Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Lieven Segers - 2018 - Het kunstenaarschab onder de loeb [NL, interview],
, 2 p.




__________

Hans Theys


Het kunstenaarschab onder de loeb
Een ontmoeting met Lieven Segers



Lieven Segers (°1975) staat bij de halfopen deur van de galerie. Buiten hangt zijn arm te roken. Soms buigt hij door de kier naar buiten om het smeulen zuigend aan te wakkeren. Achter hem toont zich de pas vernieuwde galerieruimte, heel wit en heel geschikt om zijn nieuw werk te tonen: woord-tekeningen die hij heeft aangebracht op witgelakte, houten panelen met niet rechthoekige vormen. De woorden of zinnetjes zijn losse gedachten, woordspelletjes of opgevangen gespreksflarden. Mijn lievelingswerk bestaat uit een opwaarts blazende ventilator die in zijn luchtstroom een traag wentelende ballon gevangenhoudt.
Oorspronkelijk was Segers fotograaf. De woorden die we hier aantreffen zijn snapshots, vastgelegde momenten, onbevattelijke bespiegelingen. Ze worden opgetekend in Segers’ herkenbare geschrift, in ongewone ritmes en composities, soms moeilijk leesbaar, zodat je naar de vorm van de woord-tekening gaat kijken in plaats van louter te lezen.
Ik ontmoette Segers voor het eerst in 2003, tijdens een performance-tentoonstelling die hij had opgezet met Vaast Colson (°1978). Hij maakte toen ook deel uit van het wisselende collectief Frigo, dat bijvoorbeeld een vergadering organiseerde in de kiosk van het stadspark, waarbij de kiosk volledig werd ingepakt met huishoudfolie zodat niemand weg kon voor er een beslissing was genomen. Zo heb ik ook Dennis Tyfus voor het eerst ontmoet. In maart 2004 had Frigo ‘Carte blanche’ gekregen van Lokaal 01 (Frederik Vergaert). De tentoonstellingsruimte, die ze grotendeels leeg lieten (er stond alleen een stelling met trap die de toeschouwer naar een mangat voerde dat in het betonnen plafond was gemaakt. Wie tijdens de opening de kans kreeg zich in dit mangat te wurmen, maakte kennis met Lieven Segers en Vaast Colson die voor elke toeschouwer een ander werk maakten), hadden ze ter beschikking gesteld van Tyfus, die daar zat te tekenen toen ik kwam filmen hoe Lieven en Vaast de eigenlijke trap van Lokaal 01 terugplaatsten, omdat ze die tijdens de tentoonstelling hadden verwijderd. Voor mij is Segers zowel denker als dichter, fotograaf, tekenaar, onderzoeker, tentoonstellingsmaker en docent. Ik kom hem graag tegen. Hij woont niet in een leeg universum dat hij meent helemaal alleen te moeten opvullen door zichzelf op te blazen. Hij weet dat er andere mensen bestaan en maakt werk dat hierover bericht. Daarom is het ook logisch dat hij zelf tentoonstellingen organiseert, onder meer met Cakehouse (samen met fotografe Michèle Matyn) of in zijn mini-ruimte Souterrain, waar hij in januari werk toont van Gerard Herman. Ik kan het ook zo zeggen: Segers heeft een generositeit die het aangenaam maakt in zijn omgeving te vertoeven. We drinken samen koffie en suffen een beetje.
Segers: Fred (Bervoets) vertelde mij ooit dat hij de dag na een opening altijd een nieuw werk maakt om niet in een soort van post-expo blues te vervallen. Nu kom ik hier elke zaterdag op bezoek. Ik ontmoet kinderen uit de buurt, kunstliefhebbers, andere kunstenaars, verzamelaars… Fred heeft gelijk, denk ik. Jij hebt ook gelijk, als je zegt dat werk maken, tentoonstellingen organiseren en lesgeven evenwaardige zaken voor mij lijken te zijn. Ik ben daar niet schizofreen in, ik heb het gevoel dat die bezigheden elkaar voeden. Hoe kan je lesgeven als je zelf geen werk maakt? Hoe kan je zelf werk maken zonder andere kunstenaars te ontmoeten? En hoe kom je te weten waar je zelf mee bezig bent als je het niet af en toe probeert te verwoorden? Momenteel ben ik een film aan het maken met Guy Rombouts (°1949). Elke week doen we iets rond één letter. Ofwel hij, ofwel ik. Samen zijn dat 52 letters, net een jaar. Voor de letter ‘A’ vroeg ik hem om iets te maken over het begrip ‘alfabet’. Hij maakte een sculptuur met een buis waarin een verlichte bal rolde. Ja, het wordt geen film voor Canvas (lacht).

- Op de wentelende ballon kan je het woord ‘help’ lezen.

Segers: Het is een vreemd woord. In een stripverhaal werkt het, maar als je iemand in het echte leven ‘help’ hoort roepen, denk je dat het grappig bedoeld is. Het klinkt zo abstract. Ik gebruik dit woord als ik word uitgenodigd om een sculptuur te maken. De eerste keer was tien jaar geleden in Etablissement d’en Face, waar ik een grote, onhandige berg heb gebeeldhouwd met piepschuim dat was overgebleven van de vorige tentoonstelling. Op die berg prijkte een vlaggetje met het woord ‘help’. Ik heb ook eens een met dit woord bedrukt plastic zakje in een oude eik laten vliegen toen ik was uitgenodigd iets met die boom te doen. Misschien werken al die tekstflarden op een soortgelijke manier. Ze hebben iets oneigenlijks, iets vreemds, dat tegelijk iets losmaakt of je niet meer loslaat, zoals flarden van sommige songteksten. In die flarden zoek ik naar dingen die niet te pamflet-achtig zijn, niet te ‘humoristisch’. De titel van de tentoonstelling is ‘Hoera we leven nog - Hoera wel even nog!’ De man die de titel moest afdrukken om op het raam te kleven, had de ‘fout’ verbeterd, zodat de grap verloren ging. Allicht is dit verschuiven van letters minder grappig dan je zou denken. Onlangs nam ik deel aan een publiek gesprek met Idris Sevenans. Anderhalf uur lang probeerden we te schetsen waar we mee bezig zijn. Toen vroeg een Nederlands kunsthistoricus ons wat het kunstenaarschap voor ons betekende. Ik was verbluft. Ik dacht dat we dat net hadden proberen op te roepen. Maar Idris begon rustig uit te leggen dat een kunstenaarschap een rek was waarmee je kunstwerken of werkgerief op een geordende manier kon opslaan, dat het vaak tegen de muur stond en ongeveer dertig centimeter diep was.


Montagne de Miel, 5 december 2018