Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Fran├žois Morellet - 2014 - Aangrijpende neutraliteit [NL, review],
, 3 p.




__________

Hans Theys


Aangrijpende neutraliteit
Over een tentoonstelling met werk van François Morellet



De huidige tentoonstelling met werk van François Morellet maakt deel uit van de reeks ‘FOCUS-tentoonstellingen’, waarin telkens uitgegaan wordt van een of meer werken die deel uitmaken van de collectie van het S.M.A.K. Deze keer gaat het om de sculptuur ‘Deux grilles identiques à vitesse différente’ (Twee identieke roosters met verschillende snelheid) uit 1969. Het gaat om twee hangende, ruitvormige aluminium structuren die zich, aangedreven door twee geluidloze elektromotoren, langzaam toevouwen en uitrekken.

François Morellet werd in 1926 geboren in het Franse Cholet. Zijn eerste museumtentoonstellingen dateren van 1961 (Stuttgart) en 1971 (Van Abbemuseum, Eindhoven; Centre National d’Art Contemporain, Parijs; Kunstverein Hamburg; Schloss Lorsbroich, Leverkusen; Kunstverein Frankfurt). Zijn eerste tentoonstelling in het buitenland vond plaats in de Brusselse galerie Aujourd’hui in 1960. In 1969 was de Gentse Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst het allereerste ‘museum’ dat een werk van Morellet aankocht.

‘Het oeuvre van Morellet grijpt aan door de neutraliteit ervan,’ schreef Maud Benayoun. Van bij de aanvang was dit werk verbazingwekkend strak, vrij van sentiment, niet anekdotisch of biografisch en tegelijk op een nieuwe manier verrassend picturaal of visueel. Het vormt een brug tussen De Stijl, het Russische constructivisme en Piet Mondriaan en het minimalisme, het conceptualisme, de op art en tal van hedendaagse kunstenaars. Thomas McEvilley wijst erop dat tal van Morrelets werken uit de vroege jaren vijftig gelijktijdig tot stand kwamen als verwante werken van Amerikaanse kunstenaars als Ellsworth Kelly, Frank Stella en Sol LeWitt. Zonder in te boeten aan cohesie is zijn werk echter verbonden met de meest uiteenlopende stromingen en oeuvres.

In plaats van te wijzen op deze indrukwekkende, historische overeenkomsten, kunnen we ook kijken naar wat specifiek is aan zijn werk (naar de constanten die het zijn samenhang bezorgen) en naar de verwantschap ervan met kunstwerken waarmee we meer vertrouwd zijn.

In de eerste plaats is er zijn ‘theorie van de picknick’, die door Maud Benayoun als volgt wordt verwoord: ‘Plastische kunstwerken moeten het voor de toeschouwer mogelijk maken te vinden wat hij of zij wil, dat wil zeggen: wat hij of zij zelf meebrengt’. Dit betekent dat een kunstwerk door Morellet niet wordt beschouwd als een voertuig voor de emoties van de kunstenaar of een inhoud die zou verschillen van de textuur waaruit het werk bestaat. De vorm is strak, de inhoud is open, de textuur is primordiaal.

In dit verband kunnen we wijzen op de mooie anekdote van Maud Benayoun, die door Morellet persoonlijk werd rondgeleid tijdens een tentoonstelling. Ze merkte op dat hij haar bij elk werk een verhaal vertelde dat samengevat neerkwam op de zin: ‘Als je dit werk ooit zelf wil maken, dan moet je het als volgt aanpakken…’

Dit eerste algemene kenmerk sluit nauw aan bij een tweede constante, namelijk dat Morellet altijd gezocht heeft naar manieren om het toeval een plaats te geven in zijn werk. In de gesprekken met Pierre Cabane wijst Duchamp erop dat het toeval een dankbare handlanger was bij zijn pogingen werk te maken dat ontsnapte aan esthetische uitgangspunten of individuele tics. (Nadat ‘Le Grand Verre’ stukgebroken was tijdens een transport besloot hij het gebarsten glas zorgvuldig te reconstrueren, vast te kleven en te bewaren als essentieel onderdeel van het werk.) Morellet maakte tal van prachtige werken waarin puur mathematische uitgangspunten zorgen voor onverwachte organische patronen (een soort van Mandelbrot avant la letttre) of waarin het toeval voor steeds wisselende composities of kleurcombinaties zorgt, bijvoorbeeld in de ‘Toevallige distributie van 40.000 vierkanten’, die tijdens deze tentoonstelling te zien is.

Een derde algemeen kenmerk van Morellets werk is de humor. Die is meteen zichtbaar in het schijnbaar gekantelde schilderij waarvan de zwarte lijst losgekomen lijkt (en dat tijdens deze tentoonstelling te zien is), maar keert onophoudelijk terug als een milde relativering of een uitnodiging tot een ongedwongen omgang met zijn werk en de kunst in het algemeen.

Deze algemene kenmerken verlenen zijn werk een actuele relevantie die het onmiskenbare historische belang ervan evenaart. Zo kunnen we zijn werk moeiteloos plaatsen naast de mooiste werken van in ons land werkzame hedendaagse kunstenaars als Bernd Lohaus, Guy Rombouts, Guy Mees, Ann Veronica Janssens of Walter Swennen.

Enkele jaren geleden maakte Walter Swennen schilderijen die bestonden uit een aantal cirkels van verschillende kleuren. Hij gebruikte daarvoor een systeem dat uitging van zeven genummerde ‘jetons’ die elk voor een kleur stonden. De penningen werden een voor een op het doek gegooid tot ze er allemaal op bleven liggen (soms botsten ze van het doek). De zeven cirkels van gelijke grootte die op het doek werden geschilderd moesten door de plek lopen waar ‘hun’ penning was gevallen. Als dit niet leidde tot een goed schilderij, mocht er vals gespeeld worden.

Ten slotte lijkt de meest overtuigende eigenschap van deze werken vandaag te bestaan in de prachtige, indrukwekkende visuele impact ervan. De schilder gebruikt toeval en systemen om tot resultaten te komen, maar die resultaten zijn altijd boeiend, verrassend en wonderlijk om naar te kijken. Eigenlijk zijn het altijd prachtige schilderijen, die op een rechtstreekse, eerlijke en daardoor ook grappige manier dezelfde visueel gerichte fascinatie proberen op te roepen als de meest klassieke schilderwerken.

Ten slotte willen we besluiten met een verwijzing naar een recente brief van François Morellet over deze tentoonstelling. ‘Een volledig overzicht van mijn werk, dat tot stand kwam tussen 1949 en 2007, zou te groot, te duur en te vermoeiend’ geworden zijn, schreef hij. Daarom gaf hij er de voorkeur aan dat deze tentoonstelling zich beperkte tot een wel naar volledigheid strevende weergave van een bepaalde periode. Aangezien hij zich in België in de jaren zeventig gesterkt wist door het S.M.A.K. en de Gentse galerie ‘Plus Kern’ van Jenny van Driessche en Yves de Smet, vond hij het opportuun vooral werken te tonen uit deze jaren.


Montagne de Miel, 27 januari 2007