Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

xpo - 2020 - The Pentagon Pleasure [NL, gallery text],
Tekst , 2 p.

 

THE PENTAGON PLEASURE

Een tentoonstelling met werk van Charles Raes, Dennis Ceylan, Hannelore van Balkom, Philippe Wolthuis en Thaïs Gryson

In de mooie, open tentoonstellingsruimte van De Ontsteking hangen, staan en liggen een twintigtal sculpturen die de voorbije maanden tot stand kwamen onder de handen van vijf kunstenaars die studeren aan de kunsthogeschool Sint-Lucas Gent (LUCA School of Arts).

 

Charles Raes

Raes toont flinterdunne, gipsen afgietsels van gietijzeren paaltjes die we aantreffen op de rand van trottoirs om voetgangers te beletten ongeoorloofde manoeuvers uit te voeren. De autoritaire stevigheid heeft hier plaatsgemaakt voor een sfeer van broosheid, tact en omzichtigheid. Elk gipsen paaltje leidt een precair bestaan, ons uitnodigend naar het licht te kijken en de ruimte te proeven. Een soortgelijke omkering, met een totaal andere bijbetekenis, vinden we in een glijbaantje voor kinderen dat werd afgewerkt als schuurpapier (door het te voorzien van een gelijmde laag aluminiumoxide) en wordt verlicht door een persoonlijke schijnwerper op statief. Het speelse, kindvriendelijke voorwerp wordt vijandig voor de gebruiker. Tegelijk is het zelf beter beschermd.

         In een eenvoudige, mooi afgewerkte sokkel van waterbestendig MDF rust het uit staven bestaande ‘deksel’ van een rioolput, als een steen vervat in               een ring.

         Een lang lint van aan elkaar gekleefde tekeningen op A4tjes, die een streep door de ruimte trekt, wordt traag door een opgehangen                                         papierversnipperaar gehaald en omgetoverd tot een sierlijke stapeling.

         In het werk van Raes voel je de schurende, knellende, snijdende, hakkende, vervormende krachten die gepaard gaan met elke verwoesting en elke               creatie, de energie die gepaard gaat met beeldhouwen, met verandering of groei, ingehouden of ingetoomd, gekanaliseerd, omgezet in verwondering.

 

Dennis Ceylan

Van Ceylan (°1998) zien we sculpturen van gebakken klei, opeengepakte kleihompen die dromen van een edele gestalte en keramische smoelwerken, ontstaan als tweede huid op het eigen gezicht, maar nadien gekrompen tijdens het drogen, zodat ze onbruikbaar worden als masker. Eén sculptuur heeft de vorm aangenomen van een zittende torso, de buik van de figuur draagt sporen van een stevige laars. Aan het andere uiteinde van de tentoonstellingsruimte zien we een pendant van deze sculptuur, gemaakt van mals blijvend polyuretaanschuim, afgegoten in een mal op basis van de oorspronkelijke sculptuur. Een zachte variant, een stootkussen, een aandoenlijke poging tot menswording van een onbezield, maar schijnbaar levend materiaal.

Het werk van Ceylan toont sporen, overblijfselen van handelingen. Zijn werken getuigen van verlangens en dromen, ze vormen een tastbaar bewijs van zijn bestaan. Tegelijk herleiden ze het beeldhouwen tot een soort van oerhandeling: een ineenboksen, stompen, duwen en trekken. Ze ademen vrijheid.

 

Hannelore Van Balkom

Hangend aan een witgelakt houten rekje vinden we, over een knaapje hangend, een latex afgietsel van een gebreide bodywarmer, vroeger gedragen door Van Balkoms oma. De sculptuur doet denken aan een huid. Meer nog dan een achtergelaten kledingstuk roept ze het gevoel op van een afwezig lichaam en een verlangen naar tederheid.

          In de buurt van deze sculptuur vinden we een mooie assemblage van verschillende elementen die samen een figuratieve sculptuur vormen die op                  een houten kruk rust: een epoxy hand, verbonden met een gipsen arm, lijkt in een waterfles te knijpen waardoor er een waterstraal ontsnapt. De fles              en de straal zijn gemaakt van genaaid textiel. De straal neemt een geometrische vorm aan, die de strakke vorm van de kruk herhaalt.

         Elders vinden we drie stofmaskers, die van glas gemaakt zijn. Beschermend en broos tegelijk, de mond zichtbaar, maar ontoegankelijk.

         In het werk van Van Balkom (°1992) ontmoeten we een behoedzaam aftasten van de grenzen van het lichaam, dat benaderd wordt, omschreven,                   maar niet gebruskeerd.

 

Philippe Wolthuis

We zien drie sculpturen die zijn opgebouwd rond schijnbaar identieke, zelf vervaardigde houten schappen. De eerste sculptuur draagt een maquette van een bergachtig landschap, of een sectie daarvan. De bergen werden bekleed met bladgoud en worden virtueel overkoepeld door een omlijsting van verenstaal, die een metend kader suggereert. Het werk doet denken aan vijftiende-eeuwse portretten, waarin het verre landschap, omlijst door een raam, ter meting werd aangeboden aan de onderzoekende geest van de renaissancemens. Deze sculptuur kreeg twee tegenhangers, waar de plaats van de bergen wordt ingenomen door vochtige zandkastelen, die al drogend zullen wegsijpelen door de mazen van de zeef waarop ze rusten. Het zand zal niet opgevangen worden door de onderliggende lade, waarvan de onderste boord ontbreekt, maar uit de wereld wegtuimelen en waaien waar het wil.

Het werk van Wolthuis (°1979) mag hem ontsnappen, het mag kantelen en zich transformeren, het mag nieuw werk voortbrengen, als denktekens voor verleden handelingen en komende dromen.

 

Thaïs Gryson

Ook Gryson toont werken die vertrekken van het oppervlak, de huid, de aaibaarheid van de wereld. Als een archeologische vondst vinden we de asfalten en betonnen replica van een stuk straat. De afwezigheid van een stoeprand doet ons denken aan de straten zonder voet- of fietspad in landen als Roemenië, of aan de betonnen voetpaden in Los Angeles. Ook hier vindt een omkering van waarde plaats, en voelen we een aandacht voor het verwaarloosde, het onooglijke, het onderschatte, het vertrapte.

Een hangend vaandel bestaat uitsluitend uit gelijmde herfstbladeren. Een ander werk toont ons herfstbladeren zoals ze werden aangetroffen op een dak van golfplaten. Sculpturaal in de ruimte geplaatste foto’s roepen het versneden panorama oip van een landschap waarvan elk deel gefotografeerd lijkt op een ander moment van de dag.

Het werk van Gryson zingt de vergankelijkheid in een lied dat duurt.

 

          Hans Theys, Montagne de Miel, 27 januari 2020