijkheid dooreen vlochten. Allereerst heb je het schilderij zelf, met zijn technieken, dan heb je de realistische elementen, zoals de kleren van de mensen, de gebruiksvoorwerpen en de waren die ze verkopen zoals vis of groenten of fruit, dan krijg je de erotische betekenissen van dat fruit, maar ook mogelijke verwijzingen naar de politieke en economische omstandigheden, de religieuze kwesties van die tijd en de daaruit voortvloeiende godsdienstoorlogen… De zorgzame, materieel gerichte Martha, die verwijst naar de katholieke verzorgingsinstituten, en de luisterende Maria, die verwijst naar het protestantse geloof in de helende kracht van het woord… Een vrouw die haar vinger in een zalmmoot steekt… In die tijd gingen de mannen samen pijprokend voor een schilderij zitten en probeerden ze de beelden te lezen. Verwees die rijpe peer niet naar prostitutie of overspel?
In de tentoonstelling in Brussel heb je dat Rockefeller-verhaal over het heilzame rondzwieren van kinderen, maar ook de machtssymbolen op de achtergrond en de vlekken op de voorgrond: drie verhalen die elkaar tegelijk bevestigen en ontkrachten, net zoals de nageschilderde interieurs in deze schilderijen ineens deel lijken uit te maken van de cinema, terwijl de geprojecteerde filmbeelden schilderijen lijken te worden… 
Ik ben een verteller. Ik gebruik zowel beelden als woorden om mijn verhaal te vertellen. Ik hou van het werk van Tuymans, maar de manier waarop hij het beeld ziet is anders. Dat is mijn wereld niet. Hij probeert beelden en machtsbeelden te ontkrachten, maar tegelijk maakt hij ze ook heel verleidelijk door de kleur en de toets, soms door het beeld bijna te sausen. Bij de Nederlandse schilder Ronald Ophuis, die voor mij een van de beste schilders van de laatste twintig jaar is, zie je het tegenovergestelde: die maakt het beeld nog harder. Zijn manier van schilderen is droog, sec, hard opgezet. En hier en daar tref je in die harde beelden een menselijk element aan, waardoor ze nog harder worden, en tegelijk zachter. 

- Zoals een doosje Fristies, in dat schilderij met de twee jonge mensen in een duister park. 

Van Imschoot: Of een pakje Marlboro… Of de man in het schilderij De miskraam, die één hand teder op de dij van de vrouw laat rusten, met één lijntje aangezet, heel gevoelig…

- Ik vermoed dat je het fijn vond om dit slaapkamer-interieur te schilderen. 

Van Imschoot: Het was heel plezierig. Ik had nog nooit bloemen geschilderd, eigenlijk. Of zo’n transparante glazen pot die versierd is met rode, glazen rozen! Eigenlijk is het gewoon wat rood op een groene achtergrond, maar als je achteruit stapt komen de bloemen tevoorschijn… En dit servies! Ook heel fijn om te doen. En hier heb ik geprobeerd kussens te schilderen en het is nog gelukt ook!


Montagne de Miel, 20 november 2008


 

Naschrift van Jan Van Imschoot,

gedaan op 6 januari 2009

Beste Hans,

Net terug van vakantie, dus vandaar een late reactie op je vraag of ik voor mijn laatste schilderijen een projector heb gebruikt.

Het projecteren bij schilders, het blijft een heikel punt. Ikzelf, als geterpentijnde fundamentalist, projecteer nooit. Eigenlijk ben ik daar ook te lui voor. Ik schilder sneller dan het licht projecteren kan. Dit lijkt een boutade, maar het is zo. Ik ben nogal onhandig met toestellen, en mijn ongeduld zit mij behoorlijk in de weg om hulpmiddelen te gebruiken. En gelukkig maar, want de typische afwijkingen, zoals bijvoorbeeld scherpte en onscherpte van de fotografie, storen mij te veel en te vaak in de schilderkunst; mij lijken ze te dominant in de weg te zitten om de verbeelding binnen het schilderen zelf te ontwikkelen. De te ‘juiste’ vormen lijken mij dan ook het geschilderde verhaal in een steriele houding te vervriezen. Ik laat liever de combinaties in mijn hoofd rijpen, goed wetende dat al schilderend het verhalende beeld andere wendingen ondergaat. Het risico om te mislukken is daar dan ook reëel aanwezig, maar dit gegeven is voor mij mentaal broodnodig om niet in een lijnproductie terecht te komen. Elk schilderij heeft zijn eigen logica, en zo blijft het voor mij boeiend om die telkens weer te ontdekken en te beseffen dat het werk groter is dan ikzelf. Ik hoop dat ik hiermee een voldoend antwoord heb gegeven.

Met warme groeten,

Jan