Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Marcel Broodthaers - 1996 - Een droom met slagroom [NL, essay],
Tekst , 7 p.




__________

Hans Theys


Een droom met slagroom
Een korte beschrijving van enkele films van Marcel Broodthaers



In 1995 en 1996 werkte ik verschillende avonden per week voor Maria Gilissen. Het doel was alle 82 films van Marcel Broodthaers te verzamelen, te bekijken, te beschrijven en soms opnieuw te monteren. Ook had ik toegang tot het volledige archief om bijkomende documenten (beelden, teksten) te zoeken die in aanmerking kwamen voor opname in de Cinéma-catalogus, die is verschenen in Barcelona. Daardoor kwam ik dingen te weten die je in geen enkel boek kon vinden en besloot ik ze op te schrijven voor die ene persoon die er misschien in geïnteresseerd is. Ook dingen die iedereen wel te weten kan komen, maar niet zo proper achter elkaar opgeschreven.


I. Biografische noot

Marcel Broodthaers is geboren in het Brusselse Sint-Gillis op 28 januari 1924. Hij begon gedichten te schrijven in de jaren veertig. Aan het eind van de jaren veertig startte hij een boekhandeltje. Aan het eind van de jaren vijftig publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, ‘Mon livre d’ogre’. Hij werkte ook als fotograaf-journalist en als gids op de wereldtentoonstelling. In 1957 maakte hij zijn eerste film, ‘La clef de l’horloge’, naar aanleiding van een tentoonstelling van Kurt Schwitters in het Paleis voor Schone kunsten. In 1959 organiseerde hij een voorstelling van een aantal films, ‘Poésie Cinéma’, die hij omschreef als een ‘schilderij’. In 1961 ontmoette hij zijn latere echtgenote Maria Gilissen.
    Aan het eind van 1963 goot Marcel Broodthaers gips rond zijn laatste dichtbundel ‘Pense-Bête’. Hij merkte dat de mensen niet reageerden als gefrustreerde lezers, maar als onverschillige connaisseurs van sculpturen, en besloot geld te proberen verdienen met het maken van sculpturen.
    In 1968 richtte hij zijn ‘Musée d’Art Moderne Département des Aigles’ op.
    Hij overleed op 28 januari 1976.


II. Een spinnenweb

Het werk van Marcel Broodthaers is als een driedimensionaal spinnenweb. Alle verschillende onderwerpen, thema's en formele oplossingen doorkruisen elkaar en zijn met elkaar verbonden. Als je aan één leidraad trekt, komt het hele web in beweging. Alleen al om dit feit correct te belichten heb je verschillende invalshoeken nodig. Het heeft iets te maken met ‘jouer sur la réalité et sa représentation’, zoals hij het uitdrukt in een van zijn eerste open brieven, maar ook met een zekere grappenmakerij, een voorliefde voor Baudelairiaanse synesthesieën of ‘correspondances’, een voorliefde voor een wetenschappelijke aanpak, pseudo-encyclopedische kennis en de schijntaxonomie van de opsomming.
    Een filmavond omschrijft hij als een schilderij, een gefilmd schilderij noemt hij een analyse, een diareeks of een boek noemt hij een film. Hij gebruikt voorwerpen, tekeningen, foto’s van voorwerpen, afdrukken van foto’s van gravures, boeken, omslagen, catalogi, toonkasten, prentbriefkaarten of prentjes om een paar hoofdthema’s op tal van manieren te belichten.
    De films van Marcel Broodthaers spreken over heimwee, nostalgie en melancholie, over woeste zeeën en verstilde schilderijen, over het kribbelige handschrift van een verre zeeman, over de oude glorie van Engeland, over een moedeloos en hopeloos ineenpassen van een puzzel en over martiale klanken in een stil decor die zich mengen met de ouverture van Wagner's ‘Tristan und Isolde’. Wij zijn niets dan geschuifel, beweging, eindeloos gissen en stil vergaan.
    Tegelijk is de cinema zèlf een ongrijpbaar en fragiel wonder, zodat Broodthaers’ gepuzzel tegelijk over de cinema en over ons kan spreken.
    Broodthaers was een plantrekker, een knutselaar en een puzzelaar. In het Frans wordt knutselen of je plan trekken omschreven met de term 'système D'. Als Broodthaers die term gebruikt, bijvoorbeeld als hij schrijft ‘Le D est plus grand que le T’, dan verwijst hij ook naar de teerlingworp (de ‘coup de dés’).
    De dichter verschuift de woorden in de zin, trekt ze een beetje uit hun haak, en dwingt ze in een nieuwe melodie die het al bekende voorwerp op een nieuwe, niet door de sleur van de taal besmette manier oproept. De overeenkomst met het bricoleren is evident. Als Broodthaers puzzelt met gips, mosselen en een muziekstandaard, dan zoekt hij naar het juiste ritme, het juiste muziekje. Het specifieke van het werk van Broodthaers bestaat hierin dat hij niet alleen goed kan knoeien met gips en mosselen, maar ook dat hij al eens nagedacht heeft over de betekenis van het woord mossel. Het Franse woord voor mossel betekent - vergezeld van een ander lidwoord - ook mal of gietvorm. De mossel is bijzonder omdat hij zijn eigen mal of gietvorm produceert, zoals het ideale kunstwerk op een organische manier zou ontstaan uit de materie en daardoor ook iets zou gaan betekenen.
    Zo tuimelt deze kunstenaar van een typografische overpeinzing (de ‘D’ is dikker dan de ‘T’) naar een commentaar op zijn knutselen en naar de Poëtica van Mallarmé. Een mossel is zowel een voorwerp als een woord met een dubbele betekenis. De film wordt tegelijk thema, symbool en instrument.
    Dit alles maakt dat er ook honderden verschillende invalshoeken bestaan om het werk van Broodthaers te benaderen, maar ook dat het heel moeilijk is één benadering te vinden die recht doet aan het raderwerk van zijn oeuvre. Omdat het zich in tal van richtingen vertakt en elk werk tal van pendanten, aanvullingen en tegenhangers heeft, lijkt de beste vorm om dit werk weer te geven een soort van reusachtig, bewegend schaalmodel, een Atomium met tweeduizend, onderling verbonden bollen, ofwel de befaamde CD-rom, die het de toeschouwer of lezer mogelijk zou maken in alle richtingen verbanden te exploreren.
    Twee jaar lang heb ik talloze uren met Maria Gilissen geprutst en gesukkeld in het schier oneindige Broodthaers-archief, waarbij ze consequent elke veralgemening van de te gebruiken werkwijze afwees. ‘Ja mijnheer Theys, die methode werkt wel goed, maar zo hèbben we het al eens gedaan…’ Er was geen sprake van dat alle negatieven zouden ontwikkeld worden, want hier hadden we bijvoorbeeld al een goede fotokopie van een foto die verloren was geraakt, en daar hadden we nog een oude uitnodigingskaart waarvoor de foto eigenlijk gemaakt was, maar Marcel had die foto uiteindelijk niet zo goed gevonden. Aanvankelijk vond ik dit ogenschijnlijke talmen onbegrijpelijk, maar na enkele maanden begreep ik dat dit de enige manier was om het werk van Broodthaers te benaderen en zo lang mogelijk te bewaren in zijn oorspronkelijke verscheidenheid (niet te laten castreren door kunsthistorici). Pas na anderhalf jaar stemde Maria Gilissen in met mijn verzoek slechte kopieën van de films in stukjes te scheuren om stills te kunnen publiceren. Dat was geen dag te vroeg, want als ze daar eerder had mee ingestemd had ik allicht nooit aangevoeld waar het in dit werk allicht om gaat.


III. Beschrijving van enkele films

La Clef de l’Horloge (Un poème cinématographique en l’honneur de Kurt Schwitters), uit 1957, werd gefilmd tijdens een tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten. Je ziet fragmenten van verschillende werken, met onder andere details van Das Sternenbild en je hoort een commentaarstem die onder andere beweert dat Merz het tweede deel is van het woord Kommerz. MB kon de film twee jaar na de opnames beëindigen dank zij een soort van liefdesgedicht. De film werd voor het eerst getoond op de Competitie voor de experimentele film die plaatsvond op de Wereldtentoonstelling van 21 tot 27 april 1958. 16mm, zwart-wit, geluid.

Poésie Cinéma (1959) was het eerste van Broodthaers’ Programma’s. Dat waren samenstellingen van - aanvankelijk - aaneengeplakte stukjes uit reclamefilmpjes, trailers of nieuwsberichten, die hij soms van een nieuw commentaar voorzag. Poésie Cinéma, dat uit vijf delen bestond, begon met een montage van nieuwsberichten uit de filmwereld, Les actualités reconsidérées en besloot met een projectie van drie dia’s onder de titel Un nouvel espace. Later volgden er nog programma’s zoals Musée d’Art Moderne, Département des Aigles, Section Cinéma (1971), waarin hij de film La Discussion (1969) combineerde met een film van Charlie Chaplin en montages van losse filmstroken, Rendez-Vous mit Jacques Offenbach (1972), een programma met negen eigen films, en Trois Cartes Postales (1972), een programma met drie eigen films.

Un Voyage à Waterloo (1969). Van deze ‘voor persoonlijk gebruik’ bestemde zwart-wit film bestaan minstens vier verschillende versies. In de gewone, lyrische versie komt Broodthaers aangewandeld vanuit de richting van het Museum van de Dynastie. Hij loopt de rue de la Pépinière in en betreedt zijn museum. Door het openstaande raam, waarop in witte letters het woord ‘Museum’ is aangebracht, zie je de aankomst van een verhuiswagen van de firma Menkes (een bedrijf dat kunstwerken vervoerde). Broodthaers laadt een lege kist in de vrachtwagen en rijdt weg. De vrachtwagen rijdt langs het Koningsplein en het Justitiepaleis. Aan het Justitiepaleis zien we een langharige, werkschuwe jongeman voorbijwandelen. Hij draagt een zwarte vlag, die bij nader inzien een zwarte, afgesneden broek blijkt te zijn. In Waterloo arriveert een Engels meisje met een wit jurkje, in een zwarte Jaguar. Ze stapt uit de wagen, gaat een Engels kanon van dichtbij bekijken en stapt dan weer in. De man met de zwarte vlag wandelt voorbij hetzelfde kanon. Broodthaers arriveert met de vrachtwagen, laadt de kist uit en plaatst die voor de loop van het kanon. Hij gaat erop zitten, staat weer op en legt een publieke verklaring af. (Volgens Maria Gilissen de inhuldigingsrede van het toen pas opgerichte museum.) In andere versies is dit verhaal verknipt en vermengd met beelden (woorden) die ook voorkomen in films zoals La discussion. 16 mm, zwart-wit, lyrische versie ongeveer 12’.

La pipe satire (1969) werd gefilmd voor de witgeschilderde, bakstenen muur in de tuin van het Museum. Eerst zie je de muur, dan Broodthaers die rook uit de mond laat ontsnappen, zoals in de film Défense de fumer (1969). Een rokende pijp die uit het geslacht van een rechtsopstaande vrouw schijnt te komen. Een klok. Broothaers die harmonica speelt. De pijp en de naakte dame. Pijp. Klok. Pijp. Ende. 35 mm, zwart-wit, 2’.

Une seconde d’éternité (1970). Deze animatiefilm bestaat uit 24 beeldjes. Een seconde lang zie je hoe door toevoeging van telkens een streepje Broodthaers’ initialen tot stand komen. Dit filmpje wordt geprojecteerd in lusvorm. 35 mm, 16 mm, zwart-wit, 1’’.

La pluie (Projet pour un texte), 1969. De held, gespeeld door Marcel Broodthaers, probeert te schrijven, maar neerplenzend water wist het geschrevene onmiddellijk uit. 16 mm, zwart-wit, 3’.

Un film de Charles Baudelaire (1970-1971). Un film de Charles Baudelaire is het fictieve verslag van een reis die op een bepaald punt teruggaat in de tijd, aangetrokken door de lokroep van een museum. Aanvankelijk zie je detailopnamen van een wereldkaart en onderschriften met opeenvolgende data en afzonderlijke woorden zoals middernacht, scheurbuik, middag, haai, dood. Halverwege de film beginnen de data weer terug te tellen. Daarna worden de data afgelost door het tikken van een metronoom en twaalf klokslagen, waarbij je een meisje twee keer hoort zeggen: ‘Enfants non admis’. 35 mm, kleur, geluid, 7’.

La lune (1970 of 1972). Eerst zie je een soort mist, een wazig beeld dat scherp wordt als de camera scherp gesteld wordt op een detail van een maankaart. Een beeld van dezelfde kaart, gefilmd door een vergrootglas. (Je ziet het vergrootglas.) Een travelling toont enkele in het rood geschreven woorden op een witte ondergrond: ‘Eternity, Dream, Midnight, Scurvy, Death, Shark, Noon’. Een scherp beeld van de kaart, gefilmd doorheen het vergrootglas, wordt onscherp. Een detail van de kaart met de naam Copernicus. Een witte cirkel op een donkere achtergrond. (Eigenlijk gaat het om een onbeschreven etiket dat op filmblikken wordt gekleefd. Het effect doet denken aan een volle maan.) De handen van Broodthaers, die de volgende namen schrijft: ‘Copernicus, Galilée, Newton, Gassendi, Ptolémée’. Details van de maankaart met de namen ‘Copernicus, Kepler en Ptolemaeus’. De witte cirkel met de namen. De handen komen terug en lijken de namen, met een pen, een voor een uit te wissen. (Achterstevoren gemonteerde, eerdere sequens.) 35 mm, kleur, 2’39’’.

Le poisson est tenace (1971). Een wit beeld. Een zwart beeld. Een wit beeld. Dan volgt een reeks in de pellicule gekraste tekeningetjes of woorden. Boogjes die aan schubjes doen denken. Cirkeltjes. Bolletjes met pijltjes en het woord ‘l’estomac’. Vijf cirkeltjes. Eén krabbeltje in de linkerbovenhoek. Het woord ‘le cerveau’. Enzovoort.

Projet pour un film / Un poisson (1971). Deze film toont in de pellicule gekraste beelden, zoals de film Le poisson est tenace, maar begint met een van boven naar beneden glijdende camera die bij wijze van generiek een tekening aftast. Deze tekening stelt een ‘valse’ filmstrook voor, waarvan elk beeldje verschillend is. 35 mm, 16 mm, zwart-wit, 12’.

C’est-je-parole-regret (1971). In deze film zie je eerst witte ondertitels op een zwarte achtergrond : C’est je parole regret - Mademoiselle - C’est - je - parole - regret - c’est. Dan zie je een blauw zeezicht op een zwarte achtergrond, het woord ‘je’ met een blauw zeezicht, het woord ‘parole’ met een blauw zeezicht en het woord ‘regret’ met een rooskleurig zeezicht. 16 mm, kleur, 7’.

Crime à Cologne (1971). In een galerie zit een jonge vrouw een boek te lezen. De camera toont een fragment van de tekst. Een man houdt een revolver op haar gericht. 35 mm, zwart-wit, geluid, 3’.

Paris (Carte Postale). In deze film uit 1971 zie je eerst de titel, in witte letters op zwarte achtergrond. Daarna zie je eerst een (gefilmd) beeld van de Eiffeltoren en daarna een beeld met bewegende camera van de Seine waaraan beurtelings de witte onderschriften ‘Postkarte’ en ‘Postcard’ worden toegevoegd. Dan zie je op een zwarte achtergrond achtereenvolgens de woorden ‘Cartolina Postale’, ‘levelezö-Lap’ en ‘Briefkart’. Daarna zie je een bewegend beeld van een spporwegbrug met trein waaraan beurtelings de witte onderschriften ‘Unione Postale Universae’, ‘Weltpostverein’ en ‘Carte Postale’ worden toegevoegd. 16 mm, kleur 2’.

Sex-film (1971-1972) bestaat uit een projectie van 33 dia’s, blanco films waar Broodthaers met viltstift uitroeptekens, doorboorde hartjes, dikke komma’s en woordjes zoals W.C. op heeft geschreven en getekend.

Au-delà de cette limite vos billets ne sont plus valables (1972). Beelden van de Parijse metro, met close-ups van verschillende borden met verbodsbepalingen of waarschuwingen. (‘Limite de la validité des billets.’) De held, gespeeld door Broodthaers, loopt naar binnen en naar buiten door een draaideur en schijnt niet goed te weten waar naartoe. 16 mm, zwart-wit, 7’.

Mauretania (1972). Van deze film bestaan ook verschillende versies. In essentie gaat het om een prentbriefkaart die telkens gedeeltelijk wordt gefilmd met travellings. Soms worden deze beelden afgewisseld met beelden van de zee, één keer met een voorbijvliegende meeuw. 16 mm, kleur, ongeveer 2’.

Ein Eisenbahn Überfall (1972). Deze film bestaat uitsluitend uit een affiche die gemaakt werd op basis van foto’s die achter de zwarte randen van een filmstrook als passe-partout werden geplaatst.

The Last Voyage (1973-1974) toont een reeks met de hand ingekleurde dia’s voor de toverlantaarn. Ze vertellen het verhaal van een vader die sterft en die z’n dochtertje door het raam een schip aanwijst dat z’n ziel zal meevoeren. 16 mm, kleur, 4’.

In Monsieur Teste (1975) zie je eerst panoramashots van links naar rechts en omgekeerd, die een zittende pop tonen met naar links en naar rechts bewegend hoofd. Dankzij een bredere kadrering zie je daarna dat de pop eigenlijk aan het lezen is in het tijdschrift L’Express. (‘L’amour après 60 ans.’) Daarna zie je dat het popje in een rieten stoeltje zit dat op een tafel staat. De camera draait opnieuw naar links en naar rechts. 35 mm, kleur, 4’.

In de film Berlin oder ein Traum mit Sahne (Berlijn of een droom met slagroom, 1974) zit de held (gespeeld door Broodthaers) in een appartement met uitzicht op een rivier of kanaal. Op een soort luster zit een papieren papegaai, die halverwege de film plots van kleur veranderd is. Als ik me goed herinner komt er een meisje binnen (gespeeld door Marie-Puck Broodthaers) dat de zonneblinden sluit. De held valt in slaap. De blinden worden weer geopend, de held wordt weer wakker en het meisje zet enige taarten op tafel. De held leest de krant. Hij neemt z’n bril af en legt die met de brillenglazen naar beneden op een slagroomtaart. Wanneer hij z’n bril weer wil opzetten, zijn de glazen bedekt met slagroom. We zien ook een lange door het raam gefilmde sequens waarin een lichter voorbijvaart. 35 mm, kleur, geluid, 10’.

Slip-test of Dissolves (1975). We zien een filmpje met twee worstelaars. Regelmatig glijden de beelden echter over het scherm omhoog, alsof de projector er geen vat op heeft.

The Battle of Waterloo (1975) is gedeeltelijk gefilmd in het decor A Conquest by Marcel Broodthaers. Een jonge vrouw probeert een puzzel te maken met een schilderij dat de slag bij Waterloo voorstelt. Buiten marcheren Engelse soldaten. Deze beelden worden afgewisseld. De ouverture van Wagner’s Tristan und Isolde wordt afgewisseld met marsmuziek en verwaaide klanken van exercerende soldaten. 35 mm en 16 mm, kleur, geluid, 10’.


Montagne de Miel, 26 september 1996