Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Johan Gustavsson - 2011 - Tafels met één poot, miezerige kerstbomen en jeugdige theepotten [NL, interview],
, 7 p.




__________

Hans Theys


Tafels met één poot, miezerige kerstbomen en jeugdige theepotten
Over de tekeningen van Johan Gustavsson



Een buitenlichamelijke ervaring

Johan Gustavsson (°1978) tekent verlamde personages die opgesloten zitten in kleine ruimtes zonder frisse lucht. Tegelijk voelen we een afstand die ons eraan herinnert dat de tekenaar dit soort situaties heeft overleefd en in staat lijkt ze te overzien. ‘Een vriend wees mij erop,’ vertelde hij mij, ‘dat het perspectief van de tekeningen een buitenlichamelijke ervaring suggereert. Ik heb nooit zo’n ervaring gehad, maar de opmerkingen is mij bijgebleven.’ Soms maakt de tekenaar zelf deel uit van het tafereel, waaruit we kunnen afleiden dat hij niet volledig ontsnapt is. Dit herinnert ons aan Kundera’s opmerking dat de protagonisten van Kafka niet met hun eigen situatie kunnen lachen omdat ze zich binnenin de grap bevinden en niet, zoals de lezer, aan de buitenzijde ervan. De gezichtshoek van de tekenaar suggereert dat hij aan de claustrofobische omgeving is ontsnapt of althans wenst eraan te ontsnappen.


Een dienstbare vorm

De vorm van deze tekeningen lijkt zich terug te trekken. De lijnen worden op een bewuste en gevoelige manier ingezet, maar ze wensen niet virtuoos te zijn, ze evoceren geen niet-perspectivische picturale diepte, ze wensen geen autonome wereld te vormen: ze willen dienstbaar zijn. Samen, soms gecombineerd met een weinig kleur, trachten ze een tafereel op te roepen dat zich in een droomachtige bel lijkt af te spelen. Ze doen mij denken aan Tarkovski’s definitie van films als pogingen om bijzondere momenten op te sluiten in tijdscapsules die oneindig bezocht kunnen worden. Ik tracht mij taferelen voor te stellen die gecreëerd zijn door Ingmar Bergman, ontdaan van de prachtige belichting van zijn films, vrijgemaakt van kleur en elk ander overbodig element, ingekookt tot skeletten die onvatbaar zijn voor het verstrijken van de tijd. Filmpjes van Bergman die decennia na hun laatste projectie overleven dankzij benige tekeningen die iemand ervan heeft gemaakt.

In de tekeningen van Gustavsson lijken we gezinnen of groepjes vrienden te ontmoeten die versteende iconen van een vergankelijke wereld zijn geworden. Klokken zijn opgehouden met tikken, of blijven eindeloos aan ons knagen met hun zeurende vermalen van nooit gerealiseerde momenten van intimiteit.

Prachtige, asymmetrische composities. Prachtige, stopgezette tekeningen, met aarzelende, stroeve, soms langzaam verdwijnende lijnen, met heldere gestalten die soms vaag of warrig worden, met grappige kleurvlekken, met jeugdige theepotten, met afbeeldingen van hamertjes en fijne waterkraantjes, met stopcontacten die de ruimte definiëren, tafels met één poot, miezerige kerstbomen, droomachtige zomerhuisjes en vreemd zwijgende hoofdrolspelers.

Vaak roken deze helden sigaretten. Rook is een grappig onderwerp om te tekenen, vooral waar ze verondersteld wordt te verdwijnen, maar roken wijst ook op jeugdige rebellie, verveling, een zucht naar plezier, zichzelf een houding geven of zichzelf traag doden. Los daarvan kan een kunstenaar op een rookwolk de meest fantastische taferelen projecteren, Arabische nachten, donderende demonen of geestelijke ontmoetingen.

Wat beklijft is echter het gevoel in de nabijheid te toeven van een mens die dingen heeft meegemaakt en er op een terughoudende manier over bericht, vertrouwend op het besef dat de poëtische weergave van een mislukking zelf geslaagd kan zijn. We voelen ons opgelucht. We glimlachen. Soms lachen we. Als een understatement hilarisch kan zijn, dan wel in deze tekeningen. We ontmoeten een dandy die op een elegante manier onhandigheid ensceneert. We betreden een wereld van onaangename dromen, en we zijn blij dat we zijn ontsnapt. We ontmoeten de kunst in zijn meest elementaire vorm: berichtend over ervaringen, maar wel doorheen de fysieke aanwezigheid van een voorwerp. Want uiteindelijk moeten we toegeven dat ons onbehagen niet voortspruit uit de taferelen, maar uit de tekeningen. Hier wordt niets uitgedrukt, we worden in de eerste plaats geconfronteerd met vreemde artefacten, geschapen door een man die aan het leven is ontsnapt en erboven zweeft als een alziende geest.


Gesprek

- Zijn je tekeningen gebaseerd op bestaande beelden?

Johan Gustavsson: Ik gebruik foto’s uit mijn dagelijks leven door er elementen uit te plukken voor de tekeningen. De foto’s worden niet gekopieerd, maar benut als herinnering aan een situatie, een persoon of een voorwerp. Mijn tekeningen weerspiegelen geen echte situaties. Ze bevatten ook elementen die niet afkomstig zijn van bestaande beelden, maar uit mijn geheugen, en die toegevoegd worden op een in-tuïtieve manier.

Tekenen is een nauwgezet proces waarbij bestaande beelden gedistilleerd worden en gecombineerd met intuïtieve ingrepen. Mijn werken vloeien voort uit een handeling die gepaard gaat met een grote concentratie, bijna een meditatieve geestestoestand, waarbij ik het gevoel heb verbonden te zijn met alle dingen die ik ooit gezien, gehoord of ervaren heb. Intuïtie is de sleutel tot alle ervaring en kennis waarover we beschikken. Door deze concentratie of dat meditatieve proces kan ik mijn tekeningen verrijken met wetenswaardigheden waar ik mij zelf niet helemaal bewust van ben. Ik zie mijzelf niet als een kunstenaar die commentaar levert op politieke problemen. In plaats daarvan concentreer ik mij op wat ik in mijn hart en geest weet.

In deze tekening kom ik zelf voor. Ik hou van de voet die een organische vorm wordt. Het doet denken aan die andere onbepaalde vormen die je in mijn tekeningen kan vinden. Die vormen zijn plotseling verschenen. Ik beoefen geen spirituele praktijk. Het gaat gewoon om vormen, beelden voor onbepaalde energievormen die soms groter zijn dan wijzelf.

(We kijken naar enkele oudere tekeningen, die door de kunstenaar niet goed genoeg bevonden zijn.)

Gustavsson: Sommige vind ik nog goed, maar de meeste bevredigen mij niet meer. Ze zijn teveel op mezelf gericht. Deze tekening tracht bijvoorbeeld een modieuze tekening te zijn, maar ze heeft niks te betekenen. Het werkt niet. In het algemeen hou ik niet van tekeningen waarin je voelt dat ze gemaakt zijn door iemand die heeft leren tekenen, die goed is in anatomie, maar bij wie alles op elkaar gaat lijken omdat een gemaakte lijn gebruikt wordt die niet tot leven komt. Sommige tekenaars gebruiken algemene lijnen in plaats van persoonlijke. Ik hou van het idee dat ons handschrift ontleed kan worden. Waarom zou een tekening ons niets over de tekenaar kunnen vertellen? Als ik de matras kan voelen terwijl ik hem teken, waarom kan jij dat dan niet als je de tekening ziet, ook al is het niet bewust? Als ik teken, tracht ik mij te concentreren en het onderwerp in mijn hand te voelen. Ik geloof dat de toeschouwer dat kan voelen of lezen. Hoe teken je een lijn die ons iets vertelt? Neem deze tekening, bijvoorbeeld, wat denk je ervan?

- Ik vind het een grappige tekening omdat ze flirt met lelijkheid. Sommige lijnen zijn gemaakt met een lat, andere zijn erg zeker en vloeiend, andere zien er onhandig uit. Ik denk dat de humor voortkomt uit de gelijktijdige aanwezigheid van die verschillende benaderingen.

Gustavsson: Ja, we weten alles over het goede en het slechte, maar het lelijke blijft een mysterie. Een gebarsten koffiekop neemt meer ruimte in dan een volmaakt exemplaar. Het is ergerlijk en onverklaarbaar. Het lelijke heeft te maken met wat we niet weten. Een lelijke tekening is krachtiger dan een perfecte… Dit personage is gebaseerd op Woody Allen.

- Hij lijkt er niet op.

Gustavsson: Ik weet het. Mijn portretten lijken vaak niet op de modellen.

- Het doet mij denken aan Nabokovs verhaal ‘Despair’, waarin een man een dubbelganger denkt te ontmoeten, die echter helemaal niet op hem lijkt. Hou je van de films van Woody Allen?

Gustavsson: Ja.

- Wist je dat hij een groot bewonderaar van Bergman is?

Gustavsson: Neen.

- Zijn film ‘Crimes and Misdemeanors’ is opgenomen door Sven Nykvist… Waarom zou je personage niet op Woody Allen lijken? Misschien is het de geest van een homoseksuele mentor?

Gustavsson: Ik weet het niet, maar ik geef toe dat ik de sfeer herken.

- We kunnen ons ook op de tekeningen concentreren in plaats van op hun zogezegde inhoud.

Gustavsson: Dat is niet nodig. Ik vind dat we op een juist spoor zitten. Het klopt dat ik gesteld ben op de neurotische aspecten van Woody Allens films, maar ik heb ook alle films van Bergman gezien. Ik hou erg veel van de Zweedse film. Vooral van de films van Roy Andersson, die prachtige films maakt over de absurditeit van het dagelijkse leven: You, the Living (2007) en Songs from the Second Floor (2000).

- Zomerhuisjes en sauna’s keren vaak terug in je tekeningen.

Gustavsson: Dat klopt. Ik heb deze zomer een sauna voor mijn moeder gebouwd. Omdat we geen bouwvergunning hadden, heb ik een sauna op een slee gebouwd. Mijn grootvader, die onlangs overleden is, heeft om diezelfde reden ook een sauna op een slee gebouwd. Het was een intense ervaring, zowel mentaal als fysiek. Sommige tekeningen berichten over deze zomer.

- In deze tekening herkennen we een zomerhuisje dat is afgebeeld op een schilderij, wat contrasteert met de evocatie van moderne kunst in je andere tekeningen.

Gustavsson: Ik denk dat het een voorstelling is van het buitenhuis van mijn grootouders, waar ik als kind de zomer doorbracht. De kunst verwijst misschien naar mijn vaders huis, dat vol staat met kunst waar ik geen voeling mee heb.

- Kan je iets vertellen over de stopcontacten?

Gustavsson: In de eerste plaats gaat het om een formeel gegeven: ze helpen een muur te definiëren. Maar ze staan ook voor een verbinding met de buitenwereld, met al het andere. Elektriciteit komt overal, als een onzichtbare energie, net zoals alles energie is.

- Ik hou van de tekeningen waarin je sommige gedeelten wit kleurt, zoals de muur hier. Hoe doe je dat?

Gustavsson: De muur is lichtjes gekleurd met witte acrylverf die aangelengd is met veel water… Ik hou van deze gebogen lijn, naast de gebogen lijn van het water…

- Vaak vertonen de tekeningen gekleurde stipjes in een hoek.

Gustavsson: Daar probeer ik de pennen uit. Als je een pen uitprobeert, gewoon om te zien hoe het achtergelaten spoor eruitziet op het papier, gebeurt dat gedachteloos, en daarom vormen die stipjes een geconcentreerde hoek van absolute vrijheid.

- In deze tekening zijn de enige gebruikte kleuren roze voor de nagellak en rood voor de filter van de sigaret. Hier zien we ook rood. Wat stellen deze kleine rode bolletjes voor? Wilde aardbeien?

Gustavsson: Ja, misschien is het ‘smultron’: kleine, wilde aardbeien die je kan vinden op onverwachte plekken zoals naast autosnelwegen. Ze vertegenwoordigen de Scandinavische zomer. Dit is de vriendin van een Schots architect die mij deze zomer heeft geholpen met de sauna. Je kan een tepeltje ontwaren.

- Hou je van de tekeningen van andere kunstenaars?

Gustavsson: Ik hou bijvoorbeeld van tekeningen van Jockum Nordström en Willem van Genk, maar in het algemeen ben ik niet geporteerd voor tekeningen van beroepskunstenaars. Ik hou van de tekeningen van amateurs. Ik koop er veel. Onlangs vond ik een tekening van een voetbalwedstrijd, gemaakt door mijn vader. Zulke zaken fascineren mij… Ze zijn wat ze zijn. Je voelt dat het maken van de tekening gepaard ging met een worsteling. Er zit iets moois en eerlijks in zulke pogingen… Als ik schilder, denk ik aan teveel schilderijen. Maar als ik teken, denk ik niet aan andere tekeningen. Ik ben vrijer. Ik hou ook van de directheid van tekeningen. Tekenen gebeurt onmiddellijk. Het is zoals een voetbalspeler die de bal doorspeelt naar iemand die achter hem loopt. Als hij erover moet nadenken, mislukt het. Je moet direct zijn. Je moet in het moment zitten…

- Zijn er nog andere kunstenaars van wie je het werk bewondert?

Gustavsson: Ik hou van werk met een menselijke toets zoals het werk van de Noorse kunstenares Kristina Braein die al schilderend een soort van vuil minimalisme beoefent. Tape die ze heeft gebruikt om kleurvlakken af te boorden laat ze soms gewoon zitten. Dit roept een gevoel van onvolmaaktheid op dat verwant is met het mysterie van de lelijkheid. Soms probeer ik nog beeldhouwwerken en installaties te maken, maar ze zijn nooit zo bevredigend als de tekeningen. Dankzij het tekenen ben ik gaan beseffen dat ik mijn intuïtie ten volle kan benutten. Ze moeten gewoon handelen over dingen waar ik van hou. Finland en borstjes, bijvoorbeeld. Meer heb je niet nodig om een goeie tekening te maken.


Montagne de Miel, 12 september 2011