Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Guy Rombouts - 2011 - Good, Fast and Bright White [EN, interview],
, 11 p.




__________

Hans Theys


Goed, snel en helder wit
Een gesprek met Guy Rombouts



Guy Rombouts (°1949) woont in twee statige met elkaar verbonden woningen, met prachtige, zelfgemaakte vides en grote lichtkoepels. In dit sprookjesachtige huis, waarin je door het behoud van beide trappen een eindeloze architecturale promenade kan voltrekken, bevinden zich tienduizenden opeengestapelde, samengebrachte, gerangschikte, liggende, rustende of neerhangende voorwerpen, waaronder honderden lichtvoetige sculpturen, assemblages, stapelingen en mobielen. Rombouts verzamelt, bijvoorbeeld, bolvormige voorwerpen. Daartoe behoren een honderdtal petanque-ballen, waarmee hij twee wondere stapelingen heeft gemaakt.
        Overal vind je knikkers van allerlei kleuren, glassoorten en formaten, maar ook glazen voorwerpen als karaffen, stolpen, schaaltjes, stoppen voor flessen en artefacten met niet te achterhalen oorspronkelijke bestemmingen. Andere voorwerpen die je ziet, zijn kettingen, allerlei soorten takken en twijgen, vaak met doorns, gedroogde, krullende sinaasappelschillen, één schuin hangende grashalm, deinende vogelveren, springveren, metalen ragebollen om schoorstenen te vegen, de cijfertjes van een vogelpik-doelwit, kooien, een uitgeholde boomstam, scharen, zaden, noten, cimbalen, bellen, klokjes, xylofoons, mondharpen enzovoort.
        De meeste voorwerpen hebben een iele, vaak geassembleerde structuur, het zijn dunne aders die ruimte rond zich verzamelen. Samen roepen ze een wereld op van het verschil, van de verscheidenheid, van een eeuwig variëren en elegant woekerend samenklonteren. De zelfgemaakte voorwerpen lijken tot stand gekomen te zijn door elkaar te ontmoeten. Vaak gaat het om voorwerpen met gaten waarin ander dingen vasthaken. Een versteende zeespons met daarin stekels van een stekelvarken.
        De gratie van deze honderden werkjes is niet te beschrijven. Ze hebben die vreemde, levende lichtheid die je zelden aantreft op tentoonstellingen, vergelijkbaar met de thuis uitgevoerde proefopstellingen van Ann Veronica Janssens, die in een museale omgeving aanmatigend zouden lijken. Op grond van deze werken noem ik Guy Rombouts al jaren de beste beeldhouwer van ons land. Wellicht doet mijn mening er niet toe, maar onlangs hoorde ik dat Anthony Caro, na een bezoek aan het Muhka, in een gesprek met de toenmalige directeur Flor Bex verklaarde dat hij het meest onder de indruk was van de sculpturen van Rombouts.

Rombouts vertelt mij dat hij in de jaren zestig indruk maakte op de meisjes door hen te bekennen dat hij als jongen, zittend op een krukje tijdens de avondschemering, zijn prille geslacht in de kelk van een zwarte tulp liet hangen tot het zachtjes omkneld werd door de zich langzaam toevouwende kroonbladeren; dat sommige kleine vogels hun nesten aan de binnenzijde bekleden met kattendons; en dat hij als kind iemand heeft gekend die uit de tropen kwam en vertelde dat hij nogal snel kaal leek te worden tot hij ontdekte dat een grote spin vlakbij zijn bed een nest had gemaakt met haren die het dier ’s nachts uit zijn hoofd kwam trekken. Ook had een emigrant in de Verenigde Staten, afkomstig uit een afgelegen streek in China, dertig jaar opgesloten gezeten in een instelling voor geesteszieken omdat de psychiaters van dienst zijn onbegrijpelijke dialect voor het namaaktaaltje van een gek hadden gehouden. En twee Hollanders die Rombouts persoonlijk heeft gekend, hadden in het zuiden van Italië, na het moeizame bestellen van een ontbijt met spiegeleieren, twee echte paardenogen op hun bord geserveerd gekregen.

Rombouts werd geboren tijdens de herfstequinox van het jaar 1949. Hij groeide op in Geel. In een gesprek dat ik in 1998 met hem had, vertelt hij dat de verdraagzaamheid die in dit stadje heerste jegens mensen die zich op een ongewone manier gedragen hem misschien bewust heeft gemaakt van een vrijheid die later de vorm heeft aangenomen van een eigen oeuvre en een eigen manier van zijn. Rombouts’ vader bezat een drukkerij die door diens grootvader, als meestergast, was overgenomen van de kinderloze eigenaar. Hij was ook uitgever van het Nieuwsblad van Geel. Aanvankelijk studeerde Rombouts typografie, omdat hij later de drukkerij en de krant zou overnemen. Hij vertelt mij dat hij tot zijn dertigste heeft getwijfeld tussen beide roepingen. Als er al een gedachte ten grondslag ligt aan de tekst die u nu leest, dan is het mijn overtuiging dat Rombouts uiteindelijk geen echte keuze heeft gemaakt, maar door de creatie van het Azart een vorm heeft gevonden om kunstenaar te zijn én loyaal te blijven jegens het vak van zijn vader.
        Twee zaken die ik vandaag heb bijgeleerd, versterken deze overtuiging. Vijftien jaar geleden, kijkend naar een hazelaar, vertelde Rombouts mij dat hij ergens een stuk land bezat waarop veel hazelaars groeiden. Vandaag, sprekend over een pauwenveer die Ann Veronica Janssens eens voor mij heeft meegebracht uit Bali, vertelt hij dat zijn vader pauwen had uitgezet op dit landje en dat er op een bepaald moment wel vijftig vogels leefden, die in de winter wel moesten worden bijgevoederd. ‘Ging je vader die vogels vaak bijvoederen,’ vroeg ik, ‘om het huis uit te kunnen zijn?’ ‘Neen,’ antwoordde Rombouts, ‘mijn ouders deden dat samen. Ze waren heel gelukkig…’
        Het tweede dat ik vandaag heb geleerd, is dat Rombouts op zijn zestiende al schriften vulde met zorgvuldig gecomponeerde, grafische en typografische vondsten, abstracte tekeningen, korte verwijzingen naar de literatuur en andere zaken die een voorbode vormden van Rombouts huidige werk en het Azart.

Rombouts: Zo heb ik het nog nooit bekeken, maar het zou wel kunnen kloppen. De laatste jaren dat mijn vader uitgever was van het Nieuwsblad van Geel heb ik er veel aan meegewerkt. Je moest voortdurend op zoek naar kopij. Ik vond dat heel boeiend, maar ik werd overweldigd door het besef dat alles al eens gezegd was. Ik begreep niet wat je daar elke week nog aan kon toevoegen. De mensen zijn ook ‘overnieuwst’ en ‘ondergeïnformeerd’. Er is altijd veel nieuws te horen, maar weinig informatie te vinden. Ik vond het moeilijk tegen zo’n wereld op te boksen… Die pauwen slapen heel hoog in de bomen, omdat ze bang zijn voor tijgers. Vanaf een bepaalde leeftijd moeten de kuikens ook in de bomen slapen, ook al kunnen ze nog niet vliegen. Dan wippen ze op de rug van een van hun ouders, waar ze wiebelend tussen de vleugels hun evenwicht proberen te bewaren terwijl de grote vogel in een steile spiraal naar de top van de slaapboom vliegt. Want die vogels kunnen niet recht omhoog vliegen, die doen dat met een boog. Een enorme krachtverspilling, eigenlijk. Omdat ze niet weten dat hier geen tijgers zijn. In de Middeleeuwen werd pauwenvlees als een lekkernij beschouwd. Ik heb nog nooit pauwenvlees gegeten. Jij wel?

- Wanneer heb je het Azart juist gemaakt, ontdekt, uitgevonden? Was dat rond je dertigste?

Rombouts: Dat herinner ik mij niet meer. In ‘78 of ‘79 denk ik. Hoe oud was ik dan?

- Dertig.

Rombouts: Het was een soort van eureka-moment. Ik herinner mij nog dat ik op mijn vélo gesprongen ben om een bevriend barman te vertellen dat ik iets had uitgevonden.

- Je vertelde mij dat je vader nooit heeft geschreven wat hij werkelijk dacht.

Rombouts: Voor het laatste nummer had hij het plan opgevat alles te schrijven wat hij nooit had kunnen zeggen. We gingen een laatste anarchistisch nummer maken. Maar ineens kwam er een bod op de krant. Iemand wilde de naam kopen. En we zijn gezwicht voor het geld. (Lacht.) In 1953 werd de honderdste verjaardag van het blad gevierd. Er was een groot feest, dat ik mij nog goed herinner. Floris Prims, in die tijd stadsarchivaris van Antwerpen, die ook bijdragen verzorgde, zorgde voor de feestrede. De man was een hevig antifascist, maar ook belgicist. Mijn grootvader is bijna geëxecuteerd omwille van de laatste nummers van het blad die voor de inval van de Duitsers verschenen zijn. Ze hebben hem gearresteerd en meegevoerd op de treeplank van een auto, waarop hij zich, als zestigjarige, tot in Turnhout staande heeft moeten houden. Hij sprak goed Duits. Dat heeft zijn leven gered. Tijdens de oorlog was het blad verboden. Vrijheid van communicatie is nog altijd niet vanzelfsprekend, zeker niet als de politieke druk blijft toenemen.

- Een van dingen waarover ik vandaag met je wilde spreken, is het internet. Soms stuur je mij links naar boeiende sites of prachtige filmpjes. Nu begrijp ik dat dit ook verband houdt met de krant.

Rombouts: Ja, het is dat eeuwige zoeken naar kopij, dat ik altijd aangenaam heb gevonden. Vroeger vroeg het veel energie om boeiende bronnen te ontdekken. Nu landt alles vanzelf op je bord.

- Hoe ben je er als jongeman toe gekomen kunst te gaan maken?

Rombouts: Toen ik zestien, zeventien jaar oud was, las ik veel en was ik veel met letters bezig. Ik maakte boekjes. Ik leek wel een gek, die bezig was met heel minimale dingen. Ik was alleen. Toen ik de Wide White Space Gallery ontdekte, was het alsof ik thuiskwam. Dat heeft mij ervan weerhouden zelfmoord te plegen.

- Een jeugdwerk van jou is een wit blad met het volgende opschrift: ‘Kn k alsjblf de klnkrs trgkrgn? Dank u.’

Rombouts: Ja, dat heeft ook met de drukkerij te maken, natuurlijk.

- Een ander jeugdwerk is een assemblage van voorwerpjes die je op het strand hebt gevonden. Die assemblage vormt de zin: ‘Wat zal de zee al opwerpen?’

Rombouts: Ik vond die dingen in de vloedlijn toen ik met mijn moeder aan zee verbleef. Schelpen en stokjes. Een half potlood was er ook bij. Narcisse Tordoir heeft dat werkje nu.

- Ik blader nu door een boekvormig, in linnen gevat ruitjesschrift dat je op je zestiende hebt gemaakt. Het is eigenlijk geen schrift, maar een in linnen gevat boekje. Ik weet niet hoe het heet. Op elke pagina vinden we een tekening, een grafische vondst, een citaat, een bedenking… Soms vinden we literaire verwijzingen: ‘Lherbe rouge, l’oiseau bleu, les amours jaunes.’ Of zinnen als: ‘Wat ge denkt, dat wordt ge.’ Tegelijk denk je in het hele boekje na over de grafische mogelijkheden van de hoofdkleuren rood, blauw en geel. Voor de uitnodiging van je huidige tentoonstelling in Dendermonde heb je dezelfde kleuren gebruikt om de verschillende locaties te onderscheiden. Die continuïteit is verrassend… Dit vind ik een mooie ingeving: ‘Rode en blauwe schoolschriftetiketten bestaan al. Gele drukken?’ Of dit:

tomatensoep
klontje boter
blauw teljoor


Rombouts: Dat is opnieuw rood, geel en blauw, in de volgorde van de regenboog. Nu zou ik de volgorde veranderen. Het is praktischer te beginnen met het bord en er dan soep en boter in te doen. (Lacht.)

- Je maakte ooit een tentoonstelling met een alfabet dat bestond uit voedingswaren.

Rombouts: In De Appel in Amsterdam. De tentoonstelling vertrok van het schilderij De vijf zinnen van Theodoor Rombouts dat zich bevindt in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Een in het goud gedrukt menu maakte je wegwijs. Op een lange tafel vond je een alfabet van voedingswaren met een naam die uit drie letters bestond. Aal (gerookte paling), gel (zelfgemaakte gelatine), ham, uur (dat is uier), nek (een kippennek), lof (een blaadje witloof), vla, mop (dat is een soort koek), wei (de restvloeistof van gestremde melk), cru (goeie wijn), zee (zuiver zeewater, Lima verkocht dat) enzovoort. Tijdens de vernissage waren deze spijzen à volonté aanwezig. Tijdens de tentoonstelling stond er een rij verschillende recipiënten met daarin een staal van elk product. Elke dag werden die stalen ververst. ‘s Avonds kwam ik langs en at ik de overschotten op.
        De geuren bevonden zich in flessen met bedrukte kurken. Ken je Harry Ruhé? Als je Wim T Schippers wil contacteren, moet je dat via hem doen. Onlangs liet hij mij weten dat hij een boek over kunst en eten ging schrijven. Hij heeft vroeger mijn tentoonstelling gezien en vroeg of ik er beelden van had. Ik heb zelfs een foto waarop hij te zien is, maar ik heb hem niet geantwoord. Ik kon de foto’s niet vinden.

- Een alfabet van smaken, dat doet denken aan Des Esseintes die droomtaferelen componeerde met essences. De concrete geuren voerden naar een wereld van ongebreidelde suggestie.

Rombouts: Ik hou van die passage in Gulliver’s Travels waarin geleerden met elkaar discussiëren door voorwerpen te tonen.

- Je maakte een werk waarin je de namen van muziekbewegingen schreef met voorwerpen.

Rombouts: X en Y. Een alfabetische lijst van muziekbewegingen die de vorm aanneemt van een lange rij voorwerpen. Elke muziekbeweging wordt geschreven met een combinatie van voorwerpen. Het was opnieuw te zien in het Muhka, tijdens de tentoonstelling over de geschiedenis van het ICC. Elke term bestaat uit evenveel voorwerpen als er letters in de naam zitten. De meeste voorwerpen hebben geen naam, het zijn rare dingen. Martelando wordt geschreven met metalen voorwerpen die met hamers gemaakt werden, elevato bestaat uit dingen die een verheven gevoel uitdrukken als ze samenkomen, bizarro bestaat uit bizarre dingen. Het werk is eens tentoongesteld in Dublin. Iemand maakte toen een heel precieze tekening van elk voorwerp en bundelde ze in een boekje.

- Een groot deel van je werk vertrekt van het Azart: een zelf gecreëerd alfabet waarvan de letters gebaseerd zijn op vormen waarvan de naam begint met dezelfde letter. Zo heeft de ‘h’ de vorm van een haarspeld, de ‘k’ heeft de vorm van kantelen en de ‘m’ heeft de vorm van een meander.

Rombouts: Ik heb gezocht naar benamingen van herkenbare snijpuntloze lijnen, waarbij het belangrijk was dat die lijnen ook in het Frans, het Engels en het Duits namen hadden die met dezelfde letter begonnen.

- Je weet dat Chinezen het woord ‘haarspeld’ niet kennen. Het Azart is geen taal, maar een alfabet: een middel om klanken, namen of begrippen om te zetten in beelden. De bedoeling was een alfabet te creëren dat op een concrete manier leesbaar zou zijn en waarmee je, met behulp van de lijnen, een vorm kan geven aan het benoemde ding.

(Rombouts neemt een blok vergeeld kladpapier en begint rustig, met trefzekere, vloeiende lijnen te schrijven. Ik herken de letters van mijn voornaam. Hij schrijft mijn naam die keer. Eerst vormt die een landschap, dan een personage en dan een huis.)

Rombouts: Met een beetje geluk kan je een woord een zinnige vorm geven. Soms lukt het meteen, soms moet je een paar keer proberen. Het resultaat kan soms heel verrassend zijn. Het Azart heeft mij ook verlost van de angst voor het lege blad. Geen Horror Vacui meer… Die uitdrukking heb ik nog nooit geschreven. Ik ben benieuwd welke vormen ze kan aannemen… (Hij begint te tekenen.)

- Wat mij boeit aan het Azart, en dat is heel duidelijk op je prachtige website, is dat je er een oneindig aantal vormen mee kan genereren, ook al doordat je elke letter een kleur hebt gegeven waarvan de naam begint met die letter. Tegelijk ontroert het mij dat je door het ontwerpen van het Azart trouw gebleven bent aan je vader. Uiteindelijk heb je niet gekozen tussen de drukkerij en het kunstenaarschap, je hebt ze met elkaar verstrengeld.

Rombouts: Misschien. Wat mij afschrikte in het bestaan als drukker of als uitgever van een plaatselijk blad, was dat je eigenlijk niet vrij was om te maken wat je wilde. Als ik in een opiniestuk reclame vergeleek met boer Vranckx die zijn ezel een wortel voorhield om hem in beweging te krijgen, dan kregen we ingezonden brieven van drie verschillende boeren die Vranckx heetten en het betreurden in een kwaad daglicht gesteld te worden.

- Je was voorbestemd om als enige zoon de drukkerij over te nemen, je las veel, je hield van het drukkersvak en je maakte tekeningen, typografische ontwerpen en boeken waarin je vrijer was dan in de krant.

Rombouts: Ik kon met die dingen nergens terecht. Ik kende niemand die soortgelijke dingen deed. Tot ik in de Wide White Space werk van Marcel Broodthaers zag.

- Hoe heb je de galerie leren kennen?

Rombouts: Mijn vriendin, Linda Greeve, werkte daar.

- Later heb je er zelf tentoongesteld.

Rombouts: In 1978. De galerie bestond niet meer, maar Anny De Decker gaf wel nog edities uit. Twee vrienden, Philippe Van Snick en Jef Somerlinck, wilden een tijdschrift uitgeven. Het is gebleven bij één nummer, dat ik heb gedrukt.

- Je eerste solotentoonstelling vond plaats in Ruimte Z. Je toonde een rij voorwerpen waarvan de naam uit drie letters bestaat. Aal, bol, col, das, els, fez, gom, hak, iep, jas, kam, lok, mat, net, oog, pil, q, sla, tol, urn, vla, wig, x, yen, zin. Op het raam had je de woorden geschilderd, zodat je ze samen met de voorwerpen kon zien. Tijdens de finissage stapte je naakt uit een taxi, je betrad de galerie, je kleedde je aan, je pikte alle voorwerpen op en je verliet de galerie.

Rombouts: Het oog was moeilijk te verwerven. Ik probeerde een glazen oog te kopen en de dame aan de toonbank zocht een oog met de juiste kleur. ‘Maar ge hebt uw ogen nog,’ zei ze niet begrijpend. De zin luidde: ‘Ik heb geen zin.’ Het eerste wat ik deed toen ik naakt binnenkwam, was een gom in mijn mond stoppen, zodat ik naar mijn volle mond kon wijzen als iemand mij een vraag stelde. Daarna trok ik de rok aan. De sla was rot en slap en heb ik in de urn gestopt.

- In 1982 maakte je een nieuwe tentoonstelling met voorwerpen, deze keer in de Zeno X Gallery. In 1979 had je daar eens een hele zondag (van 8 tot 12 en van 13 tot 17) een stoeptegel nat gehouden.

Rombouts: Met een dun Chinees penseel.

- De tentoonstelling heette ‘Duizend-en-één dingen van achttien fr. vermomd als alfabet’. De uitnodiging bestond uit citaten uit 26 boeken, alfabetisch gerangschikt per auteur (Adé, Boon, Canetti, Dagerlan, Eliade, Faulkner, Gombrowicz, Hildesheimer, Isherwood, Jarry, Koestler, Lautréamont, Meyrinck, Nabokov, Ouspensky, Pavese, Queneau enzovoort.) In de galerie had je de voorwerpen verdeeld in 26 groepen waarmee je letters bouwde. De ‘z’ bestond uit: zeef, zangboekje, ziekenkasboekje, zinkpoeder, zwemvlies, zegellak, zink, zakje, zeilwedstrijdreglement, zakagenda, zaag, zeepbakje, zoethout, zeefdruk, zilverpapier, zandvorm, zelfklevende etiketten, zakkalender, zeewier, zoutvat, zoom, zalfdoos, zemelen, zeep, zonnebril, zwemvlies, zeefdruk, zwei, zeep, zwerfkei, zeep, zijdepapier, zool, zakdoek, zeel, zakomslag, zelfklever.

Rombouts: Een andere tentoonstelling bij Zeno X, een jaar later, heette ‘La grande exposition de l’A’. Die bestond uit 1001 voorwerpen waarop ik ha of ah kon zeggen als ik ze ergens zag liggen. Eerst vormden de voorwerpen, samen gelegd op de vloer, een grote uitgespaarde ‘A’. Aan elk voorwerp had ik een touwtje of draadje met een lus of lasso bevestigd, zodat je ze kon opvissen. Maar al die touwtjes raakten verward, zodat je niet goed kon vissen. Daarom heb ik alle touwtjes rond de voorwerpjes gewikkeld en een positieve ‘A’ gemaakt. Daarna heb ik de voorwerpjes in de vorm van een uitgespaarde ‘A’ opgehangen aan één touw. Op een dag heb ik die bundel rondgedraaid, een lange tijd, en nadien losgelaten. De bundel begon in de tegenovergestelde richting te draaien en opende zich langzaam, als een derwisj. Anny De Decker, die een Super-8 camera bij had, heeft dit gefilmd. Een prachtig beeld. Het mooiste was het geluid: een ongelooflijk, onbestemd getinkel van honderden glazen, metalen, houten, kartonnen en papieren voorwerpjes. Aan het eind van de tentoonstelling lagen de voorwerpjes weer op de grond en kon je vissen. Op deze foto zie je John Körmeling vissen.

- Er bestaat een foto van jou en Panamarenko bij zijn De Tomaso, net nadat hij een aantal van de 1001 voorwerpjes heeft gekocht.

Rombouts: Ja, ik ben waarschijnlijk de enige kunstenaar die ooit iets aan Panamarenko heeft verkocht. (Lacht.) Er bestaat ook een boek waarin de 1001 voorwerpen staan afgebeeld. Ze waren allemaal genummerd. Ik heb ze één voor één gefotokopieerd op A3 formaat en ze nadien gebundeld tot een dik vierkant boek. Frank Demaegd heeft dit boek gekocht, samen met de resterende voorwerpen. Ik zou die bos graag nog eens tentoongesteld zien… Nu ik dit vertel, denk ik aan een mooie zin uit het Schilder-boeck van Karel van Mander. ‘Het is een kunst goeie soep te maken van raapstelen’, schrijft hij.

- Waarom vind je dat een mooie zin?

Rombouts: De zin drukt uit dat je geen kunst maakt in het luchtledige. Voor een groot deel bouw je verder op wat er al is, door oude en nieuwe dingen te rapen en te stelen. Maar je moet er natuurlijk wel iets van jezelf aan toevoegen om goeie soep te maken. Rapen en stelen is niet genoeg. Dat zie je aan mensen in de mode en de reclamewereld die dingen komen halen in de kunstwereld. Er bestaan natuurlijk ook dingen in de mode en de reclame die boeiender zijn dan sommige kunst. Je kan niet veralgemenen.

- Ik vind dit een mooie zin: ‘Mes zonder lemmet waarvan het handvat ontbreekt’. Het is de titel van een van je werken. Een andere titel bestaat uit de vermeende laatste woorden van Goethe: ‘Mehr Licht’. Het werk zelf is prachtig: een verdord boompje met bovenaan horizontaal gesnoeide takken staat ondersteboven op de vloer en torst, met de wortels omhoog, een verdorde aardkluit die nog de vorm heeft van een bloempot. Neergedwarrelde stukjes aarde vormen een artificiële schaduw, waarin je de titel hebt geschreven in het Azart. Meer neerdwarrelende aarde zal de woorden uitwissen. Dit doet mij denken aan je werk ‘Leegte is vorm, vorm is leegte’, waarbij je zowel de uitgeknipte woorden als de overgebleven, negatieve vorm tentoonstelt. Of aan een performance in Brussel in 2008, toen je op het voetpad van het Paleis voor Schone Kunsten woorden schreef met water. Ook mooi is deze uitspraak van Matisse, die je ergens in een catalogus citeert: ‘Waar ik van droom is een kunst zonder een onrustbarend of een aandachttrekkend onderwerp… Iets dat er ongeveer zou uitzien als een goede leunstoel’ (quelque chose d’analogue à un bon fauteuil).

Rombouts: Het werk met die titel bestaat uit knipsels van dik tekenpapier die woorden vormen en aan één spijker hangen, zoals de kopij in de drukkerij.

- Wat bedoel je?

Rombouts: In de drukkerij werden alle zaken die binnenkwamen voor de drukkerij of het nieuwsblad elk over een haak gedrukt, twee staaldraden die in de vorm van solsleutels waren geplooid.

- In 1984 was er een tentoonstelling in het Apollohuis in Eindhoven.

Rombouts: Ik toonde een klok waarvan de wijzerplaat afgezoomd was met alle letters van het alfabet. Af en toe vormden de drie wijzers samen een drieletterwoord in één of andere Europese taal. Die standen waren afgebeeld op fotokopieën die ik op de vloer had gelegd. Wie gesteld was op een woord, mocht een kopie kopen. Dat was nogal stom van mij, want op het eind van de vernissage was de hele tentoonstelling uitverkocht.

- Gisteren stuurde je mij een recent interview met François Morelet dat je op het internet hebt gevonden.

Rombouts: Een interview in Le Monde naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het Centre Pompidou. Morelet was een voorloper, maar op elegante wijze weigert hij daar enige verantwoordelijkheid voor op te nemen… Op een dag ontdekte ik dat Robert Filiou ook alfabetten heeft gemaakt. Er hangen dingen in de lucht, sommige mensen zijn daar gevoelig voor en plukken ze.

- Momenteel zijn er verschillende werken van je te zien in Dendermonde. Welke?

Rombouts: In het begijnhof komt een monumentale, ijzeren sculptuur die bestaat uit alle letters van het alfabet. Elke schakel bestaat uit een liggende letter die door middel van twee meter hoge, verticale stangen verbonden wordt met een zwevende dubbelganger. Elke letter heeft een corresponderende kleur. De ‘r’ is roze, bijvoorbeeld. Van bovenuit gezien vormt de sculptuur een vraagteken waarvan de punt gevormd wordt door het woord ‘dromen’ (de letters waarmee je het woord Dendermonde kan spellen). De overige letters van het alfabet vormen de krul van het vraagteken. De titel van het werk is dromenabcfghijklpqstuvwxyz.

- Dat doet mij denken aan de eerste performance van Bernd Lohaus, waarbij vier mensen het alfabet opzeggen in vier verschillende talen en elke spreker de beginletter van de gebruikte taal vervangt door de naam van die taal. Bijvoorbeeld: ‘a, b, c, Deutsch, e, f’ en ‘a, b, c, d, e, Français, g, h’. Daardoor ontstond een tijdsverschil in de opsomming.

Rombouts: In de bibliotheek kan je de witte alfabet-piramide te zien die gemaakt is voor een toneelstuk van Bart Meulemans en Willy Thomas en die Dokter Zero op een Ziggurat heette.

- In 1995 heb ik Marie-Puck Broodthaers geholpen het werk op te stellen in Das Belgische Haus in Keulen.

Rombouts: Dan weet je hoe zwaar het is. (Lacht.)

- Penck was daar ook en heeft meegeholpen.

Rombouts: Het is een heel zwaar en fragiel werk. Vermoedelijk het eerste kunstwerk in België dat van MDF is gemaakt… In Huis Van Winckel wil ik de vloer vol leggen met Colombiers. Dat is een oud Frans formaat voor krantenpapier. De ruimte is 13 bij 31 meter groot. Op elk vel schrijf ik een letter, woord of zin waardoor nieuwe vlakken ontstaan. Op de hoeken van de vellen leg ik zware voorwerpen, zoals ze in het oosten deden om het oprollen van hun schilderijen te beletten. Waarschijnlijk gebruik ik echte clichés. Drie hoeken liggen vast, zodat de vellen nog kunnen opwaaien als je voorbijloopt. Verder zijn er nog een aantal scholen en academies die hun studenten hebben voorgesteld aan de slag te gaan met het alfabet. Daar zal ik helpen bij de presentatie. Zoals je weet schrijf ik ook graag op ruiten. Ik denk dat ik enkele tijdelijke dingen zal tekenen op de vensters van de bibliotheek en Huis Van Winckel.

- Hoe zullen we dit gesprek afronden?

Rombouts: Zoveel te doen, zo weinig tijd! Gelukkig zijn er de geschriften van Patricia De Martelaere. Op het internet staat een mooi interview met haar over de dood, gemaakt door een student. (Maurice Timmermans) En dan besluiten we met een zin van Themerson: ‘Goed, snel en helder wit is een voorval, een proces, een gebeurtenis.’ En met een versregel van Jan Emmens: ‘Sta ik toevallig stil, dan heet dat het standpunt dat ik inneem.’


Montagne de Miel, 21 maart 2011