Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Rinus Van de Velde - 2016 - Over de mythe als veelbelovende huls [NL, essay],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


Over de mythe als veelbelovende huls
Rinus Van de Velde in het S.M.A.K.



In maart van dit jaar kan u in het Gentse S.M.A.K. terecht voor een tentoonstelling met nieuw werk van de in honderden beelden verdwijnende en dan als een lenige katachtige opnieuw verschijnende hongerkunstenaar Rinus Van de Velde (°1983). In een onlangs gepubliceerd gesprek met zijn kompaan Koen Sels vertelt Van de Velde dat hij gelooft dat hedendaagse kunstwerken niet meer te begrijpen zijn zonder bijkomende kennis over de kunstenaar. Zonder hem hierin te moeten bijtreden, kunnen we ons afvragen wat we dan over hem zouden moeten weten om zijn eigen werk te begrijpen, vooral als we beseffen dat zijn oeuvre gebaseerd is op fictieve autobiografische verhalen.
 

Wie is Van de Velde?

Natuurlijk hoeven wij niets te weten over Alexander Calders leven om te kunnen zien dat zijn vroege draadsculpturen onvoorstelbaar mooi en precies geplooid zijn, met prachtige lijnen die doen denken aan de tekeningen van Warhol en op een weergaloze manier de ruimtelijkheid van het lichaam oproepen. Wat moeten wij dan wel weten over Van de Velde? Allereerst zou ik willen zeggen dat we hier te maken hebben met een zacht en intelligent man, behorend tot die selecte groep kunstenaars die zich bewust zijn van hun narcistische aanleg en hun pathologische neigingen kunnen verplaatsen naar hun werk. Je voelt dat Van de Velde gedreven is, maar niet op een manier die hem buiten zichzelf drijft. Je voelt dat deze man al zijn hele leven kunstenaar heeft willen zijn, maar wel zonder te vergeten dat het kunstenaarschap maar een vorm is, die je kan helpen te worden wie je bent. Daarom doet zijn oeuvre zich voor als een spiegelpaleis dat beelden weerkaatst van een zoekende, voortdurend van rol wisselende held die misschien droomt van wat Pessoa ubiquiteit noemde, of de hele wereld in zich wil verzamelen zoals Whitman.


De werken zelf

Misschien is deze inleiding te abstract en moeten we kijken naar de werken zelf en naar de manier waarop ze zijn ontstaan. De werken die in het S.M.A.K. getoond worden, zijn (naast een sculpturale installatie die nog vorm moet krijgen) grote zwart-wit tekeningen die aangebracht zijn op geprepareerd doek. Dat is niet altijd zo geweest. Voordien werd ook getekend op papier of rechtstreeks op de muur. Aanvankelijk met houtskool op onbehandeld papier, later met pastel op glad gemaakt papier. Deze overgang van houtskool naar pastel en de manier waarop hierover wordt bericht is tekenend. Van de Velde blijft zeggen dat hij met houtskool tekent. Als ik hem vraag waarom, antwoordt hij dat ‘houtskool op papier’ anders klinkt dan ‘pastel op papier’. “Tenslotte omschrijven schilders hun werk ook als ‘olie op doek’”, vertelt hij, “ook al hebben ze acryl of lakverf gebruikt. ‘Olie op doek’ klinkt gewoon beter, het zorgt ervoor dat je werk deel gaat uitmaken van de kunstgeschiedenis.” Deze uitspraak is typerend omdat zijn werk vertrekt van de mythe van de kunstenaar, die hij op talloze manieren vormgeeft, of een vorm laat zijn voor talloze verhalen, beelden, gedachten en emoties.


Wat is een kunstenaar?

Van de Velde studeerde beeldhouwkunst aan de Sint-Lukas Hogeschool in Antwerpen. Zijn eerste tekeningen toonden dan ook taferelen uit het leven van een fictieve beeldhouwer, waarbij sculpturen werden afgebeeld die in het echt niet verwezenlijkt konden worden. Algauw vermengde dit verhaal zich met verhalen allerhande die gebaseerd waren op bestaande, gevonden foto’s die, omgezet in tekeningen en voorzien van lange titels of legendes, een wereld opriepen van dwalende en zoekende ontdekkingsreizigers, wetenschappers en kunstenaars. Deze verhalen ontstonden gedeeltelijk tijdens het selecteren en samenbrengen van de bestaande beelden en gedeeltelijk bij het schrijven van meerduidige legendes bij de afgewerkte tekeningen. De kunstenaars, avonturiers, uitvinders, atleten, schrijvers en schakers die zo tot leven komen, geven op een proteïsche manier gestalte aan de droom van de vrijheid, die volgens mij aan de basis ligt van de mythe van de kunstenaar. En wat houdt die droom van de vrijheid in? Mensen kunnen alleen maar waarnemen en denken dankzij vereenvoudigende vormen. Altijd gaat de starheid van die vormen ons echter ook beletten dingen te zien of te begrijpen. Kunstenaars spiegelen ons een wereld voor waarin we niet meer gebonden zijn aan deze benauwende vormen. Humor en poëzie tonen ons de kieren, ze wijzen op een plooibaarheid, ze wrikken de dingen los.


Wat is er te zien?

Voor deze tentoonstelling baseert Van de Velde zich op een filmscript van Jules Romains (1885-1972). Het zogenaamde ‘unanimisme’ van Romains doet denken aan Whitman en Van de Velde. Het pleit voor een ‘voorstelling van de wereld zonder het vellen van oordelen’ en een solidaire levenshouding die het individualisme overstijgt vanuit een ‘universele sympathie’.  Voor Van de Velde biedt dit script de mogelijkheid beelden te maken die in verband staan met een niet bestaande film. De resulterende tekeningen stellen echter geen filmstills voor, in die zin dat er geen lichaamsdelen worden afgesneden. De tekening wordt omgeven door een witte boord die, zoals bij Morley, aangeeft dat het om een afbeelding gaat en niet om een poging tot weergave van een werkelijk gebeuren. Tegelijk geeft deze boord aan dat we te maken hebben met een droombeeld, dat doet denken aan Prousts omschrijving van de droom als ‘het verlichte ingewand’. De hele tekening doet zich voor als een perfect gecomponeerd beeld, dat zich omwille van de verschillende texturen prachtig leent om omgezet te worden in een ritmisch verstrooien van grijswaarden en zwarte partijen. Hier ontstaan kleine werelden, fantasmagorieën, die zich rechtstreeks verhouden tot de geheimzinnige taferelen die we kennen van de beste schilderijen, foto’s, films, installaties en theatervoorstellingen. Hoeven we meer over de kunstenaar te weten om deze beelden te kunnen lezen? Ik geloof van niet. Veel liever kijken we naar de inhoudelijke en vooral vormelijke ontwikkeling van zijn werk. Vol verwachting kijken we uit naar de nieuwe wegen die hij nog kan inslaan. We weten dat hij vroeger bestaande foto’s gebruikte, maar tegenwoordig zelf foto’s maakt, waarvoor hij vrienden laat poseren in zelf bedachte en gebouwde decors. Zo komt hij tot gestileerde, fictieve werelden, die op een grafische manier een nieuwe werkelijkheid suggereren. Maar zo komt hij ten slotte ook tot een nieuwe vorm van beeldhouwen, die nog tal van mogelijkheden biedt. In het S.MA.K. zullen dergelijke decorstukken getoond worden, alleen is nog niet duidelijk hoe, omdat dit deel van het werk nog in volle ontwikkeling is. Tegelijk zien we hoe Van de Veldes schriftuur voortdurend verschuift. Door het gebruik van pastelkrijt en met kalk gladgemaakte dragers, kon hij in elkaar vervloeiende grijswaarden creëren die je niet kan maken met houtskool. Vandaag zoekt hij echter naar nieuwe vormen. We zien dat sommige, uitgespaarde witte gedeelten belangrijker geworden zijn en gaan functioneren als een positieve toevoeging aan de textuur van de tekening. We zien ook sneller, minder gedetailleerd getekende partijen, die zich op een evenwichtige manier proberen te verhouden tot tragere, meer verfijnde passages. Hij gebruikt ook opnieuw houtskool. We ontmoeten nieuwe ritmes en technieken. We zien voor het eerst dat Van de Velde hier en daar probeert af te tasten hoever hij kan gaan in het ‘niet-tekenen’: in het louter suggereren van vormen. We voelen een eindeloze speeltuin die gestalte geeft aan de droom van de vrijheid, als geheime schuilplaats voor denkende en voelende enkelingen die elkaar graag ontmoeten in uitgevonden werelden om meer vat te krijgen op de werkelijkheid.


Montagne de Miel, 6 januari 2016