Hans Theys is a twentieth-century philosopher and art historian. He has written and designed dozens of books on the works of contemporary artists and hundreds of essays, interviews and reviews in books, catalogues and magazines. All his publications are based on actual collaborations and conversations with artists.

This platform was developed by Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) in collaboration with the Royal Academy of Fine Arts in Antwerp (Research group Archivolt), M HKA, Antwerp and Koen Van der Auwera. We also thank Idris Sevenans (HOR) and Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Marlene Dumas - 2008 - Over glazen tranen en grondig vergaan [NL, interview],
Interview , 4 p.




__________

Hans Theys


Over glazen tranen en grondig vergaan
Een gesprek met Marlene Dumas



In beide tentoonstellingszalen van Zeno X loopt deze dagen de tentoonstelling ‘For Whom the Bell Tolls’ van Marlene Dumas (°1953). De titel verwijst niet naar het boek van Hemingway, maar naar de LP met de soundtrack van de gelijknamige film met Gary Cooper en Ingrid Bergman. Dumas heeft de film niet gezien, maar houdt al jaren van de platenhoes met de afbeelding van een huilende Ingrid Bergman. Precies één jaar geleden verloor Dumas haar moeder. Voor deze tentoonstelling bracht ze een thematisch coherente, maar vormelijk veelzijdige reeks schilderijen samen, die naar aanleiding van dit verlies gestalte geven aan het voornaamste onderwerp van Dumas’ werk: dat liefde, dood en seks niet in beelden gevat kunnen worden… en dan weer wel. 

Het zwaartepunt van de tentoonstelling wordt gevormd door het schilderij Einder, dat gebaseerd is op de begrafenis en waarin Dumas eindelijk bloemen voor haar moeder schildert (die dat verschillende keren had gevraagd). De bloemen drijven op een somptueus gelaagd en teder nachtelijk blauw. De doodskist wijkt weg in een fluwelen, blauwe nacht, die in andere schilderijen terugkeert in stevige, donkere vlakken die een waterige factuur kracht bijzetten, of in de harde ogen van het zelfportret, of in de zwarte klompjes van Waterproof Mascara, of in een schilderij op basis van de pornofilm Blue Movie waarin Marilyn Monroe te zien was. In verschillende schilderijen tref je partijen aan die heel dun zijn geschilderd en die ik nog niet eerder in haar werk had gezien. 

- (Wijzend naar het schilderij ‘Crying in Public’ dat is gebaseerd op een foto van een huilende Marilyn Monroe.) Ik heb nog nooit eerder zo’n grote, waterige partij in je schilderijen gezien. Hoe heb je die gemaakt? Met vuil water, vermengd met white spirit?

Marlene Dumas: Ja. Ik maak mijn kwasten niet graag schoon en daarom dompel ik ze onder in water om het verdampen van de verf tegen te gaan. En dat water gebruik ik soms. In dit schilderij krijg je daardoor een tweedeling. Links heb je een strook met een illusionistisch gedeelte, waarin ik bepaalde fotografische kenmerken en een zeker volume tot stand breng, en rechts heb je dat grote, onbestemde vlak. Zonder dat abstracte vlak zou het voor mij geen schilderij zijn. Een schilderij is een voorwerp, geen afbeelding. 
          Ik heb schilderen nooit eerder met muziek of dans vergeleken, maar als ik het schilderen van Crying in Public zou omschrijven als een fysieke performance, los van alle thematiek, dan ging het schilderen van het rechterdeel als ‘woehoe’, en hier was het zoiets als ‘brrrrrr’ en hier ‘tititititi’ (Ze voert deze bewegingen voorovergebogen uit, omdat het doek op de grond lag toen het werd gemaakt. U kan dit interview bekijken op YouTube.)
          Toen ik jong was wilde ik abstracte schilderijen maken, maar ik kon geen specifieke, eigen vorm vinden. Ik wilde geen zoveelste Jackson Pollock of Willem de Kooning worden. Uiteindelijk ben ik dan teruggekeerd naar de menselijke figuur omdat die het mogelijk maakte alsnog abstracte schilderijen te maken. Ik hou erg veel van het werk van Clyfford Still: grote vlakken in één kleur met op de zijkant een lijntje in een andere kleur. 

- Bij jou is dat lijntje of vlekje vaak zwart, paars, donkerblauw, lichtblauw of roze. 

Dumas: Ja, vroeger beschouwde ik mij als een expressionistisch schilder, tot ik ontdekte dat de impressionisten als eerste gewerkt hebben met felroze en lichtblauw. Eigenlijk ben ik ook een impressioniste! (Lacht.) Maar als ik jou zou schilderen, heb ik natuurlijk lichtblauw nodig voor je ogen. Dat wordt een mooi abstract schilderij! Net zoals ik van het geslacht van Margaux Hemingway toch maar een mooi eenzaam heuveltje heb gemaakt! (Lacht.) In elk van mijn schilderijen zit een spanning tussen de materialiteit en het illusionistische. Zodra ik mijzelf dreig te verliezen in het fotografische of het illusionistische, keer ik terug naar het gebaar. Het grote, met vies water gemaakte vlak dat je hier aanwijst, is voor mijzelf geen nieuwe ontwikkeling, maar het is inderdaad wel de eerste keer dat ik het zo gebruik in een schilderij. Ik probeer schilderijen te maken die even zwierig, speels en luchtig zijn als mijn tekeningen en mijn vroegere waterverfschilderijen. Ik probeer mij te laten leiden door wat er gebeurt als je bepaalde handelingen stelt… Ik heb deze Marilyn geschilderd voor een tentoonstelling in de Verenigde Staten. Ik vond het een goed beeld voor Amerika. Iedereen zit toch maar weer met dat land in het hoofd: zullen ze eindelijk eens verstandig stemmen of gaan ze het weer verprutsen? Het schilderij is gebaseerd op de enige foto van een huilende Marilyn die ik kon vinden: ze huilt door haar scheiding van Joe DiMaggio. De tentoonstelling bevat nog andere schilderijen die gebaseerd zijn op beelden van huilende actrices, bijvoorbeeld Romy Schneider en Ingrid Bergman, maar eigenlijk is dat toevallig. Wat mij boeide is de grens tussen private en publieke emoties. Daarom heet het schilderij ook Crying in Public. Om dezelfde reden heb ik ook dat werkje gemaakt naar die foto van Man Ray van een vrouw die glazen tranen huilt. Ik wilde geen pathetische tentoonstelling maken, maar ik wilde ook niet voorbijgaan aan mijn eigen recente ervaringen. Het is een tentoonstelling die gaat over vrouwen, moeders, dochters, dode vrouwen, wenende vrouwen, stromende tranen en stromend water. Maar het is ook een tentoonstelling over schilderen, over het schilderij als voorwerp, en over de onmogelijkheid bepaalde zaken in beelden te vatten.

(We staan voor het schilderij Infinity, dat een grote mond voorstelt.)

- Hoe heb je deze streepjes geschilderd? Met een fijn penseel, met een heel grote kwast, met een kapotte kwast?

Dumas: (Lacht.) Neen, fijne penselen gebruik ik bijna nooit. Ik schilder wel vaak met ‘paper towels’, hoe heet het, met keukenrolpapier. Ik kwispel of ik dep daar dan een beetje mee. Dit is duidelijk een keukenrol-schilderij. (Lacht.) Het schilderij dat je daar ziet, heet Einder. Ik wilde graag iets doen met de begrafenis van mijn moeder. Dit is een heel ander soort schilderij dan Crying in Public, dat ontstond als een soort van dans. Einder kwam heel moeizaam tot stand. Het bestaat uit heel veel lagen. Ik heb heel hard geprobeerd… Soms, als je te hard probeert… Er zitten talloze schilderingen van graven en kisten onder. Uiteindelijk heb ik besloten bloemen te schilderen en heb ik mijn dochter Helena gevraagd of ze de eerste bloem wilde schilderen. Ze nam een krijtje en tekende deze bloem… Toen moest ik nog een kist schilderen, maar ik ben niet goed in perspectief. Daarom heb ik mijn partner Jan Andriesse gevraagd of hij een lijn wilde schilderen. Het is een nogal beverige lijn geworden…

- Ik hou van de schijnbare nacht van het diepe, warme blauw…

Dumas: Hebben ze jou daarstraks al binnen gelaten? Had je dit schilderij al gezien?

- Neen. 

Dumas: Je ziet het echt voor de eerste keer? (Stil.) Ik ben ook heel blij met dat blauw…

- Een van de schilderijen heet ‘Hiroshima mon Amour’. 

Dumas: Dat was een van mijn lievelingsfilms toen ik jong was. Ik hou van de vermenging van politiek, liefde en kunst. Zo wilde ik ook schilderijen maken. (Loopt naar een ander schilderij.) Dit is een portret van de Zuid-Afrikaanse, vrouwelijke dichter Elisabeth Eybers, die in december 2007 overleed, drie maand na mijn moeder. In een brief van mijn moeder vond ik een verwijzing terug naar de bundel Einder van Elisabeth Eybers. Vroeger begreep ik niet wat het woord ‘einder’ betekende. Ik hield ook niet echt van de gedichten, ik ben ze pas op latere leeftijd gaan waarderen… Hoe zou ik Elisabeth Eybers omschrijven? In een prachtig gedicht heeft ze het erover dat mensen praten over de hemel, maar zijzelf, schrijft ze, wil ‘grondig vergaan’. Toen ik dit portret schilderde, dacht ik aan Richard Avedons portret van zijn vader, die aan kanker leed. Ik vind dat een van de mooiste portretten die ooit zijn gemaakt, onder meer door de angst in zijn vaders ogen… Niemand kan eeuwig leven. (Draait zich zwierig om.) Tegenover dat bijna karikaturale, getekende portret heb ik een werkje gehangen dat gebaseerd is op Man Rays foto van een vrouw met glazen tranen. Ik zou nooit gedacht hebben dat ik mij op zo’n esthetisch werk zou kunnen baseren voor een schilderij, maar toen dacht ik aan Picasso’s portret van de huilende Dora Maar (het mooiste schilderij van een huilende vrouw) en zag ik hoe ik de foto in een schilderij kon laten kantelen. Eerst heb je de illusionistische, fotografische elementen. Dan is er de Picasso-achtige neus. En dan heb je die rare kriebeltjes in de rechterbenedenhoek: dat ben ik. (Lacht.)


Montagne de Miel, 3 september 2008