Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Vincent de Roder - 2018 - Atmosferische picturale ruimte [NL, essay],
Tekst , 2 p.




__________

Hans Theys


Atmosferische picturale ruimte
Enkele woorden over het werk van Vincent de Roder



Momenteel kan u in Loods 12 in Wetteren terecht voor een solotentoonstelling met werk van de schilder Vincent de Roder (°1958). De Roder maakt schilderijen met een spaarzame, maar subtiel geaccidenteerde materialiteit die een sculpturale ervaring oproept, door hemzelf omschreven als architecturaal-atmosferisch of landschappelijk. In tegenstelling met wat deze omschrijving zou kunnen doen vermoeden, is deze picturale, door de kleuren opgeroepen diepte, niet lyrisch van aard, maar juist heel concreet. Laag over laag worden monochrome achtergronden opgebouwd die overschilderd worden met strepen of lijnfiguren, soms symmetrisch, soms slechts schijnbaar, waarbij minieme verschillen tussen glanzende en matte partijen en contrasterende of juist verwante kleuren een haptische ruimtelijkheid oproepen. Tegelijk belichamen de werken een mooi, delicaat evenwicht tussen af en onaf zijn, dat zich laat voelen in kleine ongelukjes die als vliegjes gestrikt werden tijdens het aanbrengen van de vele dunne lagen lak- en olieverf. De kleuren zijn uitzonderlijk. Soms lijken ze te verwijzen naar nationale vlaggen, soms naar reclameborden, maar waarschijnlijk alleen maar omdat ze niet expliciet verwijzen naar de kunstgeschiedenis, waardoor ons brein naar andere duidingen gaat zoeken.

De tentoonstelling kwam tot stand onder instigatie van Bart Cassiman, een voormalig tentoonstellingsmaker die de voorbije jaren door een ernstige neuro-immunologische aandoening een gedwongen teruggetrokken bestaan leidt. Ik vroeg hem waarom hij de Roder heeft aangespoord deze tentoonstelling samen te stellen.

Cassiman: Twee jaar geleden leerde ik Vincent kennen als bezieler van Loods 12, maar ik ontdekte pas vorig jaar dat hij zelf ook kunstenaar is. En wat voor één! Zijn schilderijen hebben een impliciete kracht, die je liever niet onder woorden brengt, tenzij op een brede manier, zodat ze voor iedereen toegankelijk blijven. Als we ons inbeelden dat Dan Van Severen, Raoul De Keyser en Amedée Cortier irgendwo de situatie van de hedendaagse kunst zouden bespreken en het werk van Vincent onder ogen zouden krijgen, dan denk ik dat ze alle drie instemmend zouden knikken. Het werk van Vincent is intrinsiek hedendaags, zonder te zijn ontstaan vanuit een breuk of hype. Het doet gewoon zijn ding vanuit het gegeven dat ‘art is the argument’. Ik spreek liever niet over dit werk in termen van anekdotes, aanleidingen waaruit het is ontstaan of narratieve structuren. ‘L’auteur est mort’: het kunstwerk is groter dan de maker. Zodra het de studio verlaat, krijgt het een stem die de ontstaansgeschiedenis overstijgt. Het wordt autonoom op zo’n manier dat het voor iedereen, vanuit de eigen persoonlijke geschiedenis of vanuit een geoefend kijken naar kunst, toegankelijk is. Gelukkig leven we in een weerbarstig land waar kunstenaars op latere leeftijd kunnen doorbreken. Het is een vreemd spektakel: museummensen die de hele wereld afreizen, op zoek naar een unieke zandkorrel in de Iraakse woestijn, terwijl het in Europa wemelt van de goede kunstenaars, ook kunstenaars met een niet-westerse achtergrond.

Ik sta met de Roder voor een van zijn werken.
‘De eerste keer dat we samen naar jouw werk keken, in Galerie D’Apostrof,’ zei ik, ‘vertelde je dat je de werkjes soms gladschuurt. Maar meestal zijn het doeken, hoe kan je die schuren?’
‘Sommige doeken zijn opgespannen over hout,’ antwoordt hij. ‘Ik hou van een ingehouden materialiteit. Als het oppervlak te ruw wordt en het gaat om een gewoon doek, dan herbegin ik. Als het om doek over hout gaat, begin ik te schuren. Het zijn dunne plankjes, met aluminium voetjes. Ik hou ervan dat ze zich losmaken van de muur en een beetje gaan zweven. Als een vlinder.’


Montagne de Miel, 2 april 2018