Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Nick Andrews - 2012 - Champagne Charlie en de ochtendgloed [NL, interview],
, 3 p.




__________

Hans Theys


Nick Andrews
Champagne Charlie en de ochtendgloed



Ik hoorde voor het eerst over Nick Andrews (°1972) spreken in 2004, toen Vaast Colson bewonderend over hem sprak als een schilder die, wars van het eigentijdse, in de tentoonstellingsruimte in elkaar geflanste of anderszins hoogstaand interactionele gebeuren, gewoon in zijn eigen atelier een eigen oeuvre uitbouwde. Daar is Andrews nog steeds mee bezig. Hij doet dat niet, zoals sommige schilders, door te trachten telkens een volledig nieuw schilderij te maken (of te dromen dat het volledig nieuw is), maar, integendeel, telkens te pogen hetzelfde werk te maken, maar dan nog beter. Voor de toegewijde toeschouwers levert dit een heroïsch spektakel op, waarvan de wendingen onvoorspelbaar zijn.

Het schilderij dat u hier afgebeeld ziet, LaDanseDécadanse, is een van mijn lievelingsschilderijen van Andrews omwille van de verrassende lichtheid, de verborgen asymmetrie en de vreemde, vrije toetsen waarmee de kroonluchters en de weerspiegelingen gestalte hebben gekregen.

Andrews: In het begin heb ik er met veel medium en zachte, bijna pastelachtige kleuren het tafereel op gezet, als een weidse tekening, als een aquarel, als een schets met Chinese inkt. Het zag eruit als een lavis, geglaceerd, bijna. Toen die opzet klaar was, heb ik het doek op de grond gelegd en rondom gewerkt, door verf te laten druppelen. Die druppels of toetsen moesten dik blijven liggen. Ik wilde zoals in de beroemde druppel van Delacroix lichtweerkaatsingen weergeven met kleur. Je kent dat wel, die druppel op een been, die alleen bestaat uit kleur, maar toch een druppel lijkt te zijn.
Mijn palet is hier bijna pastelachtig, roze met violet en blauw erin. Hier en daar heb je nog het echte wit van het doek. De dansers die er aanvankelijk op stonden heb ik weg geschilderd met een nieuwe laag gesso. Het enige wat van de figuren is overgebleven is de schaduw van de scheve hoed van Champagne Charlie, die op het podium staat en naar de dansvloer kijkt, die oplicht in het ochtendgloren. Het schilderij is het sluitstuk van vijftien werken waarin ik het feestgedruis weergeef rond de historische figuur Champagne Charlie, die je ziet op het eerste schilderij van de reeks. De titel komt natuurlijk van Gainsbourg.
Wat je zegt over die asymmetrie klopt. Het doek is uit zijn evenwicht gezet, maar er zit toch evenwicht in. Ik wil wegstappen van het één-punt-perspectief, dat je altijd verkrijgt als schilders vertrekken van een foto, omdat die met één lens is gemaakt. Ik zoek naar schilderijen waar het oog niet naar één punt wordt gezogen, maar van punt naar punt wandelt, omdat het wordt aangetrokken door een kleur, vorm, geste of iets complementairs. Ik zoek naar iets meer sacraals: de belevenis of het lezen van een schilderij vanuit diverse invalshoeken.

- Daarom moesten de figuren misschien verdwijnen?

Andrews: Misschien. Ik maak veel voorstudies. Eerst lineaire tekeningen, dan met aquarel en inkt. Ik heb ook veel ontdekt door met steendruk te werken. Met de Praagse meesterdrukker Rudolf Broulim leerde ik diverse stappen ondernemen op verschillende tijdstippen. Het werk kreeg daardoor een meer contemplatieve benadering, omdat je verschillende mogelijkheden overweegt. Met litho werk je ook achterstevoren en soms  moet je twee stappen vooruit denken, zoals een schaker. Ik ben blij dat ik de figuren op het einde heb losgelaten, maar ik had dat niet meteen kunnen doen, zonder al die processen te doorlopen. Ik heb die stadia nodig om tot dingen te komen die plastischer zijn dan ik kon voorspellen.

- Heb je je zelf niet gebaseerd op een foto?

Andrews: Ja, ik heb een paar schoendozen vol met knipsels. Daarin vond ik een foto van een schoonmaakster die een zaal in Venetië aan het schoonmaken was. Die ruimte straalde grandeur uit. Maar het was enkel een vertrekpunt. Ik heb de foto niet geprojecteerd of zo. De schoonmaakster wou ik ook laten dansen maar dat is achtergebleven op de inkt studies. Het was een mogelijkheid, misschien als video of filmstill, of decor in een verhaal. Maar een schilderij heeft zijn eigen wet, en dit wordt mede beslist door een keuze op het laatste moment… Nu kan ik er ook afstandelijker naar kijken.


Montagne de Miel, 1 mei 2012