Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Hadassah Emmerich - 2016 - Onderkoelde sensualiteit [NL, interview],
, 2 p.




__________

Hans Theys


Onderkoelde sensualiteit
Nieuw werk van Hadassah Emmerich



De schilderijen zijn verspreid over vier verdiepingen in een ruime woning. Hun formaat is groter dan manshoog. De composities zijn samengesteld uit gebogen vlakken die vaak verwijzen naar gestileerde vrouwenlichamen. Ze lijken gebaseerd te zijn op collages. De randen van de vlakken verraden niet hoe ze tot stand gekomen zijn. Eerst lijkt het alsof er tape gebruikt werd, maar bij nader inzien lijkt dat niet het geval te zijn. Je kan niet zien in welke volgorde de lagen werden aangebracht. Hier en daar lijk je de textuur te herkennen die wordt achtergelaten door een verfrol, soms herken je penseelstreken, soms zie je dat de verf al spuitend werd aangebracht, alsof de kunstenares een verleden heeft als street art kunstenaar. De kleuren lijken warm en gloeiend, maar zijn gedempt door een soort van grijze sluier. Ik zou willen spreken van een onderkoelde warmte, als er zoiets zou bestaan. In twee reeksen op papier zijn de kleuren feller gebleven, ook al doordrenken ze het papier. Hier breekt een sensualiteit door, die elders ingehouden of teruggedrongen wordt. Uit deze reeksen zou je kunnen afleiden dat de kunstenares met sjablonen werkt, maar hoe juist? Gelukkig is ze in de buurt, zodat we het haar kunnen vragen.

Hadassah Emmerich (°1974): Vroeger werkte ik graag zonder te weten waar het schilderij ging eindigen. Vandaag bereid ik de compositie voor met computercollages. Het echte werk zit dan in de uitvergroting en het overzetten van wat ik op de computer heb voorbereid. Het mengen van de kleuren neemt soms uren in beslag. In de werken op papier ga ik vrijer om met de verfsluiers, waardoor er een efemere kwaliteit ontstaat: de ruimte lijkt te verdwijnen in de verf en wordt ongrijpbaar. Op doek zoek ik meer naar een evenwicht tussen het grafische en het diffuse. Tegelijk streef ik naar een fusie van verschillende kleurbenaderingen: zogenaamd exotisch kleurgebruik, dat voor mij nauw aanleunt bij de directe kleuren en de egaal gekleurde vlakken van de pop art, en het meer reflectieve, westerse kleurgebruik, waarbij gespeeld wordt met schaduwen, modulering en picturale diepte.
In mijn Londense periode (2003-2005) werkte ik met harde kleuren die aan de pop art deden denken, direct uit de tube, excessief, alsof ik mijzelf het exotische, of de ideeën die de mensen daarover hebben, wilde toe-eigenen. Het exotische bestaat natuurlijk niet echt, het is een projectie. Ik liet mij inspireren door manifestaties van het exotische: toeristische flyers en restaurants waarin de zogezegde sfeer van een verafgelegen land wordt opgeroepen. Tien jaar geleden maakte ik in het GEM in Den Haag muurschilderingen onder de gemeenschappelijke titel ‘With Love from Batik Babe’. Dat was humoristisch bedoeld, maar tegelijk ging het om de vrouwelijke identiteit van een Aziatische vrouw die de macht overneemt en alles onderspuit met zuurstokkleuren. Ik vertrok van opgelegde vormen en probeerde de onderwerpen door middel van kleur een actuele urgentie te geven, een snelheid, iets overrompelends.
De titel van de tentoonstelling, ‘Contre-jour’ verwijst naar de esthetiserende manier waarop vrouwenlichamen vroeger in beeld werden gebracht door fotografen, maar ook door sommige beoefenaars van het oriëntalisme in de schilderkunst, om de 'mysterieuze' sfeer van de Oriënt te benadrukken. Die contre-jour esthetiek, met zijn schaduwen, deed mij denken aan de metalige benadering van Fernand Léger, die het lichaam voorstelde als een machine. Beide benaderingen gebruik ik om de directe aanpak van de appropriatie (waarin beelden van het vrouwenlichaam zich voordoen als gebruikswaar) te verrijken met een reflectieve, maar ook authentieke, persoonlijke dimensie. Dit alles speelt zich af op het vlak van de gebruikte kleuren, maar ook op het vlak van de gebruikte vormen en de composities. Verwijzend naar de beeldtaal van de reclame en de pop art, gebruik ik sjablonen, spiegelingen en herhalingen, die het lichaam van de vrouw zowel esthetiseren als problematiseren.
De onderkoelde sensualiteit die je ziet, dat onderdrukken van verzadigde kleuren, veroorzaakt een interessante spanning, alsof je het thema van onderdrukking en bevrijding abstract kan vertalen. Wat gebeurt er als je een huidskleur vergrijst of verzacht? Wat krijg je dan? En met wiens blik kijk je naar dat lichaam, of naar het schilderij?
Ik snij vormen uit vinyl, ik rol ze in met drukinkt of olieverf en druk ze af op het doek. Daardoor ontstaan die puntjes die je hebt opgemerkt… Mijn moeder was receptioniste bij een lokale krant. Als ze ’s avonds moest werken, nam ze mij mee. Soms mocht ik een pakje naar de redactie brengen. Later mocht ik helpen bij het zetwerk en nog later heb ik in de drukkerij gewerkt. Die drie dingen zijn nu nog aanwezig in mijn werk: het formuleren van een problematiek, het zetwerk en het eigenlijke drukken… Vreemde ontdekking, neen?


Montagne de Miel, 4 december 2016