Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

xpo - 2007 - The Moss Gathering Tumbleweed Experience [NL, concept text],
Tekst , 3 p.




__________

Hans Theys


The Moss Gathering Tumbleweed Experience


NICC Antwerpen nodigde mij uit een debat te leiden over de vraag: 'Moet het NICC een artistieke activiteit ontwikkelen?' Het antwoord is een tien maanden lang groeiende tentoonstelling en een debat dat bestaat uit zes individuele toonmomenten.

Toonmomenten: Philip Catherine, Walter Swennen, Bernd Lohaus, Guy Rombouts, Luc Deleu, Meryem Bayram, Viviane De Muynck en Christine van Broeckhoven.

Met werk van Leon Vranken, Damien De Lepeleire, Boris Beaucarne, Koen Deprez, Geert Goiris, Bernd Lohaus, Philip Janssens, Yu-Sheng Ho, Danny Devos, Austin Shull, Fanny Zaman, Tomas Boiy, Michel François, Christophe Terlinden, Meryem Bayram, Ann Veronica Janssens, Walter Swennen, Dimitri Vangrunderbeek, Boy en Erik Stappaerts, Luc Deleu & TOP Office, Viviane Klagsbrun, Tim Segers, Lode Geens, Anne Daems, Guy Rombouts, Kenneth Andrew Mroczek, Joaquim Eires, en Dennis Tyfus.

Het idee van een debat dat bestaat uit toonmomenten is niet alleen een manier om te voorkomen dat het debat verwatert in een overvloed aan meningen, woorden en abstracte begrippen, waarbij het beeld naar de achtergrond wordt gedrumd, het is ook een poging tot nadenken over het feit dat taal alleen bestaat dankzij honderden onzichtbare vormen van tonen. De mooiste evocaties en van dit wonder vind je in de neerslag van de late lessen van Wittgenstein, waarin hij zich telkens weer afvraagt hoe het komt dat wij begrijpen wat iemand met een woord bedoelt. De betekenis die wij hechten aan een woord komt tot stand na het herhaaldelijk uitproberen van een bepaalde klank in een bepaalde context. De betekenis wordt afgeleid uit de grimassen, het gekuch en het geschuifel van onze gesprekspartners.
Tegelijk heb ik een aantal kunstenaars uitgenodigd enkele werken naar de ruimte van het NICC te brengen als bijdrage tot het debat. In het midden van deze tien maanden groeiende tentoonstelling staat de sculptuur ‘Oak Rumble’ van Leon Vranken. Het gaat om een eikenhouten vitrinekast waarvan sommige delen (glas en hout) doorgesneden en naar buiten geschoven lijken te zijn. Vorig jaar duwde Leon Vranken een sectie van een gebouw vijf centimeter door ditzelfde gebouw: de drempel, de glazen voordeur, twee muren en de toiletpot werden doorgesneden en één deel werd verschoven. In ‘Oak Rumble’ werden de verschuivingen voorzien vooraleer de sculptuur werd gebouwd, waardoor het niet langer gaat om een louter verstoord voorwerp, maar om een soort van uitgelokte ontsporing, een voorspeld en gecontroleerd verlies.
Doorheen deze sculptuur zien we twee verwante beelden: een sculptuur van Bernd Lohaus, die bestaat uit drie bronzen replica’s van fruitkistjes, en de maquette van een sculpturale ingreep van Koen Deprez: een voetgangersbrug die op twee vrachtwagens rust. De bronzen sculptuur, goud- of houtkleurig, is een schaalmodel voor een architecturale ingreep, met een kier in het midden, symmetrisch, gekliefd. De maquette van Deprez, wit en dubbel, verwijst naar Deprez’ opvattingen over het cultuurloze landschap en een niet-functionele, op een nieuwe manier ornamenteel gedachte architectuur.
Philip Janssens toont twee door elkaar gevlochten schilderijen. Geert Goiris toont de foto ‘North Sea’, een nachtopname van een door hoekige, zwarte schaduwen doorsneden, witte strandcabine. Tomas Boiy toont etsen die beelden oproepen van oude, duistere gebouwen (beelden die eigenlijk afkomstig zijn van hedendaagse vakantiebrochures) en een steendruk die vervaardigd werden op de bekraste van het koninklijk magazijn aan de Italiëlei.
In de hoek van de ruimte vinden we ‘Erd Ecke’ van Danny Devos, zorgvuldig opgebouwd uit goudkleurig schelpenzand dat werd opgegraven uit de Antwerpse ondergrond tijdens ‘Digging for Gordon’: een nieuwe kier, een nieuwe opening, een nieuwe doorboring, voortdurend zichtbaar op een monitor achter het raam van het NICC. Dan nog een derde bijdrage van Danny Devos: het speciaal door mij gevraagde, uit 1989 daterende werk ‘Black Dahlia’, waarop twee verroeste messen eeuwig heen en weer zagen voor de zwaar omlijste gezichten van de dame in kwestie. Nog een driedelig werk met kieren.
Links en rechts van ‘Erd Ecke’ bevinden zich twee schilderijen van Damien De Lepeleire die gebaseerd zijn op het beeld van een boom. Ze spruiten voort uit een reeks schilderijen waarbij de ruimte rond de stam en tussen de takken van het beeld van een boom werd geschilderd, zodat de boom enkel na enige aandacht opdoemt uit de darmachtige kronkelingen. Hier gaat het om schilderijen in zwarte en grijze tinten, met hier en daar een goudkleurige schijn. Damien De Lepeleire toont zich hier als een voorloper van de nieuwe, decoratieve schilderkunst, waarbij het woord ‘decoratief’ elke betekenis verliest, omdat elke vorm samenvalt met een inhoud.
Anne Daems maakt tekeningen waarin haren die zijn achtergebleven in een wasbak gaan lijken op krassen in een vloer, krassen in het ijs, potloodlijnen. Het potlood als schaats. De lijn als kier. Kenneth Andrew Mroczek creëert ruimtelijke ingrepen, gebruiksvoorwerpen, muurschilderingen en tekeningen op basis van plantenmotieven, de naakte takken van winterse kruinen en andere ritmes die het maken van boeiende, sensuele en onvoorspelbare tekeningen, vormen, texturen en voorwerpen mogelijk maken.
Ann Veronica Janssens toont een opgerolde strook geperforeerd brons. Een volmaakte minimalistische sculptuur, overgebleven van de productie van bronzen muntstukken. Wonderlijk afval. Sculptuur geworden overschot. Boorgaten. Dimitri Vangrunderbeek toont een prachtig vormpje, bestaande uit kop aan voet geplakte houtjes, drie ervan nog houtkleurig, de andere in ecoline gedrenkte voertuigen van de eerste primaire kleuren in deze tentoonstelling. Yu-Sheng Ho schildert met Oostindische inkt op water.
Austin Schull toont een filmpje waarin we hem op vijf minuten tijd, zoals een native american, een houtvuur zien stoken voor een tot prentbriefkaart gereduceerd Washington, dat op een grafische manier doorsneden wordt door een horizonlijn met voorbijsnellende voertuigen, een oorlogsmonument in de vorm van een minimale obelisk en een straatlantaarn in retrostijl. Schull maakte ook een film die ‘Digging for Water’ heet, waarin we hem in de rotsachtige Amerikaanse bodem zien graven tot hij op water stuit, enkele plastic flessen vult en de put weer toegooit. We lieten een van deze flessen overkomen uit New York.
Michel François toont een prachtige, aan dikke ijzerdraden hangende tros polyester vormen die doen denken aan gloeilampen. Veel transparante vormen, één zwarte. Spiegelpaleizen, toonkastjes, lichtsculpturen.


Montagne de Miel, 12 maart 2007