Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Joris Ghekiere - 2009 - Kantelend in duisternis, maar zwierig geschilderd [NL, interview],
, 5 p.




__________

Hans Theys


Kantelend in duisternis, maar zwierig geschilderd
Gesprek met Joris Ghekiere



Als mijn achtjarige zoon Maurice en ik arriveren in De Bond (Brugge), enkele uren voor de opening van de tentoonstelling, is de kunstenaar nog niet gearriveerd. We waren tegelijk vertrokken uit onze respectieve woonplaatsen, maar halverwege had Joris Ghekiere (°1955) zich gerealiseerd dat hij twee schilderijen vergeten was. Een beminnelijk man dus, die dingen vergeet zoals iedereen. Maurice monstert de schilderijen en vertelt mij dat hij er twee mooi vindt, al begrijpt hij niet hoe ze zijn gemaakt, want ze zijn niet ‘geschilderd’. Zodra hij aan Ghekiere is voorgesteld, steekt hij van wal.

Maurice Theys: Dit oranje heb je toch niet geschilderd?

Joris Ghekiere: Niet met een penseel, dat klopt. Schilderen kan je op veel manieren: met een penseel, maar ook met een spons of een doek, spattend of spuitend… Het oranje dat je aanwijst, is gespoten met een verfpistool dat is aangesloten op een compressor. Het is verdunde olieverf. Het spuiten zelf is niet zo moeilijk. Het is wel moeilijk zo’n mooie cirkels te spuiten. Dat doe ik door het schilderij op een ronddraaiende schijf te leggen. Ik zit op een stelling die boven dat schilderij hangt, met een gasmasker op, en ik hou de spuitkop stil boven het ronddraaiende schilderij.

- Ik begrijp niet hoe je ervoor zorgt dat de achtergrond vrijwel overal over de randen van de partijen op de voorgrond schemert. Ik heb nog nooit zo’n vernuftige factuur gezien.

Ghekiere: Wat jij ervaart als de achtergrond, de wazige, vaak concentrische ‘dégradés’, is eigenlijk de voorgrond, de laatst aangebrachte verflaag. Eerst schilder ik de ondergrond, die vaak donker is, en daarna spuit ik er een dégradé over. Het beeld creëer ik door partijen van die laatste laag, als ze nog nat is, te verwijderen met een rubberen aftrekker. De donkerste partijen zijn de plekken waar ik het meest voorgrond van heb verwijderd. De tussentonen worden verkregen door met een brede, versleten behangerskwast verf van de bovenlaag opnieuw over de schoon gestreken delen te smeren…

- En het schilderij met het zotte raster en de ingekleurde vlakken? Hoe verkrijg je die witte zweem voor de zwarte strepen?

Ghekiere: Die schilderijen maak ik door eerst een raster ineen te plakken met staafjes van piepschuim. Ik ben dol op dingen die zich verder zetten, zoals bomen of rasters. Voortwoekerende systemen… Dat piepschuimen raster leg ik bovenop het schilderij vooraleer ik het laat ronddraaien en voorzie van de laatste laag. Omdat die staafjes niet allemaal precies gelijk komen, nevelt er soms verf onder. Dat geeft die vreemde zweempjes.

- Hier en daar zet je uiteindelijk toch nog extra toetsen, bijvoorbeeld die koddig bibberende hooglichtjes op de portretten van de dames die hun kapsel tonen.

Ghekiere: Ja, ik werk niet volgens sluitende systemen. Alles is mogelijk. De toets is een schildersprobleem. Ik probeer iets na te bootsen, maar dan zonder een traditionele toets te gebruiken. De witte kloddertjes die je aanwijst, heb ik aangebracht met een penseel dat bevestigd was op een draaiende, elektrische boor. De beelden zijn afkomstig van dames die hun trouwkapsels lieten fotograferen door een fotograaf, omdat ze die anders nooit zelf konden zien. Ik vond die foto’s intrigerend, omdat die dames tijdens het maken van de foto naar hun eigen schaduw kijken. In elk van mijn schilderijen vindt een soort van kanteling plaats. Ik toon een vorm van verleiding of ik probeer zelf een verleidelijk schilderij te maken, maar dan begint het beeld ineens te schuiven en dreigt het te verdwijnen in een donker gat. Ik heb het eens zo geformuleerd: ‘Sommige beelden uit de ons omringende beeldenbank vallen in mijn werk stil en worden een soort van cruciale beelden, dicht bij de zenuw, waar de verleiding geënsceneerd wordt, waar schoonheid overslaat in ijdelheid en waar echtheid gereanimeerd wordt, heropgevoerd wordt.’
    Veel meer kan ik er niet over vertellen. Alle mensen die over mijn werk schrijven, schijnen het daar trouwens moeilijk mee te hebben, ze krijgen geen vat op de beelden en zijn meestal teleurgesteld of gefrustreerd.

- Dat heb ik gemerkt. Tijdens het doorbladeren, van de catalogus viel mijn blik toevallig op een nogal gortige laatste regel. De auteur van dienst verzekert je daarin dat je werk ‘niet alleen goed is, maar zelfs steengoed’. Ik moest wel even slikken. Een auteur die een kunstenaar geruststelt over de kwaliteit van zijn werk! Niks geen nederigheid of leergierigheid.

Ghekiere: Ze willen per se begrijpen waar mijn schilderijen over gaan, maar vinden geen samenhang. Is er een samenhang, volgens jou?

- De samenhang berust in je manier van schilderen. Bij schilders die naar je werk kijken, gaat het hart sneller slaan, weet ik, want ze komen mij dat vertellen. Je ziet ook waarom: al die plezante patronen, die bovendien op een volstrekt persoonlijke manier vervaardigd zijn. Bernard Frize doet ook zo’n dingen, maar helemaal anders natuurlijk. Alle schilders doen zo’n dingen. Het gaat erom hoe je het zelf gaat aanpakken… Natuurlijk gebruik je beelden van webcams of foto’s van dames die hun kapsel laten fotograferen of een beeld van een open haard, maar pas nadat je ze door je persoonlijke mangel hebt gehaald, worden het waarlijk nachtelijke taferelen, die lijken na te spelen hoe wij in onze hoofden zelf de nacht voelen opdoemen en proberen terug te dringen…

Ghekiere: Aan de ene kant heb je die ‘virtuele’ beelden van vrouwen die zich uitkleden voor webcams en aan de andere kant de realiteit van zo’n dode hond. Het schilderijtje van de dode hond is op een traditionele manier geschilderd.

- Bij sommige schilderijen zien we een andere relatie tussen achtergrond en voorgrond, bijvoorbeeld in de besneeuwde boom met de smeltende en naar beneden vallende klodders.

Ghekiere: Dat is een ouder schilderij. De tentoonstelling bevat twee of drie oudere werken, die nog anders gemaakt zijn. In dit geval heb ik eerst de boom en de sneeuwklodders geschilderd. Daarna heb ik de partijen die ik goed vond, bedekt met een laagje latex, met een rubberen masker, dat ik er na de finale overschildering weer heb afgepeld… De vreemde vlekjes in het schilderij dat je hier ziet, zijn afkomstig van een stortbui.

- Elders vinden we een schilderij van een opgezet hert, waarin je kringen van stroef verschuivende kleurwaarden schildert. In het algemeen ben ik getroffen door de manier waarop je violette toetsen combineert met groen of hier en daar een violet of lichtblauw accent toevoegt. Ik vermoed dat je vroeger geschilderd hebt naar kleurnegatieven.

Ghekiere: Dat klopt. In deze schilderijen gaat het meestal echter om schijncontrasten, omdat die ogenschijnlijk uiteenlopende kleuren eigenlijk dezelfde toonwaarde hebben. Als je de schilderijen zou reproduceren in zwart-wit, zou je geen kleurverschil opmerken.

- Een ander prachtig werk is het schilderij van de open haard, waarin de rustieke keien gaan zweven in een abstracte, picturale ruimte. Tastbaar schildersplezier!

Ghekiere: Ja, het was erg prettig om die keien te schilderen. De haard is het eerst wat gebouwd wordt, het is de kern van het huis. In Amerika is het zelfs het enige gedeelte dat van steen gemaakt is. Ik vind dat wel mooi, zo’n kitscherige haarden.

- Je schilderij bieden ons een draaglijk beeld voor een samengaan van onbehagen en genot…

Ghekiere: De concentrische dégradés bezorgen je een soort van blindheid, die mij boeit. Je kan er niet op focussen. Het is een optische illusie die je niet kan vastpinnen. Je weet niet wat je ziet. Hetzelfde gebeurt met de patronen die scheef voorgesteld worden. Je denkt als toeschouwer dat je houvast hebt, je denkt dat je het schilderij begrijpt of juist aanvoelt, maar op een bepaald moment kijk je in een zwart gat of kijk je erdoor. Ik denk dat ik probeer de toeschouwer mee te nemen in een beeld. Vind je het spannend? Kijk dan ook maar eens in een zwart gat… Dat vind ik interessant: dat gladde ijs, de onzekerheid, het moment dat de dingen kantelen. Ik ben gefascineerd door wat Nietzsche een teveel aan schoonheid noemt, iets dat elk ogenblik onverdraaglijk kan worden… Onlangs woonde ik een concert van Squarepusher bij en plotseling begonnen er stroboscopische lichten te flikkeren in de richting van het publiek. Ik sloot mijn ogen en bleef een nazinderend licht zien. Mmm, dacht ik, dat is waar ik naar op zoek ben in mijn schilderijen: je luistert naar keiharde muziek en plotseling valt de muziek stil. De muziek blijft nazinderen en je probeert de klank vast te houden, terwijl je in een tunnel kijkt die je verblindt.


Montagne de Miel, 1 mei 2009