Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Leon Vranken - 2005 - De buitenkant van warmte [NL, essay],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


De buitenkant van warmte
Enkele woorden over het werk van Leon Vranken



Het eerste werk van Vranken dat mij heeft getroffen is een maquette voor een rond, met fineer afgewerkt bed. Fineer is magisch. Het is een dun schijfje binnenkant dat de buitenkant van iets anders wordt. Het beklede voorwerp krijgt een nieuw uitzicht. Het wordt een nieuwe aard toegedicht. Het toont de natuur van iets anders.

Een soortgelijk werk van Leon Vranken bestaat in negen foto’s die werden aangebracht op het volledige oppervlak van negen garagepoorten. Op elke foto was een tafereel zichtbaar dat zich schijnbaar afspeelde in de betreffende garagebox: een jongen met afgezakte broek die verboden boekjes doorbladert, een repeterende Elvis-imitator, een bodybuilder, een jonge vrouw die een bruidsjurk aanpast, twee kinderen die spelen in een tentje.

In een later werk keert die tent terug. Ze wordt opgesteld in een ruimte met zenitaal licht, tussen enkele ronde zuilen, op een parketvloer. Ze is gemaakt van ‘toile cirée’ : geplastificeerd katoen dat in Vrankens familie vaak werd gebruikt als tafellaken omdat het zich zo makkelijk liet afwassen. De ruimte verandert in een bos. De tent is beschermd, want ze wordt onzichtbaar temidden van de jacht.
De ontvangstbalie van een groot theater bevindt zich in een nis. Vranken fotografeert de balie en de twee dames die er werken en drukt de foto af op een uit verticale repen samengesteld, plastic gordijn dat hij voor de balie hangt. Het werk doet ons denken aan de foto’s op de garagepoorten, maar ook aan de tent. De verdubbeling van het beeld, die enkel zichtbaar wordt als we de repen opzij schuiven, maakt ons kijken zichtbaar. We voelen hoe we altijd op zoek zijn naar de beschutting van een beeld dat de werkelijkheid naadloos dekt.

Vranken vertelt dat hij zich door middel van de toegevoegde, transparante foto in de theaterlobby wilde verzekeren van de eeuwige aanwezigheid van beide loketdames. Iets soortgelijks gebeurt met de gecamoufleerde tent, die tersluiks een verband toont tussen het onschuldig kampeerplezier van blonde jongens, bloedige jachttaferelen en de gezellige keukens van de veertien zussen van zijn moeder.

Deze vijftien dames, die elkaar elke maandag ontmoeten om samen te breien, te haken, naaiwerk te verrichten en zowel de familiezaken als het internationale nieuws te bespreken, treden op in verschillende van Vrankens werken. In een van deze werken toont een pano van 360 graden de vijftien zussen die zich, gezeten aan een ronde tafel, wijden aan hun handwerk en aan het verbale spinnen van een werkelijkheid waarin ze zich geborgen voelen.

Vijftien zussen! God weet wat er omgaat in het hoofd van een jongeling die in veertien op elkaar gelijkende varianten van zijn moeder zowel de onsterfelijkheid als de mythe van de individualiteit moet voorvoelen.

In de herfst van 2004 stelt Vranken voor alle voortuintjes van een Nederlandse woonwijk, die is neergepoot in een landelijke omgeving, aan te planten met de wilde planten die er al groeiden voor de wijk tot stand kwam. De voortuintjes zouden naadloos overgaan in de ‘natuurlijke’ omgeving.

Kampeerstoeltjes en een kampeervuurtje worden bekleed met fotografische afdrukken van de omgeving waarin ze zich bevinden. Ze lossen op in hun omgeving. Ze hebben geen binnenkant meer. Ze zijn alleen nog maar de buitenkant van iets anders.

In Chicago, in de lente van 2005, wordt het uitzicht door een raam gefilmd en nadien geprojecteerd op een vitrage die voor hetzelfde raam wordt aangebracht.

Een rond bed, een gecamoufleerde tent, opengeplooide garageboxen en door vitrages gesluierde uitzichten, een verdubbelde ontvangstbalie, een martiaal ogend tafelkleed, wekelijks terugkerend handwerk, zinvolle roddel en onzichtbare voortuintjes.

En nu maak ik kennis met een zichzelf verplaatsend houtvuur op wieltjes. Verplaatsbare warmte? Ik weet nog niet wat ik ervan moet denken, maar ik vind het al een prachtig beeld.


Montagne de Miel, 17 mei 2005