Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

xpo - 2004 - One By One [NL, essay],
Tekst , 6 p.




__________

Hans Theys


One By One
Een triptiek te lezen van links naar rechts en zich uitrollende gedurende vier maanden



One By One biedt enkele kunstenaars een bescheiden budget aan om een werk te realiseren. De tentoonstelling spreidt zich uit over vier maanden, met drie vernissages, zodat de toeschouwers alternatieven, varianten en dialogen kunnen zien ontstaan of gewoon beleven hoe de tuin en het museum van aanblik veranderen tijdens het verstrijken van de seizoenen. Voor de eerste opening werd een nieuw werk gemaakt door Paul Hendrikse en Olivier Stévenart. Op 19 december zullen Vaast Colson en Damien Delepeleire nieuw werk tonen.
    Tegelijk tonen alle kunstenaars maquettes, requisieten, oudere werken, schetsen, archiefstukken en ander parafernalia  die ons een beeld geven van hun passies en bezigheden.


Olivier Stévenart

Olivier Stévenart is de man van de fijne, ruimtelijke ingrepen en de hoffelijke ontvangst van de bezoekers. Voor het eerste deel van de tentoonstelling maakte hij een plafond voor intieme ontmoetingen en deelde hij tijdens de vernissage genummerde en gesigneerde fragmenten uit van een reling uit stucwerk die hij de week voordien had gemaakt voor en museum in Lyon.
    Voor deze opening heeft hij het parket van een tentoonstellingszaaltje opgefrist en geboend. De installatie bevat ook twee boenslippers en een stoffer.


Paul Hendrikse

Voor het eerste gedeelte van de tentoonstelling bouwde Paul Hendrikse ‘Appelschraag’: getroffen door de benauwende afrastering van een nabijgelegen wandelpad stelde hij voor dit pad ergens te laten splitsen en over de afsluiting heen te laten afzwenken tussen de kruinen van twee appelaars. Steeds hoger wordende, kruiselings opgestelde poten van blank hout vormen sierlijke schragen voor een twaalf meter lange, zwervende loopplank. Het is een prachtige, elegante constructie. Twee wijd uitstaande armleuningen beletten je te vallen. De wandelaar die de loopplank betreedt ontsnapt uit een benarde omgeving, terwijl hij tegelijk toegang krijgt tot het concrete van de appeldragende bomen en het onstoffelijke, voorwerploze uitzicht op een onbelemmerde hemel.
    Tegelijk toonde hij in het museum een stoeptegel van het werk ‘Soon’ (2004). Het werk bestaat uit een serie van tien stoeptegels met een kleine uitsparing waarin je een balletje kan leggen. De stoeptegels worden in dorpen of steden in het trottoir gevoegd. Nu en dan legt hij in het voorbij gaan een balletje in zo’n tegel. Er zijn momenteel drie tegels in stoepen ingevoegd in Antwerpen en in Den Bosch. De tegels werden gemaakt bij Lokaal 01 Antwerpen en zijn eerder getoond bij Arti Cappeli in Den Bosch. Het werk werd niet geïntegreerd, het wordt getoond als document.
    De meeste werken van Hendrikse hebben te maken met de registratie of het vangen van licht. Tijdens deze vernissage zal hij opnames maken die tijdens de volgende vernissage getoond zullen worden. Verder toont hij op een monitor een videocompilatie met registraties van een aantal oudere werken (waaronder ‘Appelschraag’) en projecteert hij in de vitrinezaal een nieuw filmwerk op de muur.


Vaast Colson

Colson is vooralsnog niet het soort kunstenaar dat in zijn atelier werken maakt die daarna tentoongesteld worden. Doorgaans bouwt hij installaties waarin hij acties uitvoert. Voor het eerste deel van de tentoonsteling heeft hij enkele tekeningen, maquettes en props meegebracht, die aan de basis lagen van dergelijke  acties of er een onderdeel van vormden. Zo zien we het schild van Widu Gasti, een ridder die een actie uitvoerde in Bornem, en een replica van het pro model (skatebord) van diezelfde ridder, dat werd uitgegeven op 24 exemplaren voor 24 ridder-kopers die samen een verbond zullen vormen. Verder zien we enkele schetsen, maquettes en een schilderij die aan de oorsprong lagen van de grote schuimen taartspie ‘You used to be part of something’ die in juni van dit jaar voor het eerst te zien was in het Antwerpse Elzenveld. In café ‘Au Grand Salon’ vinden we de foto ‘Kalpetran’, die getuigt van Vaasts zoektocht, enkele jaren geleden, naar een steen die hij van zijn ouders tijdens een bergwandeling in 1988 heeft moeten achterlaten. De rugzak en het groene hoedje zijn ‘props’ die gebruikt werden bij deze actie. Tenslotte zien we een maquette van een konijn met zaagmachine-oor en de sculptuur ‘Het gevaar schuilt in zijn voeten’, die dateert uit 1999. Dit vroege werk is een mooi voorbeeld van wat ik zo bewonder in het werk van Colson, omdat het iets vertelt zonder dat je weet hoe, wat of waarom.
    Voor de tweede opening stelt Colson voor een kiosk te bouwen en met zijn broer Stijn muziek te maken die rond het huis met kermisluidsprekers ten gehore wordt gebracht.


Damien De Lepeleire

Damien De Lepeleire is een schilder die schilderijen maakt over onderwerpen die hem dierbaar zijn, maar tegelijk, al schilderend, boeiende dingen vertelt over wat het betekent te schilderen. Zijn bewondering voor de onnauwkeurigheid en onwaarachtigheid van de kopie vermengt zich met het plezier van de betekenisloze, kleurige tekeningen die je als kind maakt om je nieuwe stiften of verfjes uit te proberen. De Lepeleire toont enkele schilderijen die hun ‘onderwerp’ ontlenen aan het voetbal (waaronder het schilderij ‘Arbiter ge zijt zo’n hoorndrager dat als het donuts zou regenen er geeneen de grond zou raken), een bronzen sculptuur van in elkaar gestruikelde voetballers uit 1993, een Calder-mobiel-affiche op basis van enkele boekkaften en een onderdeel van zijn verzameling boekjes over Cézanne, Matisse en Picasso, waarbij hij het wonderlijk vindt te beseffen dat deze boekjes door ons zo goedkoop en waardeloos bevonden worden, terwijl ze, in het geval van Matisse en Picasso, nog tijdens het leven van de kunstenaars werden gemaakt. Soms hebben ze er zelfs nog aan meegewerkt. ‘Het is,’ vertelt De Lepeleire, ‘alsof je in Florence bent en dezelfde wolken ziet als Da Vinci en Michelangelo.’ De aquarellen met afbeeldingen van twee Beatles-albums zijn een nog niet getoond, recent deel van een reeks portretten van hoezen van langspeelplaten. Het oorspronkelijke idee van de kopie wordt hier verdubbeld door de aquarel. Voor mij maakt de ruimtelijkheid van de foto de poging het beeld te reproduceren in de vorm van een aquarel nog grappiger. Het is een minutieus landschap, gemaakt tijdens twee verschillende seizoenen. One By One.
    Voor de tweede opening toont Damien De Lepeleire een groot schilderij dat het beeld van een boom oproept. Dit schilderij is als het ware het spiegelbeeld van een groot, Chinees boomschilderij dat hij twee jaar gelegen op de tegenoverliggende muur toonde. Het maakt deel uit van een reeks boomschilderijen die vijftien jaar geleden een aanvang nam en tegen de derde vernissage van One By One zal uitmonden in de tentoonstelling van een ‘bos’.
    ‘Het vertrekpunt van dit schilderij,’ vertelt De Lepeleire, ‘was een tekening die Nicolas Poussin in Rome maakte van een parasol-pijnboom bij zonsondergang. Ik heb dit olieverfschilderij gemaakt zoals je een klein aquarelletje maakt, in één ruk. Vreemd genoeg is het schilderij zo gaan lijken op de schilderingen die je aantreft op de autocars waarmee in Rome toeristen vervoerd worden die door de parasol-pijnbomen naar de


Ann Veronica Janssens

Ann Veronica Janssens toont een groot stuk aérogel (Het lichtste materiaal ter wereld waarin je het licht ziet spelen zoals het op een ontastbare manier tastbaar en zichtbaar wordt in onze atmosfeer door tegen moleculen te botsen. Bukt u zich eens!) en een wonderkamer met twee proefopstellingen en twee lichtsculpturen. De eerste proefopstelling heet ‘Test voor het Théâtre national’ en is opgezet om de veroudering te meten van neonlampen die om de 58 seconden aan het trillen gebracht worden. De opstelling vloeit voort uit haar voorstel de gehele verlichting van het nieuwe Théâtre national in Brussel (behalve de toneelzalen) op onvoorspelbare ogenblikken, één of twee keer per dag, te laten haperen. Het gebouw gaat zelf ook even haperen en wordt een broos beeld. Omdat de mensen van het theater wilden weten of deze ingebouwde verstoring van hun verlichtingssysteem de lampen snel zou verouderen, werd deze opstelling gebouwd, die het experiment versneld uitvoert en de veroudering van de lampen opmeet en registreert. De tweede proefopstelling bestaat uit een staal lichtgevend papier dat gebruikt werd om twee grote, belvormige paskamers aan de binnenkant te bekleden. Verder zien we de sculptuur ‘Lint’, die bestaat uit een opgerold, 50 meter lang koperen lint dat ons de doorsnede van een gevangen lichtstraal toont. Dan is er het werk ‘Projectie’, met een eeuwig kantelende, wandelende en van gedaante veranderende rode spookschaduw. Ten slotte zijn er vier fietsen met gegraveerde, aluminium wieldoppen die lichtbundels werpen als de fietsen in beweging zijn. (De fietser maakt het sculpturale voorstel voor ons zichtbaar.)
    Voor het tweede deel van de tentoonstelling wordt dit voorstel uitgebreid met twee nieuwe sculpturen. De eerste sculptuur heet ‘Lamelle en PVC’. Het is een ongeveer 30 cm brede, 30 meter lange strook van 3 mm dik, quasi kleurloos PVC, die door het oprollen een prachtige, blauwe kleur krijgt, net zoals onze atmosfeer door het stapeleffect lichtblauw lijkt te worden. (De atmosfeer bestaat gewoon uit lucht, net zoals de lucht voor onze neus, maar veel lucht achter elkaar wordt lichtblauw. Alexandre Wajnberg merkt in dit verband op dat het daarom is dat renaissance-schilders de einder soms lichtblauw schilderden.)
    De tweede nieuwe sculptuur, bestaat uit twee lampen, een groene en een rode.
De sculpturen ‘E-LITE test’, ‘Lint’, ‘Lamelle en PVC’ en ‘Projection’ worden voor het eerst getoond. De groene en rode lamp waren eerder alleen in Barcelona te zien, bij Toni Tàpies. De proefopstelling voor het Théâtre national werd voordien alleen in Factor 44 getoond. De fietsen werden gemaakt voor het Kunstverein in München en werden eerder ook getoond in de Neue Nationalgalerie in Berlijn en het Middelheimmuseum in Antwerpen.

 

 

Werken van Ann Veronica Janssens, door haarzelf beschreven

Test voor het théâtre national
Versnelde test (één trilling om de 58 seconden) van de slijtbestendigheid van een neonlamp als voorbereiding op een ingreep in het nieuwe Théâtre national in Brussel.
    Af en toe, op onvoorspelbare ogenblikken overdag en ‘s nachts, worden gebouw en architectuur dooreen­geschud door een siddering van alle lampen. De vormen verworden tot een broos beeld en wekken de fysieke impressie op van een kanteling.
    De ingreep wordt gedaan in het hele gebouw behalve de zalen waar de voorstellingen worden gehouden. Er wordt gebruik gemaakt van de gewone verlichting van het gebouw. De ingreep bestaat erin een kleine verstoring in te bouwen in het programma van de verlichtingsbesturing.

E-LITE test
Project voor twee paskamers.
    De paskamers zullen een beetje los van elkaar staan en twee autonome sculpturen in de ruimte vormen.
    De binnenwanden van de belvormige volumes zullen bekleed worden met een lichtgevend materiaal dat zo dik is als een blad papier.
    Wie de paskamers betreedt zal een ruimtelijke ervaring hebben waarvan de lichtheid, fijnheid en bepaaldheid door het licht een effect zullen hebben dat dicht komt bij solarisatie.

Aerogel
Aerogel is een doorzichtig, licht en broos materiaal dat vreemd genoeg het best omschreven kan worden als een brok mist. Het is het lichtste materiaal dat werd uitgevonden. Het bestaat voor 99,5 tot 99,9% uit lucht. Het werd bedacht als licht isolatiermateriaal voor de ruimtevaart.
    De fijne bestandeeltjes waaruit het bestaat wekken een soort licht op dat lijkt op het licht van de atmosfeer. Op dezelfde manier kan het licht blauw of geel getint lijken (zoals een zonsopgang of –ondergang) als je door dit materiaal kijkt.

Ruban
50 meter lang, opgerold koperen lint.
Gevangen lichtbundel.

Projectie
Projectie.

Fietsen
Fietsen die uitgerust zijn met gegraveerde, aluminium wieldoppen. Als de fietsen bewegen zenden de wieldoppen lichtbundels uit.

Zonder titel
Lamp, variabele afmetingen.

Lamelle en PVC
Een lint van ongeveer drie millimeter dik, dertig cm breed en dertig meter lang, vrijwel kleurloos PVC. Opgerold. Diameter : 42,5 cm. Hoogte : ca. 30cm.