Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Pierre Bismuth - 1995 - L’embarras du choix [NL, essay],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


L’embarras du choix
Enkele woorden over een tentoonstelling van Pierre Bismuth



Pierre Bismuth schijnt deel uit te maken van een soort Fransen die als ze spreken ook verstaanbaar zijn, alsof er niets verhuld moet worden in zogenaamd fraaie, maar eigenlijk door de vorm verpletterde bewoordingen. Daar in Frankrijk hangt de geest zwaar, alsof hij binnenkort eindelijk en voorgoed uit de weg geruimd zal worden. Daar zijn al veel opkuisbeurten geweest in Frankrijk, om orde op zaken te zetten, maar telkens weer waren ze bezield door gezwollen bewoordingen, die meenden getuigenis te moeten afleggen van een absolute humaniteit die is uitgevonden en opgekweekt in Frankrijk, en die nooit verloochend mag worden, kwestie van de mensheid niet te beroven van haar enig excuus.

Toch zijn er andere Fransen geweest, zoals Stendhal, die de zaken nuchter hebben geplaatst, in een leesbare taal. En later was er de doorgedreven, overzichtelijke simpelheid van Daniel Buren.

Men vergeve mij deze pretentieuze, hoogdravende, neerbuigende en versimpelende inleiding, maar ik denk dat ze iets meer zegt over de betrachtingen van de kunstenaar Pierre Bismuth.

Daar is iets in hem dat strak is, dat weet waar het naartoe wil, en dat zich daarom zoveel mogelijk beperkt.

Eergisteren zag ik een tentoonstelling van zijn werk, in de Franse stad Tours. Eén werk - beelden die werden getoond door middel van een televisie - toont enkele mensen die prutsend aan een radio naar een zender zoeken. Ze komen in beeld, met hun rug naar de camera, en draaien aan zo'n knop, tot ze een verhaal vinden dat hun bevalt. De toeschouwer hoort hoe ze zoeken, hoe ze luisteren en aarzelen, halthouden bij een bepaalde soort muziek, en weer verder zoeken tot ze een keuze maken.

Een ander werk - op de muur geprojecteerde filmbeelden -, toont hoe telkens twee mensen woordjes aanklikken op een computerscherm. De toeschouwer ziet enkel het computerscherm, met een aarzelende, bewegende cursor, die een reeks synoniemen aftast. Op de klankband hoor je twee mensen die met elkaar overleggen welk woord ze zullen aanklikken. Elke keer als ze een woord hebben aangeklikt verschijnt er een nieuwe reeks synoniemen. Dit werk (titel) is verwant met het werk Spread, dat een grafische voorstelling is van de manier waarop de taal aaneenhangt. Het werk is opgedeeld in een aantal verticale kolommen. Helemaal links vinden we het woord 'spread'. In de volgende kolom zien we woorden die in het woordenboek worden opgegeven als synoniemen van dit woord. In de daaropvolgende kolom vinden we de synoniemen van deze nieuwe woorden, enzovoort, als een wijdvertakte, zichzelf spreidende waaier van verbonden woorden.

Op de vloer werden twee spreekwoorden geschilderd, die elkaar tegenspreken. Ergens anders is een lijst te vinden met een vijftiental naast elkaar geplaatste, contradictoire spreekwoorden, die de taal en het geconsacreerde, volkse gedachtengoed tonen als een uiteengespatte verzameling van verklaringen voor om het even welke handeling of toestand.

De tentoonstellingsruimte is opgesplitst in twee vertrekken. Vanuit het verduisterde vertrek betreedt men een open, helderverlichte ruimte, waar zich nog twee andere werken bevinden.

Op een witte sokkel, onder een plexiglazen stolp, toont een piepklein televisietoestel (10 bij 10 cm) een gefilmd verslag van de bouw van een monumentaal werk, dat bekend staat onder de naam La pièce de Châteauroux. La pièce de Châteauroux is een piepschuimen maquette van de stad Parijs, waarin de gebouwen vervangen werden door eigennamen. Het geheel (xxc x xxx cm) rust op een door tape samengehouden, metalen buizenconstructie. Het is zo hoog dat de toeschouwer op een laddertje moet klimmen om de maquette te kunnen overzien. In deze tentoonstelling, echter, keert dit werk terug op minieme, intieme schaal, alsof de kunstenaar het wou terugdringen naar de plaats die het nu verdient. Het nieuwe werk, immers, is minstens even belangrijk als zijn monumentale voorganger. (Daarom wordt het ook gepresenteerd als een object - op een sokkel.) Wat Bismuth nu wilde tonen, denk ik, is de manier waarop een werk ontstaat, of, anders gezegd, de manier waarop hij leeft, denkt en keuzes maakt.

Een kunstwerk doet zich vaak voor als een reliek, als een overblijfsel van een bezigheid of ervaring, die voor de toeschouwer niet onmiddellijk toegankelijk is. Toch moet die bezigheid zelf - zolang de kunstenaar zich niet ophangt of gewoon achterlijk of gestoord is - enige zin hebben. Hoe kan de kunstenaar echter de ontstaansgeschiedenis van een werk tonen? Deze vraag is zeker relevant - en gemakkelijker te begrijpen - met betrekking tot de schilderkunst. Een schilderij ontstaat vaak door het bedekken of wegschrapen van bestaande verflagen, waarbij de beslissing een bepaalde laag te verbergen of te bewaren de ritmiek van het schilderij uitmaakt (de kracht of de humor, het conventionele of het afwijkende, de gezochte onrijpheid of de gedwongen zwaarte). Dit ernstig genomen of dansende worstelen met de verwachting (die gepareerd wordt met een wansmakelijk of classicistisch contrapunt), dat bedachtzame of onbetamelijke gewroet met gedachten en materialen, dit alles - als ik het zo mag zeggen -, vormt meestal een verborgen geschiedenis die het niet geoefende oog ontgaat.

Deze tentoonstelling, denk ik, probeert iets meer te zeggen over dit gewroet.

Blue Monk in Progress, het meest imposante - voor mij zelfs ontroerende - werk van deze tentoonstelling, bestaat uit een zelf spelende vleugelpiano en een partituur. Het werk toont hoe Pierre Bismuth heeft gepoogd de compositie Blue Monk uit het hoofd na te spelen. Hij heeft deze poging laten registreren door een computer. Soms zien we hoe twee toetsen van de piano een tijdje ingedrukt blijven, omdat Bismuth nadacht over het vervolg. De partituur is een volledig uitgeschreven relaas van deze aarzelingen. Het resultaat is een voorzichtige, weifelende variatie op een standard, die ons tegelijkertijd iets vertelt over het aftasten van de schuiven in ons hoofd, mogelijke gevoelens, en het ontstaan van een beeld of een voorwerp dat een kunstenaar wenst te tonen aan een publiek.

Zo toont deze tentoonstelling hoe een kunstenaar – zwaar lopend van een heleboel geest en duizenden mogelijkheden – op een minimale, heldere en eenvoudige manier kan spreken over zijn particuliere bezigheden en ervaringen.


Montagne de Miel, 9 april 1995