Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Panamarenko - 2007 - Naaister en uitblutser [NL, essay],
Tekst , 2 p.




__________

Hans Theys


Naaister en uitblutser
Enkele woorden over Panamarenko als beeldhouwer



In verband met Panamarenkos werk wordt doorgaans niet over ‘sculpturen’ gesproken, maar over ‘tuigen’ en ‘objecten’. Zelf heb ik over zijn werk vijf boeken gemaakt en tal van teksten geschreven, waarin ik zoveel mogelijk aandacht heb besteed aan zijn intenties en de technische avonturen waarvan zijn beste sculpturen een soort van afvalproducten zijn. (Zie bijvoorbeeld: Een bondig overzicht van enkele terugkerende onderwerpen in Panamarenkos werk, in: Panamarenko, Isy Brachot, 1992, p. 227-241.) Toch kan het geen kwaad Panamarenko heel even te beschouwen als een bewonderaar van Picasso. (Zijn lievelingswerk van Picasso is ‘een grote kop, een soort van opengewerkte, verroeste conserve, die ergens op een plein staat in Chicago’: Chicago Picasso.) Panamarenko is een beeldhouwer. De bevreemdende, dubbelzinnige natuur van zijn werken komt bijna altijd voort uit esthetische eisen die een voor de hand liggende, technische oplossing onmogelijk maken.

Zo zorgde het omwille van esthetische motieven omkeren van de Suzuki-motor in Hazerug ervoor dat de motor niet meer startte. Toch bleef Panamarenko acht jaar lang aan deze motor sleutelen. De bedoeling van deze bezigheid is niet zozeer te bewijzen dat motoren ook ondersteboven kunnen starten, maar wel zelf te ondervinden waarom dit niet mogelijk is. Elk nieuw toestel vormt een eigenwijs, pervers, erudiet, onvolwassen, kolderiek en doodernstig avontuur dat tot nieuwe ervaring leidt.

Het werk moet boeiend zijn op technisch vlak, maar het moet er ook goed uitzien. Panamarenko is in de eerste plaats een kunstenaar: iemand die in de buitenwereld op zoek gaat naar beelden en bezigheden die samenvallen met geheime patronen die sinds zijn jeugd in zijn brein hangen.

En wat zijn dan die patronen? Die moeten helaas geheim blijven. We kunnen er alleen maar op een vage manier naar wijzen. Panamarenko vertelde mij ooit de volgende droom, die hem van streek had gemaakt: Hij bevond zich op een markt en belandde bij een kraampje waar hulpeloze, platte kiwi’s verkocht werden. Ze lagen naast elkaar in mandjes die op nestjes leken. Hij stal een paar van die platte kiwi’s, nam ze mee naar huis en probeerde ze heel voorzichtig op te blazen. Hij ging zo voorzichtig te werk, omdat hij besefte dat het boobytraps konden zijn zoals ze gebruikt werden in Vietnam: landmijnen die leken op naar beneden gedwarrelde bladeren. Als kind zag Panamarenko een vliegende bom waarvan de motor was stilgevallen en die schommelend neerdwarrelde. Althans, dat meent hij zich te herinneren. In zijn Monument voor Fokker, een sculptuur die een zwevend vijgenblad voorstelt, schijnen deze beelden samen te komen.

Panamarenko is een wonderlijk man, met wonderlijke bezigheden. In andere teksten heb ik die bezigheden zo precies mogelijk beschreven. Maar hij is ook een uitblutser. Telkens weer maakt hij strakke volumes op basis van dunne stijve schalen die je eigenlijk niet in drie richtingen kan plooien. Zijn métier bestaat in het vasthouden aan deze kinderlijke werkwijze en het camoufleren van de resulterende kreukels. Ooit toonde hij mij in het Middelheim een sculptuur van Rik Poot, die hem op weg heeft geholpen. Vertrekkend van diens holle sculpturen, die tot stand kwamen door dunne lappen was aan elkaar te hechten, ontwierp Panamarenko een techniek om lappen cellofaan aan elkaar te solderen. Voor Cockpit, de sokkel van Walvis en de vandaag nog zichtbare, lage omheining voor de geplande magnetische sculptuur in het Middelheim, werden de randen van het cellofaan gevat in dubbel geplooide blikken stroken die door middel van tikjes met een spijker ingedeukt en rond het cellofaan gespannen werden. Zo konden de doorzichtige lappen met soldeersel aan elkaar gehecht worden. Deze ‘techniek van het lappendeken’ komt terug in veel sculpturen, bijvoorbeeld in de lappen vilt die op Feltra werden geprikt met spelden, in de gondel en de aan elkaar gekleefde stroken PVC van The Aeromodeller, bestaan, in de structuur van Prova Car en in de eierschelp-maliënkolder van Scotch Gambit. De techniek is natuurlijk afkomstig van de manier waarop de rompen van boten en vliegtuigen aan elkaar geklonken worden. Panamarenko is een naaister die de klinknagels van dokwerkers combineert met de verloren was kunst uit de jaren vijftig.

En nu ik toch bezig ben over zijn uitzonderlijk talent als klassiek beeldhouwer, zou ik u willen uitnodigen eens te kijken naar Krokodillen. De manier waarop deze namaakdieren vorm gekregen hebben is verbluffend: twee plasic vellen die met een vissersnaaimachientje aan elkaar zijn genaaid en gevuld werden met grof zand en kiezelsteentjes. En daarover een net met vierkante mazen! En het zijn kleintjes, die krokodillen! Vergis u niet, als u ze op een foto bekijkt. Het werk heeft die magische kwaliteit dat de omvang ervan onmogelijk afgeleid kan worden uit een foto… Op een dag, kijkend naar dit werk, ging ik vermoeden dat een paar vloertegels ooit per ongeluk losgekomen waren, bijvoorbeeld tijdens een transport, en dat Panamarenko daardoor gezien had dat het werk er beter uitzag zonder die tegels. Ik vroeg hem of dit klopte. Hij antwoordde dat de uiteindelijk vorm van dit werk inderdaad zo tot stand gekomen was. En hij voegde eraan toe: ‘Maar waarom ziet het er beter uit zonder die tegels?’ ‘Omdat een volledig betegelde bak er te realistisch uitzag?’ ‘Ja,’ zei hij, ‘maar ook omdat de lijmsporen eruitzien als een krokodillenvel. Het werk werd veel meer ‘krokodil’ door de lijmsporen…’


Montagne de Miel, 17 oktober 2007