Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Nadia Naveau - 2012 - Energie in zijn puurste vorm [NL, interview],
, 1 p.




__________

Hans Theys


Energie in zijn puurste vorm
Nadia Naveau over haar studies aan de academie



Nadia Naveau: Ik heb aan de academie gestudeerd van 1994 tot 1998. Toen ik de academie voor het eerst bezocht, zat ik net op het kunsthumaniora, waar ik nog twee jaar moest studeren. Ik wist meteen dat ik wilde beeldhouwen, was onder de indruk van wat ik had gezien en had het gevoel dat ik geen tijd te verliezen had. Ik deed twee jaar ineens via de centrale examencommissie en schreef mij in aan de academie. Dat was als een schot in de roos, het voelde heel juist aan. We werkten vier jaar lang aan een heel klassieke figuratie onder leiding van Wilfried Pas. Met klei werken voelde aan als een evidentie. Ik legde vooral de nadruk op het boetseren, maar wilde niet enkel figuren blijven boetseren. Gestaag ontwikkelde ik vrij werk, dat vooral uit assemblages bestond.
          Intussen leerde ik mijn vriend, de schilder Nick Andrews kennen en begon ik dingen anders te zien. Ik volgde keuze-atelier schilderkunst en Fred Bervoets kwam mij geregeld opzoeken in mijn atelier. Zijn energie werkte enorm aanstekelijk. Vanaf dan begon ik ook tweedimensionaal te werken. Ik tekende, schilderde, kraste in hout enzovoort. Daaruit ontstonden bas-reliëfs die ik dan weer beschilderde als een soort verlengde van de tekening. Pas later maakte ik autonome beelden, opnieuw geboetseerd en bekleed met stof, kunstgras of bladgoud. Het leek wel een groeiproces in versnelde beweging. Ik zat in een gemotiveerde klas, met klasgenoten als Caroline Coolen en Bart Van Dijck die goede vrienden geworden zijn. Er was een constante zoektocht, ook naar ruimtes waar we vrijer, groter en vuiler konden werken. In het derde jaar hebben we het Bourla-gebouw gekraakt en in mijn vierde jaar ben ik daar ook afgestudeerd.
Ik denk dat ik van Wilfried Pas veel heb geleerd over figuratie en van Fred Bervoets veel over vrijheid. Wilfried Pas was terughoudender, maar als hij iets zei was het raak. Fred, dat was energie in zijn puurste vorm. Vorige week bezocht hij nog een tentoonstelling en ging hij op zijn knieën zitten om een werk, dat ik nog niet op een sokkel had geplaatst, vanuit de juiste hoek te kunnen bekijken: de hoek van waaruit ik het heb gemaakt. Een meester met een heel scherp oog.


Montagne de Miel, 12 november 2012