Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Reniere en Depla - 2016 - Een teder geschenk [NL, review],
, 1 p.




__________

Hans Theys


Een teder geschenk
Over een tentoonstelling van Reniere en Depla



Wie de schilderijen van Reniere en Depla al heeft mogen ontdekken in Villa De Olmen, waar ze verschillende groepstentoonstellingen hebben georganiseerd, of in hun eeuwenoude herenhuis in het Franse Autun, kan zich inbeelden hoe ze op een dag ontdekt kunnen worden achter een notenhouten paravent of een met goudstiksel afgezoomd, zwaar gordijn, en een begeesterend raadsel kunnen oproepen. Want twee dingen zijn verfrissend nieuw en persoonlijk aan deze schilderijen: het oproepen van een bevreemdende sfeer met beelden die niet tot stand kwamen door het dwangmatig combineren van twee of drie niet bij elkaar horende voorwerpen (in de geest van Lautréamont of Magritte), en het weven van een textuur waarin deze beelden liggen ingebed, als in een bad van kleur en gesponnen verf.

Reniere en Depla geven een nieuwe inhoud aan de baroktechniek, door de beelden die opdoemen uit de deels lichter en deels donker gemaakte doodverf, voor altijd te verstrikken in de textuur door de lichte en de donkere partijen tegelijk te tinten met aangelengde kleurlaagjes die het hele oppervlak bedekken. Textuur en beeld, kleur en schaduw, voor- en achtergrond: alles is met elkaar verbonden door gemeenschappelijke tonen. Naar voor gehaalde tonen worden weer naar achter getrokken door een overschildering met een witte glacis-laag, lichtere partijen worden opnieuw verdonkerd of getint door een dun kleurlaagje.

Het werk is doortrokken van tijd, zonder nostalgisch te zijn. Het ontstaat als het patina van Chinese stenen: iets wordt toegevoegd en iets wordt weggewassen. Reniere en Depla vertellen over een beeld van Walter Benjamin van een engel die naar de toekomst wordt weggeblazen terwijl hij naar de catastrofe achter zich kijkt: ‘Als je schildert, ga je ergens naartoe,’ vertellen ze, ‘zonder het einddoel te kennen. Je kan alleen maar kijken naar wat je verwoest hebt. Het gebeuren bepaalt waar je naartoe gaat, niet je wil. Als je je laat leiden door je wil, maak je alleen maar steriele dingen.’

In een van de schilderijen, dat een reeks foto’s in een vitrine toont, zien we hoe enkele foto’s meer contrast krijgen door de haast onzichtbare schaduw van de fotograaf die wordt weerspiegeld in het glas. Een ander schilderij speelt zich af op drie niveaus: we zien de weerspiegelingen op het glas van een toonkast, we zien de voorwerpen in de toonkast én we zien een schilderij dat zich achter de toonkast bevindt. Een derde schilderij toont ons een portret, waarin een vermoedelijke reflectie op het glas de mond vreemd vertekent. Elk schilderij is als een vastknopen van de tijd die verstrijkt tussen schaduw en hooglicht, een grijpen naar sprekende beelden, een teder geschenk.


Montagne de Miel, 16 oktober 2016