Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Freya Maes - 2005 Made in China [NL, essay],
Tekst , 2 p.

 

 

______________________

Hans Theys




Made in China

Een film van Freya Maes



De film ‘Made in China’ (10’30”) van Freya Maes is een prachtige, onverwachte collage, een tedere detailopname die zowel vervreemdend werkt als vertrouwd overkomt.

De film snijdt tal van onderwerpen en thema’s aan op een vrije, beeldende manier.

 Het openingsbeeld toont ons een soort van straatcircus, waarbij een zittend meisje zich dubbelvouwend in een smalle buis laat ploffen. Alleen haar voeten steken nog boven de rand van de buis uit. De camera zoemt tastend en onzeker in. Op de klankband van de video horen we hoe kreten van een onzichtbare foorkramer ruw afgewisseld worden met opwaaiende muziek. Dan dwaalt de camera enigszins af naar een oude man die naast de buis gehurkt zit. In zijn rechterhand ligt een hoopje wit poeder dat hij naar zijn neus brengt. Zijn ogen draaien weg.

Het tafereel speelt zich af in het hedendaagse China. De uit de buis stekende voetjes en witte schoentjes van het meisje en haar opgeplooide, benarde toestand roepen het lot van honderden miljoenen onderdrukte of mishandelde vrouwen op. Ze doen denken aan de ingebonden voeten in het China van weleer. Aan giraffennekken, genitale verminkingen en de vigerende fitness- en slankheidscultuur in het westen.

Het eerste tafereel wordt gevolgd door een snelle montage van beelden die voornamelijk werden gemaakt in een schoenenwinkel. We zien de voeten, tenen, enkels, handen, zakdoekjes, nagellak, sokken, kousen, schoenen, sloffen en sandalen van dames die nieuwe schoenen uitproberen. We zien vreemde danspasjes van mensen met twee of drie voeten die verschillende schoenen dragen. Iemand danst op één voet terwijl ze de andere voet in een schoen probeert te manoeuvreren. Intussen horen we een Chinese schlager die op de beelden werd gemonteerd en ze voorziet van een hilarische pathos. Dan zien we hoe met een touwtje samengebonden stapels schoenendozen naar binnen worden geworpen en hoe de winkelbedienden rondsnellen om zoveel mogelijk klanten op zo weinig mogelijk tijd te bedienen. Dan zien we hoe bepaalde dames buiten, als het regent, hun voeten in plastic zakken wikkelen om de dure en delicate schoenen te beschermen. Ten slotte zien we de voeten van een vrouwelijke buschauffeur, die zwarte schoenen naaldhakken en gesp draagt.

De film bestaat uit een grappige, sensuele, bijna rituele, geile, politiek geladen opeenstapeling van danspasjes en andere natuurlijke choreografieën. Hij laat zich lezen als een relaas van formele tuimelingen: lichaamsdelen, bewegingen, en materiaalsoorten en kleuren van kledingstukken en interieurvormgeving, vormen composities met felle, onverwachte contrasten en ritmes. Daarnaast is de film echter ook een document over een aspect van het hedendaagse China en de invloed van de hedendaagse, westerse cultuur.

Je voelt in de film een koorts, een koopdrang, die ook in het westen mannen en vrouwen heeft aangetast en kwetsbaar gemaakt. De mensen tonen wie ze zijn door te tonen wat ze begeren of wat ze willen bezitten. Het mooie aan deze film is echter dat we begrip kunnen opbrengen voor verlangens die worden opgeroepen door schoenen. Schoenen en hoeden, als schijnbaar afneembare extreme lichaamsdelen, roepen beelden op van oude, verborgen angsten en daaruit voortvloeiende, erotische scenario’s. In deze film voelen we het contrast tussen het eenvoudige, functionele schoeisel dat tot voor kort gangbaar moet zijn geweest in China én de schijnbaar meer verfijnde, elegante schoenen uit het westen. Zo getuigt deze film op een grappige, maar ook intense manier over de recente economische opleving van China én de daarmee gepaard gaande openstelling voor producten uit het westen. Tegelijk is de film echter niet meer dan een uitvergroting van de koopkoorts met betrekking tot schoenen die eigen lijkt te zijn aan ongeveer alle vrouwen die ik ken. Imelda Markos als grote roergangster!

Terwijl je dit alles ziet, besef je ook dat de gefilmde vrouwen vertrouwen stellen in de fotografe. (Je merkt dit ook in de prachtige vrouwenportretten die ze in China maakte en onlangs tentoonstelde in het Herman Teirlinckmuseum en in de vrouwenportretten die ze vorig jaar publiceerde in het prachtboek ‘Het rijk der vrouw’.) Ze komt zo dichtbij met de camera, dat alles wat ze doet waarachtig wordt. Nergens is de film voyeuristisch. Nergens voel je hoe de fotografe een afstand schept tussen zichzelf en de gefilmde vrouwen. En zo wordt de film een teder zelfportret. Een kunstwerk waar de toeschouwer zich mee kan verzoenen, omdat hij of zij zichzelf erin herkent en accepteert.

 Het vreemde is immers dat die nieuwe schoenen met naaldhakken waarschijnlijk veel minder goed zitten dan de schoenen, sandalen en sloffen met platte zolen die de Chinese dames de voorbije decennia hebben gedragen, alsof deze vrouwen op een geheime manier terugverlangen naar de ingesnoerde voeten uit het verleden. Toegegeven, hun kuiten en silhouet zullen er schijnbaar door ‘verbeteren’, maar voor wiens ogen? Op die manier wordt de film ook een bespiegeling over de manier waarop mensen zichzelf zien door de ogen van anderen, een beetje zoals een kunstenaar zichtbaar wordt voor de wereld en voor zichzelf door artefacten te maken.




Montagne de Miel, 8 november 2005