Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Michel Fran├žois - 1997 - Michel Fran├žois in Holland [NL, essay],
Tekst , 5 p.




__________

Hans Theys


Michel François in Holland
Enkele woorden over een tentoonstellingsproject



Zaterdag, 7 december 1996

E’n wanneer zou ik de gevangenen kunnen ontmoeten,’ vroeg Michel deze week, na een bezoek aan de TBS-kliniek.
          ‘Nu,’ als U wilt, ‘antwoordde de directeur. Binnen een uurtje gaan ze eten, we kunnen er nu ontmoeten, denk ik.’
          Een kwartiertje later werd Michel voorgesteld aan vier van de elf gevangenen die er nu al zijn. Hij vertelt over de vitrine in de cafetaria en één man heft langzaam zijn rechterhand op:
          ‘Wij mogen de cafetaria niet binnen,’ zegt hij.
          Alle vier de gevangenen, werden zeer streng bewaakt.
          De tweede zegt: ‘Weet je at ik wil tonen?’
          Hij loopt naar een vaas met plastic bloemen, neemt daar een bloem uit, houdt die voor het gezicht van Michel en vraagt: ‘Hoe droog je dit?’
          ‘Ondersteboven hangen,’ antwoordt Michel.
          De gevangene draait de bloem om en zegt: ‘Dit wil ik tonen.’
          De derde vraagt: ‘En wat is dit?’ Hij neemt de transparant met een tekening van de vitrine om over de schets van de cafetaria te leggen.
          ‘Plastiek,’ zegt Michel.
          En de vierde: ‘Mogen we alles tonen? Alles? Vrouwen ook?’
          Daarop sluit de directeur de vergadering, maar de derde gevangene spreekt de architect aan en vraagt hem waarom er geen venster zit in een muur die de zwaarbewaakte afdeling scheidt van de andere.
          ‘Omdat het zo is,’ zegt de architect.
          ‘Wel, als er geen venster kan komen, waarom dan geen luchtfoto van de gevangenis?’ vraagt hij.
          Michel belooft hem er een. Hij wil ook een multiple maken van de plattegrond van de gevangenis.


Woensdag, 22 januari 1997

Michel is pas teruggekeerd uit Nederland, waar hij opnieuw een bezoek gebracht heeft aan de TBS-kliniek De Kijvelanden. Omdat hij recht uit Amsterdam kwam, van de Stedelijke Academie, viel het hem op hoezeer beide instellingen op elkaar gelijken. Beide gebouwen bestaan uit verschillende afdelingen die met elkaar verbonden zijn door middel van loopbruggen. In de academie worden studenten 'participanten' genoemd, in de TBS-kliniek worden de gevangenen ‘patiënten’ genoemd. Een cel heet een 'kamer'. In de Rijksacademie wordt door professoren als Michel eigenlijk geen les gegeven. Bij hun aankomst, één keer per maand, krijgen ze een lijst met namen van participanten, die hen graag in hun 'studio' of 'kamer' zouden willen ontvangen. Het eerste wat Michel eergisteren ontving toen hij in de TBS-kliniek arriveerde, was een lijst met namen van gevangenen die hem wilden ontmoeten. De 'participanten' of ‘patiënten’ beschikken over een eigen studio en kunnen terecht in grote, collectieve ateliers, waar ze alle mogelijke werktuigen vinden om te naaien (in de naaiwerkplaats), te filmen of te fotograferen (in de film en fotografiezaal) of te boetseren.

          In de naaiwerkplaats van de TBS-kliniek hing een grote, zelf genaaide zwembroek aan een lijn. In de boetseerruimte trof hij een 'klant' aan die een kleien konijn had geboetseerd, met ogen die bijna de hele kop in beslag namen. Hij was het konijn aan het schilderen, gebruik makend van de vreemdste kleuren.
          Plotseling werd Michel op een dringende manier, over zijn schouder, in het oor gefluisterd door een twee meter grote man, die verklaarde: 'Het konijn is een minderwaardig ras.'
          'Ja?' antwoordde Michel, 'waarom dan?'
          'Heb je ooit al geprobeerd het jong van een konijn te wurgen?" vroeg de man, voorovergebogen over Michel’s schouder.
          Michel begint zich heel traag om te draaien zodat hij de man in de ogen kan kijken.
          'Neen,' antwoordt hij.
          'Je kan een konijnenjong voor de ogen van zijn moeder wurgen,' zegt de reus, 'zonder dat ze een vin verroert. Je kan al haar jongen, een voor een wurgen, zonder dat ze ook maar opkijkt of stopt met knabbelen.'
          'Ah, dat wist ik niet', zei Michel.
          ‘Het konijn is een minderwaardig ras,’ vervolgde de reus, ‘maar een kat… Heb je al eens geprobeerd een kat te wurgen?'
          ('Le lapin est une race méprisable,’me glisse-t-il dans l'oreille, 'tandis qu'un chat… Est-ce que tu as déjà essayé d'étrangler un chat?')

Overal waar hij gaat wordt Michel vergezeld door een jonge vrouw, die hem na elke ontmoeting met een 'klant' zegt hoe hij dit of dat had moeten opvangen. Als een man in de gang vlak voor hem komt staan en zijn gezicht steeds dichter bij dat van Michel brengt, had Michel moeten terugdeinzen, zegt ze. Als hij door een 'patient' in zijn cel wordt geroepen, die helemaal is ingericht, met honderden voorwerpen, heel veel planten en hifi-toestellen, begint die man meteen om hem heen te draaien, zodat Michel na twee minuten met zijn rug tegen de muur staat. De jonge vrouw komt hem ontzetten met een achteloos: 'Michel, er wordt naar je gevraagd', waarna ze hem opnieuw uitlegt wat hij verkeerd heeft gedaan en zich luidop afvraagt of hij ook geen noodzendertje vandoen heeft, zoals elk lid van het personeel. Langzaam, eigenlijk, wordt Michel tot een deel van het bewakend, argwanend systeem gemaakt, terwijl hij zich nog steeds sterk verbonden voelt met de gevangenen, door zijn ervaring in Griekenland.
          'Nothing is more clear than a closed door', zei de jonge vrouw die Michel overal vergezelt. Er moet altijd een afstand blijven tussen de therapeut of de animator, zoals de bewakers worden genoemd, en de patiënt.
          Michel heeft gevraagd of hij de controlekamer met de tien monitors mocht fotograferen, en dat mocht, maar niet het bedieningspaneel met een lijst van de honderden camera's. Voor zover hij tot nog toe heeft kunnen vaststellen is er geen enkele hoek in de 'gevangenis' die niet constant gefilmd wordt.

Wat de tentoonstelling in het Witte de With betreft, had hij besloten een exacte kopie van een cel te maken in spaanderplaat, met inbegrip van het verwarmingselement, de lavabo, etc. Een soort van mal, eigenlijk, zoals de houten Ferrari’s waarop het koetswerk van een prototype geslagen wordt, bedacht ik. In het begin had ik gevonden dat hij alleen maar een echte cel kon tentoonstellen, maar Michel denkt aan een kartonnen cel, zoals zijn ‘Résidence terrestre’, eigenlijk. Hij denkt er nu ook over een lijst met namen te maken, een soort wachtlijst, omdat hij niet alleen getroffen was door de wachtlijst die hij bij zijn aankomst in de TBS-kliniek in handen kreeg, maar ook heeft vernomen dat 150 'patiënten' wachten op hun overplaatsing naar deze luxe-gevangenis. Hij is op zoek naar een lijst van mensen die op een visum of een sociale woning wachten, maar hij weet nog niet welke vorm die lijst zal krijgen. Eigenlijk zou hij alle namen met potlood moeten kopiëren. Hij vraagt zich ook af of zo'n lijst gedrukt kon worden.
          De enige installatie waar hij zeker van was voor de tentoonstelling in het Witte de With, het videobeeld van de draaiende Prune en het aangetaste bed van kleiblokken, zou veel te zwaar worden. Hij was van plan de blokken in zilverpapier te wikkelen, maar daarna was deze onderneming hem gaan tegenstaan, 'omdat het een beeld is dat al eens heeft gewerkt, in Berlijn'. Ik begrijp niet waarom dit betekent dat hij het niet meer mag tonen. Wie twee of drie sterke beelden vindt in zijn leven mag al tevreden zijn, waarom moet er telkens weer iets nieuws gevonden worden? Maar daar ging het hem niet om, zei hij, wat hem stoorde was dat het met de hand losrukken van stukken klei uit die kleiblokken, en er daarna een paar keer in knijpen, een ervaring is die hij al achter de rug heeft. Als ervaring is dit werk dus niet interessant meer, moet hij dan assistenten gaan aanwerven om te doen alsof hij daar een week met die klei heeft gewerkt?


Woensdag, 29 januari 1997

Michel vertelde me nog meer over zijn laatste bezoek aan de TBS-kliniek. Heel wat gevangenen, vertelde hij, waren geïnteresseerd in zijn foto waarop je iemand ziet die het hoofd door de col van een trui trekt. Voor Michel is dit beeld verbonden met de geboorte van een van zijn kinderen.

          'Dat is ook de reden waarom ik altijd een hoed opheb,' zei een van de gevangenen.
          'Hij zet zijn hoed nooit af,' verduidelijkte iemand anders.
          De man die het plaasteren konijn heeft afgegoten keek Michel in de ogen en vroeg hem wat hij van zijn sculptuur vond.
          'Het heeft wel nogal grote ogen,' zei Michel.
          'Ik heb nog iets liggen,' zei de man. ‘Dit heb ik alleen maar gemaakt om de anderen te tonen dat het niet moeilijk is, dat iedereen een vorm kan afgieten.'
          Hij ging iets halen in zijn kamer en kwam terug met een grote kookpot van aardewerk. De knop van het deksel was naar verhouding iets te groot. In deze biljartbal waren een mond, ogen en een neusje gegrift. Het was een kaal hoofd. Rond het hoofd, over het deksel, en ook over de pot, waren mooie kronkelende lijntjes in de natte klei getrokken, die deden denken aan de rasta-vlechten van de gevangene.


Vrijdag, 11 april 1997

Deze week ging Michel in de TBS-kliniek filmen, had hij aangekondigd. Toen hij toekwam kreeg hij een keurig lijstje met afspraken. De eerste man die hij zag was de man die dat konijn met de grote ogen had afgegoten. Hij had er twee gaatjes in gemaakt, zodat het met een riempje aan zijn hand bevestigd kon worden. Hij wilde een filmpje maken over het rondwandelende konijn, waarbij hij met zijn vingers de pootjes van het konijn zou uitbeelden en tegelijk een schril geluid voortbrengen. Michel stelde hem voor over de muren rond het vertrek te wandelen, zodat hij tegelijk het vertrek van nabij zou kunnen filmen. Hij was erg onder de indruk van de ernst en de inzet van zijn medespeler. Daarna stelde de man voor er een vriend bij te roepen die ook een konijn had gemaakt, zodat ze met tweeën konden spelen, twee konijnen die elkaar ontmoeten, aan een tafel, met de reproductie van een schilderij als achtergrond. Toen ze klaar waren begonnen de omstanders te applaudisseren.

Een andere man wilde dansen zonder zelf in beeld te komen. Hij liet zijn schoenen allerlei danspassen uitvoeren, die hij zelf eerst voordeed, om er zeker van te zijn dat ze juist stonden. De achtergrond was hier ook een schilderij.

Een andere man commentarieerde zijn tekeningen. Het was de man die vroeger telkens de plank van zijn voet tekende, over zijn schouder kijkend.

Nog een andere man wilde ook wel zijn tekeningen commentariëren, maar niet op de grond, zoals de eerste. Hij wilde ze ophangen aan een administratief prikbord met van die magneten die je blad vasthouden.

Een laatste man wilde dat Michel een 'vergezicht' filmde. Door een raam aan het eind van een gang, kon je een nieuwe gang met een tweede raam zien, waarachter nog een raam te zien was. Dat vroeg hij Michel te filmen en daarbij in en uit te zoomen.

Nog een andere man had de toestemming gekregen de op graven gelijkende tuintjes om te bouwen tot een nieuwe tuin. Hij wilde dat Michel hem filmde terwijl hij het gras omspitte.


Montagne de Miel, 11 april 1997