Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

xpo - 2007 - The Moss Gathering Tumbleweed Experience - Paul Ilegems - De mosbegroeiing in het NICC [NL, review],
, 2 p.




__________

Paul Ilegems


De mosbegroeiing in het NICC


Het is nog steeds weinig mensen bekend, maar in het NICC op het Antwerpse zuid loopt al maandenlang een boeiende tentoonstelling die een herhaald bezoek verdient. Ze draagt de onbegrijpelijke naam “The Moss Gathering Tumbleweed Experience” en is een initiatief van de onvermoeibare curator-zonder-vakantie Hans Theys.
De titel lijkt te suggereren dat het om een groeiproject gaat, en dat klopt. Maand na maand komen kunstenaars nieuwe werken toevoegen, zodat de ruimte steeds voller wordt. Ik telde in deze toch vrij kleine ruimte al minstens tachtig werken. De kunst overwoekert alles. Tot hoog tegen de wanden en laag tegen de plinten zit kunst. Ze hangt af van het plafond en is zelfs tot op het dak gekropen. Reeds in het huidige stadium, en we zijn nog lang niet rond, wordt het al erg moeilijk nog een plekje te vinden waar nog iets bijkan.
Weliswaar was het tot een eind in de 20ste eeuw heel gewoon om van een kunstruimte elke vierkante meter te benutten en de schilderijen nauw aansluitend en in lagen boven elkaar te presenteren, met nog stevig wat beeldhouwwerk vlak ervoor, zoals op oude foto’s is te zien. (Vandaar Ad Reinhardt’s definitie van een sculptuur: something you bump into when you back up to look at a painting). Maar vandaag is zoiets heel uitzonderlijk. Alleen veilinghuizen doen het nog, en daarom zijn veilinghuizen ook zulke prachtige oorden, waar gigantisch veel te zien is en waar niet een of andere curator de helft van de kunstwerken in de kelder heeft laten zetten omdat ze niet pasten in zijn warhoofdig concept. Een veilinghuis beschouwt zijn bezoekers als volwassen mensen, die je niets hoeft voor te kauwen en die zelf wel kunnen uitmaken wat zij interessant vinden en wat niet. En daarom zijn voor mij de beste curatoren de accrocheurs van Campo, Van Langenhove, Bernaerts, De Vuyst en zo meer.
Iets van deze de-kijker-zoekt-het-zelf-wel-uit mentaliteit is ook Hans Theys eigen. Hij leidt je nergens heen, maar laat je rondkijken en zelf ontdekken, wat echt een verademing is. Hij acht het bovendien niet nodig, de werken van naamplaatjes te voorzien, en ook dit werkt relaxerend. Als doorsnee museumbezoeker vlieg je onweerstaanbaar naar de naamplaatjes, maar terwijl je die leest doe je iets heel anders dan naar het werk kijken. Eer je het weet ben je het werk aan het situeren binnen een oeuvre, in geval je de kunstenaar al kent, of sta je je af te vragen waar je die naam al eerder ontmoet hebt, als je hem niet kent. Allerlei niet ter zake doende gedachten komen de beschouwing van het werk doorkruisen, wat nadelig is voor het kijkgenot en de concentratie. Een kunstwerk zonder naamplaatje charmeert al louter en alleen door zijn anonimiteit, en heeft de zuiverheid van  een menukaart zonder prijzen.
Wat verder nog opvalt in deze tentoonstelling is de afwezigheid van betogende kunst. Uit niets valt af te leiden dat de rijkdom op aarde onrechtvaardig verdeeld is, of dat het milieu erg van onze aanwezigheid te lijden heeft. Ik durf zelfs stellen dat geen enkel werk in het Tumbleweedproject specifiek over iets gaat. Het is kunst die over alles gaat of over niets, zonder bij voorbaat een of andere oriëntatie op te leggen. Het zijn allemaal heel open werken, die behagen scheppen in zichzelf en elke ingang toelaten. Misschien hebben ze zelfs niet echt een kijker nodig. 
Die komt er dan ook haast niet, en dat is jammer voor dit toch zeer verkwikkende project. Het zal wel aan de ruimte zelf liggen, met haar positie achter de kantoorruimte van het NICC. Nergens wordt je duidelijk gemaakt dat er binnen het NICC iets artistieks aan de gang is. De mensen in het kantoortje zitten naar een scherm te staren en doen hun best om elke binnenkomer zoveel mogelijk te negeren. Heel overtuigend krijg je het gevoel dat je daar niet hoort en beter gauw weer opkrast. Nimmer op deze aardbol was een kunstruimte drempelverhogender.
Het is binnen het NICC permanent muisstil en hangt een sfeer van tijdloosheid, als in een serre waarin mossen en andere groeisels welig tieren. Terwijl het in het NICC van een paar jaren terug toch heel gewoon was dat er druk gerommeld en geëxposeerd en vergaderd en weg en weer gelopen werd. Maar na wellicht wat teveel redeloze drukte volgde een bezinningsmoment, gepaard gaand met een periode van artistieke inertie. Diende het NICC eigenlijk wel een artistieke werking te hebben? Maar zolang men vragen stelt komt er geen antwoord, en met Tumbleweed lijkt het tij gekeerd. Het besef is gedaagd dat het NICC nog iets méér kan zijn dan een service-bureau voor kunstenaars met een probleem. Door in zijn ruimte een project van deze omvang mogelijk te maken hervat het NICC zijn taak als zelfstandig en richtinggevend kunstinitiatief en als platform voor wat zich in de kunstwereld aandient.
Hierbij valt nog te noteren dat sommige deelnemende kunstenaars zelf aantreden om op de laatste zondag van elke maand commentaar te geven bij hun werk en/of een performance uit te voeren. Eerder al kwamen o.m. Luc Deleu, Walter Swennen, Bernd Lohaus en Guy Rombouts aan bod, en in september is het de beurt aan de jonge Belgisch-Turkse kunstenares Meryem Bayram. Men raadplege hiervoor de NICC-website.