Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Karl Philips - 2014 - IJzer tegen de kilo [NL, review],
, 3 p.




__________

Hans Theys


IJzer tegen de kilo
Over een tentoonstelling van Karl Philips



Karl Philips (°1984) beëindigde in 2009 zijn studies met het werk The Basement: tussen een aantal rijhuizen, in een braakliggende doorgang naar een achterliggende fabriek, te smal om een regulier huis op te bouwen, plaatste hij een caravan die voorzien was van water, elektriciteit en internet. Het afval belandde rechtstreeks in een publieke vuilnisbak. Een jaar later maakte hij het werk Conciërge: een als een harmonica opvouwbare, verplaatsbare woning voor daklozen die paste op grote reclameborden van een bepaalde firma. De woning werd vier maanden bewoond door een dame die ook optrad als woordvoerster.
    Als student woonde Philips al in een mobilhome, geparkeerd op het terrein van de school, die aanvankelijk zonder het te weten elektriciteit leverde. Nu is de mobilhome voorzien van een zonnepaneel. Als atelier heeft Philips een oud, opvouwbaar en verplaatsbaar lunapark gekocht, dat hij een beetje heeft aangepast. In 2012 maakte hij het werk Good / Bad / Ugly waarvoor drie huisjesvormige, verplaatsbare reclamepanelen werden omgevormd tot huisjes die bewoond werden door nomadische performers die onder meer in hun levensonderhoud voorzagen door het verhuren van de reclameruimte. Telkens weer creëert Philips werken die vertrekken van het begrip ‘restruimte’: publieke ruimte die om wettelijke redenen niet benut mag worden om te wonen, te verblijven of activiteiten te ontwikkelen.
    Tijdens deze tentoonstelling is er veel nieuw werk te zien, dat toont hoe de praktijk van Philips zich uitbreidt en onze samenleving meer en meer doorkruist. Het meest verrassende daarbij is een doorgedreven nadenken over esthetiek, dat nieuwe werkgebieden blootlegt, bijvoorbeeld de wereld van een bepaalde winkelketen, die je door een binnenstebuiten gekeerde winkel te tonen, die schijnbaar is ontdaan van esthetische motieven, laat geloven dat je heel goedkoop aan het winkelen bent.
    Philips kijkt nu naar de manier waarop publieke of semi‚Äčpublieke ruimtes zich vermommen als private ruimtes, om de klanten een gezellig gevoel te geven, bijvoorbeeld door een kamerplant neer te zetten. Hij probeert op deze strategieën steeds anders te reageren. Voor een winkelketen die gratis voedsel aanbiedt op hangende rekjes heeft hij twee namaak rekjes gelast. Zijn eigen rekjes zijn ruwer, gemaakt van betonijzer en met een houten dienblad in plaats van een plastic. Een van deze rekjes heeft hij in een winkel opgehangen. Vervolgens heeft hij twee pakjes chips gekocht en een ervan leeggegoten op het presenteerblad en het tweede tentoongesteld op het rekje. ‘Ik heb niets illegaals gedaan,’ vertelt hij, ‘maar misschien heb ik een personeelslid ertoe gebracht de opgegeten chips regelmatig te vervangen.’
    Van dit voorbeeld van een kleine ingreep kunnen we misschien meteen overstappen naar de meest indrukwekkende bijdrage aan deze tentoonstelling: een zelfgemaakte pomptrolley die zich kan voortbewegen over de dubbele vangrails langs onze autosnelwegen. Strak en functioneel werd over de hele lengte van het tentoonstellingsgebouw een zestien meter lange, dubbele vangrail aangebracht waarop een prachtig pompkarretje prijkt, dat samen met een ingenieur werd ontworpen en zelf werd gebouwd, grotendeels uit recuperatiemateriaal (ijzer tegen de kilo). Ik denk niet dat het nadenken over restruimtes ooit een krachtiger object heeft voortgebracht. Drie dingen komen samen: een prachtig gemaakte sculptuur, een prachtige ruimtelijke installatie en een beeld dat tot de verbeelding spreekt.
    En wat is er nog te zien? Drie van polyester gemaakte kopieën van slaapcabines die bovenop vrachtwagens tronen, maar in ons land verboden zijn. Deze voorwerpen hangen op aan drie stellingen die het totale volume van drie vrachtwagens weergeven. Verder bevatten de stellingen ook zelfgemaakte materiaaldozen, die door truckers vaak gebruikt worden als picknicktafeltje, maar die ook een begeerde ruimte zijn voor verstekelingen, die er languit liggend in kunnen meereizen.
    De derde stelling doorboort de gyproc wanden van een al bestaand tentoonstellingsvolume, waarin drie films te zien zijn. Eén film over het plaatsen van het neprekje in een ijzeren winkel. Eén film over een clandestiene reis van Genk naar Blankenberge en terug, waarbij Philips zich achteroverliggend in de wigvormige opening tussen twee zitbanken verbergt, uitgedost in een trui die hij heeft laten breien op basis van het grijze en roze motief van de stof waarmee de banken zijn bekleed. En één film, Wedge, bestaande uit twaalf met een smartphone gefilmde registraties van twaalf gelijktijdige acties, waarbij twaalf mensen verschillende bankfilialen betreden, hun kaart in de bankautomaat steken, er weer uit halen en bij het verlaten van het vertrek een wig onder de deur schoppen, zodat die blijft open staan en er een publiek toegankelijke ruimte ontstaat.
    Verder vinden we in de tentoonstelling een gelaste kopie van een ‘bullbar’: een ijzeren gestel dat vrachtwagens moet beschermen bij aanrijdingen met grote dieren, maar dat door truckers ook gebruikt wordt als droogrek. (Telkens weer die vreemde kruising tussen een ijzerwinkel en iets dat huiselijk aandoet, waaronder ook een zitbankje dat werd gemaakt uit een vangrail.) Buiten vinden we links van het gebouw de mobilhome en het atelier van Philips en rechts drie kopieën van de schuin aflopende achterzijde van vrachtwagens die gebruikt worden door opkopers van oud ijzer, elk voorzien van een koelkast die er met een spanriem op is bevestigd, omdat opkopers de zwaarste stukken, zoals wasmachines, meestal achterin opladen, zodat ze er nadien niet zo ver meer mee moeten sleuren. Deze werken werden gemaakt voor een tentoonstelling in Strombeek, maar doen het hier, tegen een witgeschilderde buitenmuur, beter, aldus Philips, die ook vertelt dat hij het fijn vindt dat je vanop de eerste verdieping kan zien dat er zich een paar meter verder, achter een schutting, een hoop schroot bevindt.
    Afijn, deze tekst doet onrecht aan de tentoonstelling en aan de gedachten en de werken van Philips, die naar mijn gevoel een van de sterkste kunstenaars is die momenteel in ons land werkzaam zijn. Ik wil het werk niet bezwaren met gebeuzel en ik wil van deze tekst ook geen klankdicht maken dat evoceert hoe Philips, met gebruik van veel Engelse woorden, bijna als een beat poet, over zijn werk kan spreken. Gaat kijken! Het is de moeite waard. (Er staat ook een automaat met witte producten en er wordt je geleerd hoe je met een vouwmeter en een L-profiel gratis aan de waar kan geraken.)


Montagne de Miel, 27 maart 2014