Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Nick Andrews - 2008 - De berg Sinaï gevonden in China [NL, interview],
, 4 p.




__________

Hans Theys


De berg Sinaï gevonden in China
Gesprek met Nick Andrews



De strakke, taps toelopende ruimte met witte muren van Galerie Zwart Huis leent zich uitstekend voor deze tentoonstelling van achttien schilderijen die grotendeels gebaseerd zijn op tekeningen van stadsgezichten, tuinen en landschappen. Het is een gulle tentoonstelling, die door haar gulheid een getrouw beeld oproept van Nick Andrews. Zelden zal u een zachter, vriendelijker en eerlijker kunstenaar ontmoeten. Hij spreekt gejaagd, maar toch aarzelend, alsof hij kleurtoetsen neerzet. De naast elkaar neergestreken zinnetjes voegen contrasten of extra waarden toe. Hij draagt snakeskin santiago’s uit Sedona. Enthousiast troont hij mij mee naar een achtergelegen vertrek, waar zich nog eens zestien werken bevinden, waaronder de meest recente. De kunstenaar heeft ze niet willen tonen in de galerie, omdat ze voortgekomen zijn uit een nieuwe benadering van de figuur en zich meer voordoen als de aankondiging van nieuw werk, dan als de afsluiting van het oude. Dit is natuurlijk een hoogst ongebruikelijke werkwijze. Niet erg commercieel, misschien (omdat het verlangen van verzamelaars wordt opgezweept door een gevoel van schaarste: de illusie alles of toch het grootste deel te kunnen kopen als ze zouden willen), maar wel erg verwelkomend. 


De tentoonstelling biedt een samenhangend, meeslepend overzicht van werken die de voorbije acht jaar ontstonden. We herkennen stadsgezichten met lichtblauwe hemels die doorkruist worden door opgloeiende elektriciteitsdraden, onwerkelijke stadsgezichten en huizen met zwembaden, waarbij de weerspiegeling in het zwembad het schilderij maakt. Andrews gebruikt geen bruin, waardoor de klassieke opzet van een schilderij onmogelijk wordt. De schilderijen worden opgebouwd vanuit heldere kleuren, die nadien ondergesneeuwd raken, of radicaal overschilderd met lichtblauw, of vastgeklikt met ivory black met een tikkeltje rood erbij. De toets is vrij. Baldadig. Kijk naar de zotte voetstapjes in de sneeuw die een Californisch zwembad omringt: een snelle krul met in het midden een olijfkleurig toetsje. (The High-Low Country, 2005)

Andrews toont mij een wondermooi schetsboek, met vooral schetsen van Chinese landschappen en hutongs (stadswijken). Opgetogen wijst hij op de overeenkomst tussen een op de bus uit het hoofd gemaakte schets van enkele Chinese bergtoppen (Stone Forest, 2008) en een schilderij van El Greco dat de berg Sinaï voorstelt. Hij vertelt mij hoe hij zijn schilderijen opbouwt. 

Nick Andrews: Meestal vertrek ik van schetsen in mijn schetsboeken die ik met potlood in het groot uitvoer op doek. Soms breng ik eerst lijnen en vlakken aan met gouache en daarna met acryl. Soms werk ik meteen met acryl. Vroeger bracht ik eerst de hoofdkleuren aan, rood, geel en blauw, daarna secundaire, complementaire kleuren zoals groen of oranje, en daarna de tertiaire kleuren. Nu begin ik soms meteen met secundaire of tertiaire kleuren. Eigenlijk voeg ik steeds meer toetsen toe om het wit van het doek te laten verdwijnen en het schilderij te binden zonder dat het dichtslibt. 

- Jan Van Imschoot vertelde mij onlangs dat hij zijn doeken soms begint met een bijna transparante laag om de verschillende toetsen te binden tot één schilderij en om een Rik-Wouters-effect te vermijden. 

Andrews: Ik heb je gesprek met Van Imschoot gelezen. Ik vond het boeiend. In het schilderij dat je hier ziet (Wild East Village, 2008), heb ik ook zoiets gedaan, maar om een andere reden. Ik ben begonnen met een oranje linkerbovenhoek en een ceruleumblauwe rechter benedenhoek. Op die manier had ik de vrijheid het stadsgezicht in verschillende waarden van hetzelfde blauw schilderen zonder dat het een louter beeld zou worden. Het oranje en het felle blauw in de hoeken maken er een schilderij van. 
          Elk werk functioneert aanvankelijk louter als beeld, maar vanaf een zeker ogenblik probeer ik het steeds verder te duwen, tot het in een schilderij kantelt. In je openingsrede voor de tentoonstelling The Beaten Track wees je op een Californisch schilderij met zware sneeuwpartijen (Kirchner’s Chalet, 2006) en je merkte op dat die ‘sneeuw’ waarschijnlijk voortkwam uit een noodzaak aan wit in het schilderij. Dat klopte. Mijn schilderijen hadden tot voor kort altijd de neiging op het einde ondergesneeuwd te raken of heel donker te worden. Dat was de manier waarop ik de beelden in een soort van schilderij-bestaan duwde. De voorbije maanden heb ik echter naar andere vormen gezocht, waardoor ik nu tot andere, minder donkere of minder bleke doeken kom. 

- Zoals het gebruik van het paars, bijvoorbeeld in zware schaduwpartijen die zich gaan gedragen als autonome vlakken, of zoals in de schaduw op de linkerdij van de dame met de lange voeten…’ (‘La chose intime’, 2008)

Andrews: Ja, vooral paars en donkerblauw. 

- En ook wit, natuurlijk. Maar dan op een meer vlekkerige, compacte manier, als een soort van brede, platte toetsen, bijvoorbeeld in het schilderij dat gebaseerd is op ‘De brief’ van Goya. (‘A Farewell Note’, 2008). Ik vermoed dat het je laatste werk is?

Andrews: Dat klopt. Ik ben er heel blij mee. Omwille van de nieuwe vorm, waarmee ik het schilderij op een nieuwe manier heb vastgezet, maar ook omwille van het gebruik van de figuren. Zoals je weet, kopieer ik nu al enkele jaren schilderijen van Velásquez, Goya en Manet, in aquarel, voor mezelf, en zo ben ik meer en meer gaan beseffen dat die mannen zich vaak aan de traditionele, schilderkunstige regels houden als ze iemands gezicht schilderen, maar zodra ze zich van dit gezicht verwijderen, gaan ze losser en persoonlijker schilderen. Je voelt dan dat een been of een hand een deel van de compositie wordt, een vlek. Terwijl ik hier meer en meer geboeid door raakte, vond mijn moeder een schetsboekje terug van toen ik twaalf was, waarin ik scènes met cricketspelers had afgebeeld. Daardoor ben ik opnieuw grote figuren gaan schilderen. De voorbije jaren kwamen er wel al figuren voor in mijn schilderijen, maar dan anders: heel klein, om een soort van schaalverschuiving op te roepen, of aan de toog hangend (A Pictural Debate, 2007), of figuren vanop de rug gezien, als een soort van toeschouwers, aan de rand van het schilderij (Wild East Market, 2008). A Farewell Note is anders… Ik vond het ook heel fijn een hondje te mogen schilderen. 


Montagne de Miel, 14 december 2008