Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Vaast Colson - 2015 - Hotel Echo Tango Whisky Echo Romeo Kilo Tango [NL, review],
, 2 p.




__________

Hans Theys


Hotel Echo Tango Whisky Echo Romeo Kilo Tango
Vaast Colson in CIAP



Het Hasseltse CIAP is onlangs verhuisd naar een historisch pand in de binnenstad. Daar is momenteel een tentoonstelling te zien met een mooie verzameling relieken van performances en ruimtelijke ingrepen die Vaast Colson sinds 2003 heeft opgezet. In het algemeen zou je kunnen zeggen dat Colson zich in zijn werk bezint over de plaats en de rol van de kunstenaar. Om de zaken boeiender te maken, zoekt hij weerstand op. Zo zien we in deze tentoonstelling bijvoorbeeld een aantal werken uit de reeks ‘Hüzün’, waarvoor hij zichzelf verplichtte te huilen. Elke tekening van zwarte ecoline toont de sporen van een of twee tranen. De tekeningen werden gevat in een passe-partout van hemelsblauw linnen en ingelijst. Bovenop de lijst staan de opeengestapelde restjes van verschillende kaarsen die de tekening hebben verlicht tijdens de tentoonstelling bij Maes & Matthys. Sindsdien worden er geen kaarsen meer op geplaatst. De werken zijn overblijfselen geworden, getuigen van een verstreken moment. In 2004, voor het S.M.A.K., maakte Colson al een ‘overzichtstentoonstelling’ waarbij hij alle rekwisieten toonde die hij tot dan in zijn werk had gebruikt. Vandaag gaat het echter niet om rekwisieten, maar om gestileerde representaties van eerder werk. Zo treffen we in de eerste ruimte een houten sokkel aan die behangen is met op spaanderplaat gemaroufleerde kopieën van tekeningen. Op de sokkel rust een lichtbal, die gekleurde vlekjes rond zich strooit. Dit werk is een ingekookte versie van een ruimtelijke ingreep voor de tentoonstelling ‘Middle Gate’ (2013) in het geboortehuis van Jan Hoet. “Ik had de ruimte zwart geschilderd en 3 à 400 krabbels opgehangen die afgetast werden door de gekleurde vlekken van een draaiende lichtbol,” vertelt Colson. “Voor mij stellen die krabbels non-momenten voor, ogenblikken waarop ik geen tentoonstelling aan het voorbereiden ben. Ik organiseer graag momenten die zich buiten de productie afspelen, die niet aangetast zijn door handigheid en professionalisme.”

Het volgende werk is een met afgescheurde stukjes aluminiumtape gecreëerd, monumentaal, rechthoekig vlak dat werd aangebracht op de tentoonstellingswand. Onder de tape herkennen we enkele muntstukken. Colson vertelt dat het werk verwijst naar de Corkpops-editie waarbij, naarmate het nummer van de editie steeg, meer wisselgeld gevoegd werd, om de dalende waarde van de editie te compenseren. Een beetje verder zien we een lambda print van een foto die een van Colson’s allereerste ingrepen documenteert: in de Brusselse Dansaertstraat had hij een schijf uit een winkelruit gesneden en binnen een stapeltje muntstukken gelegd. Een camera filmde hoe het geld snel werd gestolen. “Vreemd,” lacht Colson, “door deze tentoonstelling heb ik opgemerkt dat er veel schijfjes en cirkeltjes voorkomen in mijn werk.”  Zo ontmoeten we in een ander vertrek de mooie reeks ‘Principium’, die gebaseerd is op blaadjes met zelfklevende, gekleurde schijfjes. Voor elk werk werden op zo’n blaadje willekeurige krabbels aangebracht. Het blaadje wordt omringd door een grote passe-partout. Op de passe-partout zien we een poging een mooi sluitende vorm te maken aan het hand van de lijntjes op de schijfjes. Elk werk heeft een andere afmeting, maar alle zelfklevende blaadjes hangen even hoog, zodat de lijsten gaan dansen. Tegenover ‘Principium’ zien we een lichtblauw plastic stoeltje dat voor de muur staat. Op ooghoogte voor een zittende persoon kleeft een lichtblauw dymo-lint met het opschrift: ‘Between top and turning back… on se repose.’ Colson maakte dit werk in Berlijn. ‘Vaak vertrek ik naar een plek zonder te weten wat ik ga doen. Dat maakt de context iets urgenter. Een plek wordt dan een aanleiding om een standpunt in te nemen. Tijdens een wandeling stuitte ik op dit stoeltje, dat een handvat heeft. Ik ben dol op voorwerpen met handvatten of voorwerpen die gemaakt zijn om verplaatst te worden, zoals picknicktafels of rugzakken. Ik heb het stoeltje meegenomen naar de tentoonstellingsruimte en ben erop gaan zitten, voor de muur, alsof ik gestraft was. Dan heb ik de zin aangebracht op de muur. Ik heb altijd een rugzakje mee met een nietjesmachine, een perforator, een dymo, stickers, plakband, stiften en ander kantoorgerief.”

In deze tentoonstelling is veel te zien. Meer dan we hier kunnen beschrijven. We ontmoeten trommels met sparkle-afwerking ‘die groter worden zoals de Daltons’ en opgehangen werden als een werk van Donald Judd, metalen staanders die fungeren als flessenrek voor champagneflessen van verschillende grootte, een whiskyfles met een gedeeltelijk uitgewist etiket, ronde tafeltjes met verschillend gekleurde vichy-tafelkleedjes waarop een recipiënt prijkt waarin Colson heeft gewaterd, ingelijste foto’s van non-momenten, een editie waarbij de toenemende ‘grammage’ van een A4-blad gecombineerd wordt met verschillende periodes in het leven van een steeds zwaarder wordende Elvis enzovoort. Een unieke gelegenheid om kennis te maken met de diversiteit en de coherentie van het oeuvre van deze kunstenaar.


Montagne de Miel, 22 januari 2015