Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Virginie Bailly - 2008 - Het figuratieve schommelen [NL, interview],
, 3 p.




__________

Hans Theys


Het figuratieve schommelen
Over een tentoonstelling van Willy De Sauter en Virginie Bailly



Momenteel kan u in het Waregemse BE-PART terecht voor een mooie dubbeltentoonstelling met werk van Willy De Sauter (°1938) en Virginie Bailly (°1976). De inkomhal werd door De Sauter voorzien van nieuwe wanden van geplamuurd polystyreen. In de rechterhelft van de frontale ruimte met de gebogen wand plaatste hij enkele sculpturen. Links, als contragewicht, werd een schilderij van Bailly laag opgehangen. In dit werk worden twee kistjes – die door Bailly in het atelier worden gebruikt om schilderijen op te plaatsen – weergegeven als volume, waardoor ze een picturale diepte verlenen aan het verder abstracte en vlakke schilderij. De afbeelding van de kistjes verwijst naar de balkvormige sculpturen van De Sauter die de aandacht van de toeschouwer naar zich toe trekken en dan afleiden naar de architectuur van het gebouw en de textuur van krijtlagen. In de tweede grote tentoonstellingsruimte bevindt zich een grote tafel met panelen van De Sauter. In de kelder vinden we drie projecties met bijbehorend geluid van Bailly.

Virginie Bailly: De samenwerking met Willy was schitterend. Zodra ik hem ontmoette, snapte ik waarom Patrick Ronse ons samengebracht had. Onze werken bevatten eenzelfde bevraging rond picturale ruimtelijkheid, waarbij het abstracte en het figuratieve schommelen. In mijn werk ontstaat de kleur vanuit het donkere, in zijn werk vanuit het wit, bijvoorbeeld in de installatie met geplamuurde polystyreenplaten aan de ingang, waar het gaat om talloze schakeringen tussen wit en groen.

- In de kelderruimte toon je gelijktijdig drie in China gemaakte films die gebaseerd zijn op nachtopnamen van de achterkant van een neonreclame, een groot bouwwerk waar lassers aan het werk zijn en een kleiner gebouwtje dat oplicht door weerkaatst licht. Ik vermoed dat het oplichtende gebouwtje zich tegenover het bouwwerk met de lassers bevond?

Virginie Bailly: Dat klopt.

- Je projecteert beide films op dezelfde wand, maar eigenlijk evoceren ze tegenover elkaar liggende beelden. Horen we daarom in de eerste film ook de zee?

Virginie Bailly: Ja. Toen ik de lichtreclame filmde, bevond de zee zich achter mij. Eerst heb ik de beelden gemonteerd op ‘Het lied van de vogel’, barokmuziek die voor mij aansloot op de manier waarop ik China heb ervaren. Maar nadien ben ik in Oostende geluiden van de zee gaan opnemen om de installatie te voltooien. Ik wil de mensen laten voelen dat er ook dingen zijn die ze niet zien. Net zoals je in China bij een eerste bezoek vooral de schoonheid ziet: bijvoorbeeld de manier waarop omgegaan wordt met kleuren. Pas nadien ga je beseffen dat er bijvoorbeeld mensen zijn die de hele nacht door moeten werken voor een hongerloon. Het kleine huisje in de film wordt door de lassers gebruikt om af en toe een uurtje te rusten. Het staat voor de maatschappelijke keerzijde van de vrolijke lichtspetters in de andere film. Verder probeer ik de mensen ook uit te nodigen tot een wandeling. Ik zou willen dat ze heen en weer wandelen tussen de verschillende projecties. Het zichtbaar of hoorbaar maken van het beeld dat zich achter hen bevindt is ook een manier om de tentoonstellingsruimte open te breken.

- Is er een verband tussen de films en je schilderijen?

Virginie Bailly: Ik heb ooit een film gemaakt van kokkelrapers op een strand. Je zag een vrij monochroom zeezicht met twee zwarte puntjes. Sommige mensen merkten op dat het een schilderij van Courbet had kunnen zijn – omdat het twee werkende mensen voorstelde – dat naar het abstracte getrokken werd. In mijn schilderijen gaat het om dezelfde grens. Door het toevoegen van een leesbaar element probeer ik een picturale ruimte te scheppen in een vlakke compositie.

Willy De Sauter: De samenwerking met Virginie was heel vruchtbaar. Ik ben bijvoorbeeld heel blij met de muziek die uit de kelder opstijgt.

- Je toont een installatie, verticale sculpturen en op een grote tafel liggende panelen. Al deze werken heb je geplamuurd met krijt. Hoe doe je dat, plamuren met krijt?

De Sauter: Ik maak beenderlijm waar ik, als de lijm nog warm is, krijt over strooi tot de oplossing verzadigd is. Eerst breng ik met een kwast tien lagen van dit mengsel aan op de sculpturen, nadien plamuur ik ze met een breed plamuurmes. Elke laag moet eerst drogen, natuurlijk. Aan de randen laat ik het mengsel afdruipen, waardoor je toch nog aan schilderijen denkt.

- Eigenlijk gaat het om een techniek die afkomstig is van de preparatie van panelen of schilderdoek. Vroeger maakte je schilderijen met een erg aanwezige, witte ondergrond. Uiteindelijk is alleen die ‘witte’ ondergrond overgebleven. Betekent dit dat we naar de panelen op de tafel kunnen kijken als naar liggende schilderijen?

De Sauter: Ik wilde de panelen tonen zoals ik ze maak. Sommige panelen zijn dubbel zo dik. Daar krijgen ze voor mij een sculpturale of architecturale dimensie… In de tekst die bij de tentoonstelling hoort, wordt mijn werk romantische bedoelingen toeschreven, maar daar kan ik mij niet in terugvinden. Voor mij gaat het om fundamenteel werk. Werk dat iets zegt over schilderijen, sculpturen en architectuur. Over de textuur, ook. Ik ben bezig met de materie, met de huid van het werk. De panelen zijn niet geschuurd, bijvoorbeeld. Ze zijn enkel geplamuurd.

- Ze zijn heel zacht.

De Sauter: Eigenlijk mag je ze niet aanraken… Maar inderdaad: ze zijn heel zacht. Ze zijn ook ontzettend hard. De randen zijn zo scherp als een mes… Ik vind die materie heel mooi. De rechtopstaande sculpturen zijn gemaakt met krijt van Meudon, dat heel wit is. De liggende panelen zijn geplamuurd met geler krijt, dat afkomstig is uit de Champagnestreek. Ik vind die nuances heel mooi. Kunst mag ook mooi zijn.


Montagne de Miel, 17 mei 2008