Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Philippe Van Cauteren - 2014 - Niet breken maar buigen [NL, interview],
, 3 p.




__________

Hans Theys


Niet breken maar buigen
Philippe Van Cauteren over Berlinde De Bruyckere



- Zou je iets willen vertellen over deze tentoonstelling?

Philippe Van Cauteren: Mijn belangstelling voor het werk van Berlinde De Bruyckere gaat terug tot mijn negentiende of twintigste, toen ik aangegrepen was door een tentoonstelling met tekeningen die georganiseerd was door de vrienden van het PMMK in Oostende. Los van deze persoonlijke fascinatie vond ik ook dat het tijd was voor een kunsthistorische rechtzetting, in die zin dat mijn voorgangers in dit huis nooit belangstelling hebben getoond voor het werk van De Bruyckere, die je vandaag toch tot een van de tien belangrijkste beeldhouwers ter wereld mag rekenen. We beschikten wel al over twee werken: Aan-één (2009), een lichtjes open staande vitrine waarin zich twee verstrengelde paard-sculpturen bevinden, en I never promised you a rose garden (1991), een metalen balk met rieten manden die gevuld zijn met loden rozen (een werk dat oorspronkelijk te zien was in Watou). Maar voor het verhaal van dit museum gaat het dus om een belangrijke tentoonstelling.
    Verder zijn er verschillende elementen in dit oeuvre die mij fascineren. Zoals ik schreef in een brief aan de kunstenaar, die deel uitmaakt van de bij Mercator uitgegeven monografie die eerstdaags verschijnt, gaat het bij deze kunstenaar nooit om ‘misschien’, maar altijd om ‘ja’ of ‘neen’. Je hebt veel ‘misschien’ kunstenaars, maar Berlinde De Bruyckere behoort daar zeker niet toe. Ofwel ga je voor dit werk en omarm je het, ofwel laat je het links liggen. In die zin stemt haar werk overeen met haar eigen manier van zijn. De Bruyckere is iemand die volledig gaat voor de dingen: ze is radicaal, ze trekt de dingen door, ze graaft in de menselijke psyche op een manier die mijns inziens alleen maar bewondering kan opwekken. De manier waarop ze vormen exploreert en verbindt met het menselijke zijn is diep analytisch, het heeft te maken met een soort offer. Haar werk is iets dat je niet loslaat.
    Als ik bijvoorbeeld beelden zie van wat er vandaag in Irak gebeurt, dan resoneert het werk van De Bruyckere daarin mee. Tegelijk resoneert het niet alleen in het hier en nu, maar ook in onze waarneming van de kunstgeschiedenis, net zoals bewegingen van een danser in haar werk kunnen resoneren. Een van de medewerkers van het S.M.A.K., Filip Van de Velde, zei onlangs dat het werk van De Bruyckere niet gaat over breken, maar over buigen. Ik wou dat ik die fantastische formulering zelf had bedacht. We hebben hier inderdaad te maken met een kunstenaar die het lijden, de dood en de wereld van de menselijke gevoelens zonder cynisme benadert. Het gaat om een meevoelen. Sommigen zeggen dat dit werk bijna christelijk aandoet, maar daar ben ik het niet mee eens. Wel wordt het door zijn naaktheid en directheid bijna een tweede huid voor onszelf.
    We leven in een tijd waarin we met zoveel beelden te maken krijgen dat we ze bijna niet meer kunnen waarnemen. Het werk van De Bruyckere wordt echter gekenmerkt door een soort traagheid die ons kijken bijna verlamt. We worden verplicht om een andere ‘vitesse’ aan te nemen, ook in ruimtelijke zin. Daardoor biedt het werk ons ook een vorm van troost of geruststelling.

- Waarin bestaat volgens jou de artistieke waarde van dit werk?

Van Cauteren: Ik heb zojuist natuurlijk al een aantal elementen genoemd, maar als ik het mag samenvatten zou ik zeggen dat de waarde erin bestaat dat haar werken een soort van universele getuigen zijn van een menselijk existentieel drama.

- Op welke manier is dit werk hedendaags?

Van Cauteren: Als dit werk universeel is, dan is het daardoor op elk moment hedendaags. Op elk moment zal het een verbinding tonen met het heden, ook al is het gebonden aan een specifieke vorm en een specifieke iconografie. Het werk zal altijd op een actuele manier gelezen worden omdat het keuzes maakt.

- Wat is jouw lievelingswerk?

Van Cauteren: Dat is een zeer intieme en moeilijke vraag, maar ook in het geval van andere kunstenaars zou ik moeilijk een lievelingswerk kunnen aanduiden. Eigenlijk gaat het niet over afzonderlijke werken, maar over weefsels. De werken van Berlinde de Bruyckere ‘morphen’: zowel de thema’s als de vormen gaan in elkaar over. Haar oeuvre laat zich lezen als één gewrocht, één beeld, één stroom.

- De tentoonstelling moet nog opgebouwd worden. Waar ben je het meest benieuwd naar?

Van Cauteren: De hoeveelheid. Ik heb bijna alle tentoonstellingen gezien die De Bruyckere de voorbije tien jaar heeft gemaakt. Telkens ging het om spaarzame, uitgekiende presentaties van een vijftal werken, waarbij veel ruimte werd gelaten om ze te verteren. Nu zullen er, als we de tekeningen meerekenen, een honderdtal werken te zien zijn. Ik ben benieuwd naar de impact van deze veelheid op de bezoeker, in welke emotionaliteit zich dat gaat omzetten.


Montagne de Miel, 29 september 2014