Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Kasper Bosmans - 2011 - Over tulpen en gloeiende amandelen [NL, interview],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


Over tulpen en gloeiende amandelen
Gesprek met Kasper Bosmans



In een geheim heldendicht schreef ik over Kasper Bosmans (°1990) dat hij ‘in één reuzenpan tegelijk zevenendertig steaks kan braden, één derde bleu, één derde à point en het laatste derde goed doorbakken’. En het klopt dat deze kunstenaar in zijn levensonderhoud voorziet door het bakken van steaks en dat je hem inderdaad kan omschrijven als een dandy, in de betekenis die Giorgio Agamben geeft aan dit woord: iemand die op een elegante manier weet om te gaan met de weerstand van de dingen (aanbrandende vleeswaren, opklappende paraplu’s en tijdens het aanrijgen dubbel plooiende laarzen).

We kijken naar een schilderij dat bestaat uit een paar honderd veelkleurige verftoetsen, maar waarop ook een huisje figureert, onder een hoog hangende, groene hemel. Ik vraag hoe dit schilderij tot stand is gekomen en of hij iets wil vertellen over de groene strook aan de bovenzijde.

Bosmans: Ik heb ontdekt dat je in een doek op een eenvoudige manier meteen sfeer of ruimte kan krijgen door bovenaan een groene, paarse of zwarte strook aan te brengen. Je krijgt dan een raampje waar je doorheen lijkt te kunnen kijken. Alleen is dat hier niet gelukt, waarschijnlijk omdat het doek te klein was. Eerst heb ik het geprepareerd met een emulsiegrondering, dan heb ik de groene strook aangebracht en toen dit niet bleek te werken, heb ik het doek een tijd laten staan. Op een dag heb ik er de verschillend gekleurde toetsen aan toegevoegd, maar omdat ook dit niet voldoende was, heb ik er uiteindelijk dat huisje door geschilderd. Ik schilderde toen vaker huisjes in cirkels, als een soort van mandala’s. Het huisje is een versterking van de indruk van geborgenheid, behaaglijkheid en ruimtelijkheid die ik zocht met de groene strook. Het is geschilderd met vuile, grijze solvent, die ik heb gebruikt om de stippen met elkaar te verbinden of uit te wissen. Uiteindelijk was het niet krachtig genoeg en ben ik er nog eens overgegaan met houtskool.

- Waar ben je nu mee bezig?

Bosmans: Ik snijd het Herman Teirlinckhuis in Beersel in twee door met aquarelverf een vier millimeter dikke lijn aan te brengen op ooghoogte. De lijn bestaat uit duizenden verschillend gekleurde stipjes die er vanop een afstand zullen uitzien als een grijze streep. Af en toe (op de plaats waar de lijn, onderverdeeld in virtuele decimeters, een priemgetal vertoont) schilder ik geen stipje maar een schedeltje: een kopje, een schaduwtje en een kaakje. De stipjes worden schijnbaar grijs door optische kleurmenging, zoals bij de dazzle camouflagetechniek die tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikt werd om schepen te laten verdwijnen: een heel goeie techniek, die niet meer gebruikt wordt sinds de uitvinding van de radar, maar die anders ook wel in onbruik geraakt zou zijn, omdat de mensen vonden dat het er een beetje belachelijk uitzag zo’n nest vol paaseieren dat ten oorlog trok.

Ergens in het museum hebben ze ook een deur verwijderd. Waar de scharnieren zaten, zie je nu rechthoekige uitsparingen. Daar zou ik graag schilderijtjes in maken.’

- In mei van dit jaar begon je aan een monumentaal doek voor de Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen, wil je daar iets over vertellen?

Bosmans: Het doek is 583 centimeter hoog en 450 cm breed. Ik ontdekte dat het schilderij achter het altaar van de Borromeuskerk soms vervangen werd door een ander. Bijvoorbeeld tijdens de Passieweek, dan tonen ze een Kruisiging. Eigenlijk bevinden er zich vijf schuiven achter het altaar, waarin zich drie schilderijen bevinden. Eén schuif is kapot en moet gerestaureerd worden. Voor de vijfde schuif heb ik de koster voorgesteld een nieuw schilderij te maken.

- Je schilderde een prachtige, lichtgevende ondergrond. Hoe heb je die gemaakt?

Bosmans: Ik wilde een fond die tegelijk groen en bruin was, warm en stralend, zoals de kleur van sommige ogen. Als ik iets warm wil maken, dan schilder ik eerst een laag geel. Over die laag heb ik verschillende transparante groenen aangebracht, zoals olijfgroen en sapgroen, en een heel klein beetje groene aarde. Niet teveel aarde, want anders zou het ondoorzichtig worden. Je moet je dat voorstellen als olie die gemengd is met gemalen edelsteentjes, daardoor krijg je dat doorstraalde keramische effect dat je zo mooi vindt. Het doek was voorzien van de beste grondering die je in België kan kopen: het is behandeld met lijm en dan voorzien van een laag zinkwit, gemengd met olie, en afgewerkt met een laag titaanwit. Daardoor heb je de indruk dat je op olie schildert, het effect is leerachtig, het duurt ook lang om te drogen.

- Hoe komt het dat je deze kerk zo goed kent?

Bosmans: Omdat ik er ga bidden. Op een dag, kijkend naar de vlammetjes van de gotische kaarsen en de kroonbladeren van de tulpen en de krokussen, zag ik een gelijkenis met de bruine opstaande balkjes van de balustrade, waarvan de hoeken met een kantfrees afgeschuind zijn en rood geschilderd. Ineens leek het alsof die roodgekleurde vormen in het halfduister zweefden en beleefde ik een soort van religieuze revelatie, alsof ik een amandelvormige oervorm ontdekte die terugkeerde in de vlammetjes, de tulpen en de afgeschuinde randen: een vorm die tegelijkertijd groeit en gloeit. En toen ik na deze revelatie naar buiten wandelde en een druppeltje wijwater op mijn voorhoofd aanbracht, veranderde dit druppeltje ogenblikkelijk in een lieveheersbeestje, zwart met rode stippen, dat naar beneden viel en op mijn borst landde.

- Je bent ook bezig met de voorbereiding van de groepstentoonstelling ‘A Whitsun Wedding’.

Bosmans: Ik wil loodjes beschilderen en met een luchtbuks afvuren op de galerievloer. Ik kwam op dat idee door het begrip ‘Ruinenwert’ van Albert Speer, die vond dat je gebouwen moest beoordelen op de kwaliteiten die ze zouden overhouden na een aardbeving: de gebruikte materialen en de ordening, bijvoorbeeld veel grote zalen en zuilen. Bij een goed gebouw zou je binnen duizend jaar de functie moeten kunnen afleiden uit de overgebleven sporen. Dit begrip hing samen met een voorkeur voor natuurlijke materialen, die werd gepropageerd door de architect Gottfried Semper, die de Opera van Dresden heeft gebouwd. Speer bouwde wel alles van beton. Hij praktiseerde niet wat hij predikte. Zoals meestal, natuurlijk.


Montagne de Miel, 31 augustus 2011