Hans Theys est un philosophe du XXe siècle, agissant comme critique d’art et commissaire d'exposition pour apprendre plus sur la pratique artistique. Il a écrit des dizaines de livres sur l'art contemporain et a publié des centaines d’essais, d’interviews et de critiques dans des livres, des catalogues et des magazines. Toutes ses publications sont basées sur des collaborations et des conversations avec les artistes en question.

Cette plateforme a été créée par Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) en collaboration avec l'Académie royale des Beaux-Arts à Anvers (Groupe de Recherche ArchiVolt), M HKA, Anvers et Koen Van der Auwera. Nous remercions vivement Idris Sevenans (HOR) et Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Sterling Ruby-2015-Liever Bruna dan Baudrillard [NL, essay],
Texte , 3 p.




__________


Hans Theys


Liever Bruna dan Baudrillard
Over nieuwe werken van Sterling Ruby



Tot 25 mei kan u in de kwaliteitsgalerie van Xavier Hufkens, met haar prachtige, dienende architectuur, terecht voor een stijlvolle tentoonstelling met monumentale, beschilderde collages van de Californische kunstenaar Sterling Ruby (1972). In de nieuwe ruimte van dezelfde galerie worden mobielen getoond die Ruby ‘schalen’ noemt, omdat ze, net als de iconische weegschalen van de gerechtigheid, in evenwicht proberen te blijven.


De kunstenaar lijkt op Kurt Cobain. Hij heeft lang, vaal, ongewassen haar waar zijn oren doorpriemen en een baardje dat ik het best beschreven zag in een detectiveverhaal van Rex Stout, waarin Archie Goodwin het baardje van een onverzorgde Italiaan als volgt beschrijft: ‘De stoppels op zijn kin waren grijs, maar wat me het meest verwonderde, was dat ze ruim een centimeter lang waren. Als hij zich nooit schoor, waarom waren ze dan niet langer? En als hij zich wel schoor, wanneer deed hij het dan?’ Om moeilijk te begrijpen redenen denkt de kunstenaar dat zijn werk er eveneens ‘grunge’ uitziet. De klanten ook. Terug wandelend na mijn bezoek aan de tentoonstelling met de mobielen, word ik aangesproken door drie Franstalige, kirrende dames, die mij vragen of ik de werken goed vond. ‘Neen,’ zeg ik. ‘Waarom? Te vuil misschien?’ ‘Neen, integendeel, zeg ik. Te proper en te geprefabriceerd.’ De tentoonstelling van de mobielen lijdt aan een gebrek aan onzekerheid. Er hangt één groot werk, dat wel bestemd lijkt voor een museum of een oliemagnaat, en verschillende kleinere werken voor de woonkamer. De werken creëren geen bijzondere ruimtelijke ervaring, ze hangen op zoals in een lampenwinkel, aan te nette, gegalvaniseerde haakjes. (Van het grote werk zie je zelfs niet hoe het ophangt.) Zelf lijden de sculpturen aan een soortgelijk euvel: ze zijn te voorspelbaar. We hebben hier te maken met een professionele tentoonstelling, op internationaal niveau, maar met werk dat het experimentele stadium voorbij is en zich op een doorzichtige manier heeft aangepast aan de markt.


Twee Kelly’s

Met de schilderijen is het enigszins anders gesteld. Ze zien er ook proper uit, dat wel, maar ze hebben een kracht die deze kwalificatie bijkomstig maakt. Ten dele heeft deze kracht te maken met de oplichtende kleuren, die door Dirk Snauwaert terecht vergeleken werden met de ‘radiance’, het stralende effect, van sommige schilderijen van Rothko. ‘Uw werk lijkt voort te komen uit een botsing van twee Kelly’s,’ zegt hij tijdens een publiek gesprek met Sterling Ruby, ‘Ellsworth Kelly en Mike Kelley.’ Ruby beaamt dit. Hij vertelt dat hij vrijwel zijn hele kunstenaarsbestaan geworsteld heeft met de dictaten van leraren als Diana Thater en Mike Kelley, die zich baseerden op teksten van Franse filosofen, en met de overtuigingen van kunstcritici en (feministische) curatoren, die het maken van schilderijen beschouwden als een voorbijgestreefde en typisch mannelijke bezigheid. Een kunstwerk moest conceptueel zijn, geworteld in sociologische inzichten, liefst hoogtechnologisch, onverkoopbaar en makkelijk te reproduceren. Video dus. ‘Maar een van mijn grote voorbeelden, Bruce Naumann, die video’s maakte wanneer ze gloednieuw waren, in 1968, heeft later ook andere dingen gedaan,’ vertelt Ruby, ‘waarom ik dan niet?’


Tempera op karton

In de begeleidende catalogus schrijft een medewerker van Ruby dat diens atelier in februari van dit jaar is verhuisd, met achterlating van alle werken en materialen, en dat de collages gemaakt zijn met karton dat op de vloer lag in het nieuwe atelier. Het karton werd bevestigd op aluminium dragers en beschilderd met tempera, die werd aangebracht met verfroller en kwast. De opgeplakte elementen werden uitgeknipt met een schaar. De rafelige randen die zo ontstonden, geven de collages een minimaal ‘grungy’ uitzicht. Ik keek naar de werken met de in Brussel wonende, Franse kunstenaars Pierre Bismuth en Xavier Noiret-Thomé. De concept-minnende kunstenaar Pierre Bismuth, die met Ruby bevriend is en hem komt begroeten, vindt de werken niet vernieuwend. “Zijn spray-paints waren indrukwekkend,” vertelt hij, “het leek alsof hij de doeken van te ver besproeide, waardoor de verflagen krachteloos en vormeloos overkwamen. Heel boeiend. Met deze schilderijen zet hij een stap terug. Hij houdt er hetzelfde betoog op na als sommige vijfentwintigjarigen, van wie ik echt niet denk dat ze een revolutie teweeg zullen brengen.” Xavier Noiret-Thomé omschrijft de collage-schilderijen als zwaarlijvige varianten van de collages en tekeningen van Alexander Calder.


Dick Bruna

Zelf voelde ik mij aangetrokken tot de werken, omdat ze mij aan de kleuren en de schijnbare eenvoud van de ongeëvenaarde tekeningen van Dick Bruna deden denken. Tijdens Snauwaerts gesprek met de kunstenaar werd deze indruk nog versterkt, doordat Ruby vertelde dat deze werken iets te maken hadden met het feit dat hij drie kinderen heeft, die tussen één en elf jaar oud zijn. Thuisgekomen zoek ik op het internet naar een verband tussen Bruna en Calder, dat makkelijk te vinden blijkt. In een recent gesprek met Catherine O’Dolan verklaart Dick Bruna dat hij beïnvloed is door Rietveld, Matisse (de knipsels), Léger, Mondriaan en Calder. Ruby zwijgt echter over zijn inspiratiebronnen. “Vroeger was je werk grimmiger (‘more murky’),” zegt Snauwaert. ‘Dat klopt,’ antwoordt Ruby. ‘Sinds de jaren tachtig was het bon ton met filosofen als Baudrillard te geloven dat er niks nieuws meer mogelijk was. Het modernisme was passé. Je moest conceptueel en minimalistisch zijn. De artistieke geste was uit den boze. Zo heb ik veel horden moeten nemen. Vandaag geloof ik in een nieuwe, speelse moderniteit, met een mat oppervlak. Die glanzende oppervlakken à la Jeff Koons zijn nogal narcistisch, vind ik, narcistisch en voorbijgestreefd. (Lacht.) Voor mijn leraren was elke persoonlijke anekdotiek taboe, maar deze werken hebben duidelijk iets te maken met het feit dat ik kinderen heb, van één tot elf jaar oud.’ Liever Bruna dan Baudrillard, denk ik dan, als is het duidelijk dat Ruby daar zelf nog steeds niet van overtuigd is. Hij blijft de behoefte voelen zichzelf te rechtvaardigen. Je vraagt je af hoe lang die onzin zal blijven duren. Als zelfs kunstenaars zo onvrij zijn, zo opgesloten in modieuze blaaskakerij, wat kunnen we dan van de brave burger verwachten? Iedereen een baard! Want de reclamewereld heeft het zo besloten. Alle kunstenaars aan het concept! Want het moet gedaan zijn met dat onoverzichtelijke dabben in de materie! En verder zouden we graag ook nog alle bomen willen snoeien of omhakken, zodat we ons niet meer moeten ergeren aan het ritselen van hun schaduwen.


Naschrift

Deze tekst is al gezet als ik antwoord krijg van Ruby op enkele schriftelijke vragen die ik hem heb gesteld. Dit is een van zijn antwoorden: ‘Mijn moeder was Nederlandse, ze groeide op in Eindhoven, en ik heb nog altijd een hoop tantes, ooms, neven en nichten die daar wonen. Al mijn kinderen groeiden op met Nijntje en we kregen onafgebroken Bruna boeken en speelgoed van familieleden die in Nederland wonen. Ik hou van de directheid van Bruna’s vlak, grafisch gebruik van groen, blauw, geel en rood… Ik zou liegen als ik zei dat ik niet beïnvloed was door de eenvoud van Bruna’s grafiek. We hebben ook de animatie-DVD met de kleien figuurtjes. Misschien is dit een voorbeeld van mijn onwil hoogstaande theorieën te scheiden van populaire cultuur of zelfs kinderboeken. Ik ben een fan, misschien kan Bruna een geïllustreerde uitgave maken van Baudrillards “Simulacre et simulation”?’


Montagne de Miel, 1 mei 2015