Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Robert Devriendt - 2015 - Concealed Stories [EN, interview],
, 4 p.




__________

Hans Theys


Verzwegen verhalen
Een gesprek met Robert Devriendt

 

Het Brugse Groeningemuseum nodigt voor het derde opeenvolgende jaar een hedendaags kunstenaar uit om in gesprek te gaan met haar collectie. In twee zalen werden de vreemde houten wanden of kasten die bijna overal tegen de muren leunen op verzoek van de kunstenaar witgeschilderd. Tijdens ons gezamenlijk bezoek aan de tentoonstelling begint Robert Devriendt (°1955) twee keer over deze witte muren te praten. Hij vertelt dat het interieur van zijn huis een neutrale kleur heeft en dat hij geen kunst aan de muren verdraagt. Wat zou dat zijn, een neutrale kleur? Je begrijpt dat zelfs gewone geschilderde muren om zijn aandacht vragen. Devriendt is iemand die graag kijkt en zich kan verliezen in dat kijken, zowel in de bijna eindeloze genoegens van de materie en de textuur als in de gevoelens, gedachten, beelden en verhalen die ze kunnen oproepen.
Na het voeren van onderstaand gesprek, kijken we samen naar enkele schilderijen van oude meesters. ‘Bij het kijken naar een schilderij ga ik altijd op zoek naar het gedeelte waar de schilder het meest plezier aan heeft beleefd,’ vertelt Devriendt, ‘soms is dat een aspect van de figuur, maar het kan ook de achtergrond zijn. In dit schilderij, bijvoorbeeld, is de achtergrond heel mooi. In het vorige werk was die er achteraf gauw bijgeschilderd.’
Devriendt bracht zijn kindertijd door op een afgelegen boerderij. Er was geen televisie. De enige vervaardigde beelden die hij op jonge leeftijd onder ogen kreeg, waren de schilderijen in de kerk of de prentjes die zich in de verpakking van chocoladerepen bevonden. Op zijn dertiende, in het gezegende jaar 1968, schreef hij zich in voor een Amerikaanse cursus voor beginnende schilders, die luisterde naar de naam ‘Famous Artists Course’. De schriftelijke opdrachten van deze cursus bevatten beelden van schilders als Picasso en Willem De Kooning.
De eerste solotentoonstelling van Devriendt dateert van 1983. Toen al schilderde hij de kleine schilderijtjes die we nu van hem kennen. Zeven jaar geleden begon hij deze werkjes te groeperen in kleine reeksen. ‘Ik heb altijd dingen uit mijn omgeving geschilderd, die ik een rol toeschrijf in een ingebeeld drama dat zich rond mij zou ontrollen,’ vertelde de kunstenaar aan ondergetekende. ‘Door die rol krijgen ze iets dat de realiteit lijkt te overstijgen. Mijn werk lijkt altijd te vertrekken van een botsing tussen de directe actie en uitstraling van de dingen in de natuur en de onrechtstreekse en vertragende werking van de cultuur. Ik denk dat we illusies moeten scheppen om te kunnen omgaan met de werkelijkheid. Dit scheppen van illusies gaat onverminderd voort, omdat ze onafgebroken ontmaskerd worden… Ik suggereer een drama, maar het is aan de toeschouwer om dit drama vorm te geven en het botsen van de beelden te interpreteren… Zelf wil ik in de eerste plaats luisteren naar de dingen en ze naar voren laten treden. De gebruikte schildertechniek hangt af van de stoffelijke realiteit van het afgebeelde ding en de manier waarop dit oplicht. Mijn schilderijen zijn vrij glad, omdat ik niet wil dat de factuur het beeld komt verstoren.’


Verboden beelden

We drinken koffie in een etablissement vlak bij het Groeningemuseum. Door het raam zien we de hoog opgetrokken muren van een school die Devriendt als kind bezocht. ‘Het was verschrikkelijk,’ vertelt hij. ‘Ik had een kamertje dat opgetrokken was uit pitchpine. Het was 1,6 bij 2 meter groot. Ik zie die pitchpine nu nog voor mij: oerdegelijk, roodachtig, bestemd om eeuwig mee te gaan… De school was heel benauwend, elke dag moesten we naar de mis en vier keer per dag hadden we studie. Het was een heel streng systeem. Om eraan te ontsnappen, keek ik naar Hélène Fourment. Ik beschikte over een stapeltje prentjes, reproducties van schilderijen, die afkomstig waren uit chocoladerepen of die ik had geruild tegen Soubrypunten (een pakje van zes of zeven prentjes voor veertig punten). Rubens, Rembrandt, El Greco, Ruysdael… Beelden waren verboden. Toen ik eens een prentje ophing in mijn kamer was het ’s avonds verdwenen. In mijn bank, met opklapbaar schrijfvlak, had ik een reproductie van een winterlandschap opgehangen. Ik denk dat het van Isidore Opsomer was. Elke ochtend keek ik daarnaar om dichter bij de boerderij van mijn ouders te zijn, zodat ik er weer een dag tegen kon. Eigenlijk hebben beelden vandaag nog altijd dezelfde functie voor mij. Je kan ze selecteren en in een bepaalde volgorde plaatsen om een alternatieve wereld te creëren en te ontsnappen aan de realiteit… Toen ik op mijn negende voor het eerst in het Groeningemuseum kwam, waande ik mij in een verlengstuk van die verschrikkelijke school. De vrome handen van Kanunnik van der Paele! Ontzet waarde ik rond, tot ik naar details ging kijken. Die hebben voor mij een wereld geopend.’

- Herinner je je nog zo’n detail?

Devriendt: Een oog in het zeventiende-eeuwse portret van Isabella Clara Eugenia van Spanje, geschilderd door Frans Pourbus de Jonge. Het viel mij op dat haar linkeroog blonk als een juweel.

- Die dame draagt veel parels. Viel het je toen al op dat het glanzen van haar oog op dezelfde manier wordt opgeroepen als de glans van de parels?

Devriendt: Dat denk ik niet. Ik zag het oog als een edelsteen. Het was een bevrijdende ervaring. In de alledaagse werkelijkheid kan je nooit zo lang naar iemands oog kijken. Als je dat probeert, sturen ze je weg… Als je lang naar iets kijkt, gaat je blik versmallen. De lijnen van je blik kruisen elkaar. Dan gaat de wereld open en kom je in een soort van eindeloze ruimte terecht waar alles met alles te maken heeft. Het oog wordt een parel, de parel lost op in de lucht. Je kan daar heel even in vertoeven, in zo’n wereld, maar je moet wel altijd terugkeren.


Achtduizend toetsen

- Je maakt kleine schilderijtjes die je groepeert in reeksen, zodat ze aan ons verschijnen als filmstills, als beeldfragmenten van een groter narratief geheel dat tot stand komt in het hoofd van de toeschouwer. Soms wordt je werk om die reden met film vergeleken. Ik zou het echter liever over de schilderijen zelf hebben. Hoe bouw je ze op?

Devriendt: Dat vertel ik liever niet… Elk schilderij bestaat uit zo’n achtduizend verftoetsen. Afhankelijk van de verfsoort en de kleuren die je gebruikt, moet je een andere logische opbouw gebruiken. Het is heel ingewikkeld. Het is moeilijk te reconstrueren. Ik vind dit trouwens een vreselijke vraag.

- Waarom?

Devriendt: Met verf omgaan is hetzelfde als met mensen omgaan. Je kan heel direct zijn of aftastend, je kan obsessief zijn of oppervlakkig. Hoe een schilder met verf omgaat, zegt veel over de manier waarop hij of zij met mensen omgaat. Als je bijvoorbeeld naar dit doek kijkt, het vroeg negentiende-eeuwse ‘De dood van de vrouw van Belisarius’, geschilderd door de Brugse schilder Franciscus Josephus Kinsoen, dan zie je wat die man heeft gezien en gevoeld. Kijk naar de overgang van licht en schaduw op haar huid. De verf is perfect georganiseerd. Zoiets kan je alleen schilderen als je het ook echt hebt gevoeld. Waarschijnlijk wilde hij alleen die vrouw schilderen. De rest was verplichte kost.

- Ik zie dat je verschillende beelden als uitgangspunt gebruikt: zelf gemaakte foto’s, bevroren videobeelden of lage resolutiebeelden (al dan niet met grove pixels of olievlek-effect) die je vindt op het internet. Ik lees uit je schilderijen af dat je dat doet omdat elk soort beeld om een andere technische benadering vraagt.   

Devriendt: Dat klopt. Ik hou van dat soort uitdagingen.


Hellevuren

- Sommige beelden geven je ook de kans kleuren te gebruiken die je niet aantreft in traditionele schilderijen.

Devriendt: Ja, als je een elektrisch snoer of een beeldscherm probeert te schilderen, kan je natuurlijk niet gaan kijken hoe de ouden dat hebben opgelost. Dan moet je zelf oplossingen zoeken. Maar voor een ontploffende auto kan je natuurlijk wel terecht bij de hellevuren van Bosch.

- Op één schilderij komt een auto voor die schuin achter een betonnen paal geparkeerd staat. Heb je die foto zelf gemaakt? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk, omdat het om zo’n zeldzame wagen gaat, maar ik kan mij ook moeilijk voorstellen dat iemand zo’n foto van zijn wagen op het internet plaatst.

Devriendt: De wagen heb ik zelf gefotografeerd. Hij stond voor een café. Maar de paal heb ik er al schilderend aan toegevoegd.

- Als we kijken naar de beelden, in plaats van naar de schilderijen, dan valt het op dat je veel dingen niet toont. Het lijkt alsof je verhalen suggereert, maar je zou het ook een vorm van verzwijgen kunnen noemen.

Devriendt: Ja, ook wat je niet toont is belangrijk. Al schilderend verwerk je emoties. Alle indrukken die binnen gekomen zijn, moeten weer naar buiten. Maar niet op een letterlijke manier, natuurlijk.

- Toen ik je in 1997 voor het eerst ontmoette, schilderde je veel opgezette dieren. Vandaag zien we weer zo’n schilderij. Ik vind het verbazend dat je erin slaagt aan te geven dat het om een opgezet dier gaat. Maar los daarvan lijkt dit onderwerp te wijzen op een soort van fascinatie voor beelden die liegen, beelden die iets vols beloven dat buiten ons bereik ligt.

Devriendt: Dat zou kunnen. Met digitale beelden is die indruk nog versterkt. Ze zijn transparant. Het lijkt alsof je er je arm kan doorsteken.

- De beelden liegen, maar de schilderijen zijn echt.

Devriendt: Misschien. Ze zijn in elk geval bepoteld. Dat is al iets.


Montagne de Miel, 27 oktober 2015