Hans Theys est un philosophe du XXe siècle, agissant comme critique d’art et commissaire d'exposition pour apprendre plus sur la pratique artistique. Il a écrit des dizaines de livres sur l'art contemporain et a publié des centaines d’essais, d’interviews et de critiques dans des livres, des catalogues et des magazines. Toutes ses publications sont basées sur des collaborations et des conversations avec les artistes en question.

Cette plateforme a été créée par Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) en collaboration avec l'Académie royale des Beaux-Arts à Anvers (Groupe de Recherche ArchiVolt), M HKA, Anvers et Koen Van der Auwera. Nous remercions vivement Idris Sevenans (HOR) et Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Els Dietvorst - 2019 - Notities van een autodidact [NL, essay],
Texte , 6 p.

 

________________________

Hans Theys

 

 

Notities van een autodidact

Over het levenswerk van Els Dietvorst

 

Droom

Ik ontmoet Els Dietvorst in een droom die erg veel gelijkt op de werkelijkheid, maar dan aangenamer. We lepelen tomatensoep in een ruim behuisd Antwerps restaurant, waar verder geen tafelende mensen aanwezig zijn. We worden bediend door een jong kunstenares die van ons beiden les kreeg. Dietvorst weet nog dat ze Anna heet. Ik herinner mij niets, behalve dat de naam Anna mij altijd ontroert. Geen storende geluiden. De houten tafel voelt echt aan. Ik luister.

Bijna twintig jaar zijn voorbijgegaan sinds onze laatste ontmoeting. Ik was Dietvorsts Antwerps accent vergeten, maar niet haar uitzonderlijke, genereuze aanwezigheid. Iets verbindt ons, maar juist daarom wil het niet benoemd worden. Misschien heeft het iets te maken met Anna, die ons dankbaar helpt, geruisloos bestek aanvoerend en spuitwater en koffie, als een Bijbelse figuur.

Na al die jaren werden we weer samengebracht door Bart De Baere, die mij vroeg of ik in het schijnbaar verstrooide oeuvre van Dietvorst een samenhang zou willen aanwijzen. Een tattoo op Dietvorsts hand stelt een vliegende zwaluw voor. Zwaluwen zijn trekvogels. Dietvorst houdt van vogels. Ze voelt zich aangetrokken tot verdwaalde reizigers, bannelingen, ontheemden, mensen aan de rand, zwarte schapen, vleugellamme gevleugelde vrienden.

Ze vertelt mij dat ze het vreemd vindt werk te verkopen en dat vrijwel al haar werk verloren, weggegeven of vernietigd is. Ze vertelt mij dat ze zelf niet filmt of beeldhouwt, maar zich omringd met mensen die dat samen met en voor haar doen. Wat haar het meest aanspreekt, in al haar avonturen, is het samenwerken. Samen eten en drinken, samen iets moois maken, samen het heden smeden. Wie vandaag echt heeft geleefd, schijnt ze te zeggen, heeft morgen geen voorwerpen nodig om een nostalgisch gemis op te vullen.

Gelukkig blijven er de films. En de toneelstukken. En toch een aantal voorwerpen: tekeningen, beeldhouwwerken, opgezette dieren, gevonden voorwerpen, enkele boekjes. Samen zetten ze een toon, roepen ze een wereldbeeld op, een visie, een stemming, strijdlust, doorzettingsvermogen, eenvoud.

 

Tentoonstellingen

Ik bezoek twee recente solotentoonstellingen van de kunstenaar en voel me verwelkomd, omarmd, tegemoetgetreden. De opstellingen zijn open, genereus, poëtisch, direct, intens, menselijk. Ik word geraakt door de eenvoud van de levensgrote, uit hout gebeitelde voorstelling van een schaap, dat mij door zijn eerste aanblik, bij het binnenkomen, doet denken aan het Lam Gods zoals het werd voorgesteld door de gebroeders Van Eyck. Ik hou van de natuurbeelden. Van de aanwezigheid van de wind. Van de mensen die aanwezig mogen zijn met hun eigen verhaal, hun eigen verwarringen en hun eigen eenvoud.

 

Sociale sculptuur

Ik denk aan zevenduizend eiken en de bijbehorende, slinkende stapel monumentale stenen. Ik denk aan het verbijsterende ogenblik waarop een oudere dame de trap opliep om Joseph Beuys, die zich al een jaar in een slaapkamer verschuilde en zich vermoedelijk wilde ophangen, doorheen de deur te zeggen dat hij een talent had dat hij de wereld niet mocht onthouden. Ik denk aan Beuys’ plotselinge inzicht dat hij geen ‘kunst’ moest maken, maar zich tot de wereld kon verhouden als een kunstenaar. Wie vandaag op Wikipedia wil te weten komen wat Beuys bedoelde met een ‘sociale sculptuur’, zal zien dat hij nog steeds niet begrepen wordt. De intellectuelen van dienst laten de wereld opnieuw uiteenvallen in een politiek, een sociaal, een artistiek en een wetenschappelijk domein, zonder te vatten dat dit karikaturale, discursieve onderscheid weliswaar denken mogelijk maakt, maar niet verwijst naar bestaande scheidslijnen in de werkelijkheid en haar werkzaamheid verliest zodra iemand overgaat tot handelen. Dietvorst heeft dat niet alleen begrepen, haar leven en werk getuigen ervan en geven er gestalte aan.

 

Autodidactenpraat en naïviteit

In 1970 schrijft iemand wiens naam we terecht vergeten zijn dat Gerard Reve, de grootste schrijver die ons taalgebied ooit heeft voortgebracht, ‘geen raad weet met de taal als het om zijn diepste gevoelens en aandoeningen gaat (…) omdat hij door een gebrek aan opleiding het moderne denkeksperiment niet heeft kunnen meemaken en door de eigenzinnigheid van een zich isolerend autodidakt ook niet heeft willen meemaken’. Onvoorstelbaar hoe kwetsend sommige mensen kunnen zijn, ook al zijn ze zelf te achterlijk om uit te vorsen waarom een kilo pluimen zwaarder weegt dan een kilo lood.

‘De waarheid,’ zo klinkt het in Reves zogenaamde “autodidaktenpraat”, ‘is ondraaglijk voor onze ijdelheid, omdat zij de illusie van een objectief & onafhankelijk bestaand Ik bedreigt.’

Het moderne denkexperiment van de westerse, hedendaagse kunst maakt vandaag deel uit van de globale cultuur van de interieurvormgeving. Elk gevoel voor licht, ruimte, verhoudingen, schaal en ware monumentaliteit lijkt ons te hebben verlaten. De hele wereld wordt lelijker en lelijker, aangekleed door neurotische binnenhuisarchitecten die de beklemde, griezelige wereld van de huistiran, met zijn nare, onleefbare regeltjes, als een sok binnenstebuiten hebben getrokken over het openbare leven.

In het moderne denkexperiment van de westerse, hedendaagse kunst zijn alle ego’s opgeblazen. Iedereen weet het beter. Iedereen is naar school geweest. Iedereen maakt deel uit van een internationaal netwerk. Iedereen is doctor. Niemand is nog autodidact.

Van autodidacten is geweten dat ze van dieren houden, van voorwerpen, van boeken, en van mensen. Iets belet hen een heel leven te slijten in een door regeltjes, classificaties en binnenhuisarchitectuur aan het gezicht onttrokken leegte en gevoeloosheid.

 

Vorm

Volgens Bart De Baere creëerde Dietvorst met De Zwaluwen ‘misschien het meest bijzondere sociaal-artistieke project ooit in dit land’. ‘Zelf gebruik ik het woord “sociaal” nooit,’ vertelt Dietvorst mij. Toch heeft De Baere gelijk. Ik herinner mij de voorstelling van De Zwaluwen in CC Strombeek, die mij heeft getroffen door de prachtige “decors”. Dietvorst weet wat Vorm is. Daarom kan ze zich buigen over alles, ook het zogezegd sociale. Alles is doortrokken van een voelend zoeken, van een voelen, van gevoel. En van meer. Want wat is Vorm?

Vorm, levenshouding en stijl worden bepaald door (en zijn bepalend voor) de manier waarop iemand zich tot de wereld wenst te verhouden. Die vorm kan open zijn of gesloten, nauw of breed, empatisch of neurotisch, bewust of onbewust. De meeste mensen dromen zich een onsterfelijkheid. Alles wat ze doen, is erop gericht een latere handeling mogelijk te maken. Ze leven niet vandaag. Het lijkt alsof ze geen lichaam hebben. En toch meer plaats innemen dan nodig. Anderen proberen in het heden te leven en geven gestalte aan een volgehouden aandacht en een oefenende omgang met de dingen. Ze zijn aanwezig op een andere manier, ze laten een ander soort sporen na.

De Christelijke God scheurt zich in de werkelijkheid om ons te tonen hoe we kunnen omgaan met onze sterfelijkheid. Dat is Vorm. In de iconografie wordt Hij voorgesteld als een Lam, als een Duif of als een Gouden Zuil. Dat is ook Vorm.

Maar wat zegt het mij, onze God voorgesteld te zien als een lam of als een duif? Zou er, vanuit Zijn gezichtspunt, veel verschil zijn tussen een mens en een duif?

In Dietvorsts film The Rabbit and the Teasel zorgt de vader, die ook de zoon is, voor een zieke koe. Hij zit naast haar in het stro en streelt haar kop.

 

Dieren en naïviteit

Als ik naar Dietvorsts werk kijk, haar tekeningen, sculpturen, films en installaties, dan voel ik hoe ze naar hout, bomen, dieren, mensen, ruimte en licht lijkt alsof ze dingen echt durft te zien, aan te raken, te ondergaan. En vermoedelijk betekent dit dat ze ook de achterliggende sterfelijkheid onder ogen durft te zien, het broze, het vergankelijke.

Ik begrijp niets van de zogenaamde zondenleer, die mij op vertaalfouten lijkt te berusten. De enige erfzonde bestaat erin een lichaam te hebben. En dat betekent, eigenlijk, dat de mensen die de Oude Vertelsels hebben gesmeed, in deze verhalen naar een verlichting zochten voor hun broosheid en eindigheid of, als ze iets moediger waren, naar een vorm van zingeving ondanks die eindigheid. Geen offerlam zie ik, maar een zacht en weerloos dier, zacht en weerloos als een duif, weerloos en hulpeloos als een mens, als een boompje, als de aarde.

Op een militair terrein, waar blaffende honden in kooien woonden, zag ik twintig jaar geleden de grote lemen schedel van Dietvorst. Ik vond het een prachtige, ontroerende sculptuur, ook al waren het tijden van moderne denkeksperimenten, waarin kunstenaars niet langer geacht werden hun handen vuil te maken. Vandaag mag er weer gebeeldhouwd en geboetseerd worden, en verschijnt Dietvorst als een moedig voorgangster. Ook mogen we ons vandaag weer luidop zorgen maken over de klimaatopwarming en ander sociaal onrecht zonder meteen opgesloten te worden door een binnenhuisarchitect, schoolmeester, curator of politieagent.

In haar prachtboek On Photography merkt Susan Sontag op dat een vernieuwend kunstenaar altijd naïef overkomt op de tijdgenoten, die denken dat ze precies weten wat er behoort te gebeuren. Maar nadien keert het om, en verschijnen de tijdgenoten als naïef, omdat ze de echte mogelijkheden van hun tijd niet hebben opgemerkt.

Na het zien van de schedel, nodigde ik Dietvorst uit deel te nemen aan een groepstentoonstelling, waaraan behalve vrije mensen als Panamarenko, Bernd Lohaus, Luc Deleu en Walter Swennen, ook minimaal werkende kunstenaars als Ann Veronica Janssens en Joëlle Tuerlinckx deelnamen, of vormbewuste, politiek betrokken kunstenaars als Ronald Ophuis. (Liever ben ik naïef, dan te moeten leven als een vertrapt wezen.)

Dietvorst vertelt mij dat het steunpunt van de schedel onderdeel was van een boom die ze heeft gekend. En ze vertelt dat de tanden nog bestaan als solitaire sculpturen. Toen een vriendin van haar, die zo’n tand bezit, onlangs vernam dat die genoeg kon opbrengen om het gebit van haar zoon te laten verzorgen, stelde Dietvorst haar voor de sculptuur in het M HKA te komen verkopen. Ziehier het ware Vormdenken, de Gedaanteverwisselingen van Ovidius waardig, vertrekkend van de broosheid van alle dingen, die ook beweging mogelijk maakt en verandering, leven dus, en zelfs dingen die anderen later kunst gaan noemen.

Na een eerste lezing van deze notities, vroeg Dietvorst mij of ik iets meer kon schrijven over ‘transformaties, de gedichten van Rimbaud in gedachten’. Het verband met Rimbaud zie ik niet. Maar de Gedaanteverwisselingen van Ovidius kreeg ik ten geschenke van Berlinde De Bruyckere, waardoor ik heb beseft dat het werk van deze beeldhouwster – als werkzaam toneel van een onafgebroken reeks transformaties – op een onherleidbare, aanvankelijk onbewuste manier uitdrukking geeft aan een fundamentele, authentiek-religieuze verbondenheid met alle dingen, waarin liefde en dood zich met elkaar verzoenen, niet in een masochistische, levensvijandige verheerlijking van het lijden, maar in een triomfantelijk ontstaan van nieuwe beelden die een moedige omgang met de pijn mogelijk maken. Wat mensen het ‘sociale’ noemen, doet mij denken aan een uitgediende, ontvleesde en van elke geestelijkheid beroofde versie van deze diepe verbondenheid.

 

Einde van de droom

De droom eindigt in stilte. Een volle, aangename stilte. We zwijgen en kijken naar elkaar. Alles is gezegd. We kunnen weer aan het werk. Anna glimlacht. Buiten breekt een wolk open en gutst het licht neer op een parasolvormige eik. We staan op en gaan.

 

 

Montagne de Miel, 3 november 2019

 

Kris Vanhemelrijck opgedragen