Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Carole Vanderlinden - 2018 - Grappige schilderijen [NL, review],
, 2 p.




__________

Hans Theys


Grappige schilderijen
Carole Vanderlinden in galerie Zwart Huis, Brussel



Carole Vanderlinden (°1973) maakt prachtige, doorwrochte, zowel compacte als transparante schilderijen die hun specificiteit ontlenen aan de geheel eigen motieven en kleuren (vaak verschillende tonen van één kleurspectrum, blauw of groen) en aan het laten botsen van soortgelijke of juist heel verschillende kleuren, verschillende verfhuiden (gebruikte materialen, manieren van aanbrengen), en matte, glanzende, opake en transparante benaderingen. Haar werk is ook grappig.

Mijn oude kompaan Damien De Lepeleire (°1965) vertelde mij onlangs dat kunstenaars het onaangenaam vinden als ik hun werk grappig noem. Ze worden naar het schijnt liever serieus genomen. Hij benadrukte dat ik nog eens moest uitleggen dat het komische voor mij het hoogste was: een soort van vermogen te dansen ondanks de zwaarte, zoals we dat aantreffen in de romans van Kafka. Ik was een beetje verbaasd, want vrijwel alle grote kunstenaars zijn grappig. Sommige niet (Luc Tuymans, Berlinde De Bruyckere), maar de meeste wel: Andy Warhol, Bob Dylan, Ann Veronica Janssens, Raoul De Keyser… Bij uitzonderlijke kunstenaars als Marcel Broodthaers en Walter Swennen gaan ernst en humor in elkaar over als het oppervlak van een Möbiusring. Dit soort kunstenaars neemt het spel ernstig, maar niet noodzakelijk zichzelf.

Dit gezegd zijnde, wil ik graag proberen uit te leggen wat ik grappig vind aan de schilderijen van Vanderlinden. Wat ik komisch noem, is een dansant voorbijgaan aan de zogezegde uitzichtloosheid van de kunst. ‘Wat mensen bedoelen als ze zeggen dat de kunst dood is, is eigenlijk dat ze zelf dood zijn.’ (Gerard Reve) Dit dansen gebeurt op het niveau van de textuur en de opbouw van het kunstwerk. Ik geef daarvoor drie voorbeelden. Het schilderij ‘Pliage’ bestaat verticale, maar grappig scheef aangebrachte smalle kleurstroken die onderaan en bovenaan steeds anders schuin afgekant zijn en schijnbaar voor een olijfgroene achtergrond zweven, die bij nader inzien nadrukkelijk achteraf werd aangebracht, met zichtbare, opzettelijk onhandige toetsen en minstens twee verschillende kleuren. Door de scheve positie en het schuin ‘afgekant’ zijn, worden de stroken beroofd van hun ‘neutrale’, geometrische abstractie. Toch worden ze niet figuratief (er wordt geen waaier afgebeeld). Ze worden iets anders: schijnbaar willekeurig, maar op een grappige manier aangebrachte verf. Zo zegt de maakster iets over schilderen. We zien een meta-schilderij, dat lacht met het amechtige zoeken naar betekenissen van de intellectueel en knipoogt naar andere schilders. Het achteraf aangebracht zijn van de ‘achtergrond’ doet hetzelfde. Het schuin afgekant zijn van de donkere verfstrook onderaan het schilderij ‘Honey Ice’, dat daardoor het beeld van een schaal of een boot lijkt op te roepen, ook. De ‘ogen’ en de ‘tanden’ van het masker in ‘Masque Cureghem’, ook. Zo zien we dat we hier te maken hebben met echte schilderijen, gemaakt door een echt schilder.


Montagne de Miel, 26 september 2018