Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Rinus Van de Velde - 2009 - Van de nacht gesproken [NL, interview],
, 4 p.

 

__________

Hans Theys

 

 

Van de nacht gesproken en de tekenkunst

Over een tentoonstelling van Rinus Van de Velde

 

De tekeningen van Rinus Vandevelde (°1983) deden aanvankelijk denken aan het oudere werk van Benoit, waarin op een milde manier gekeken werd naar bepaalde geplogenheden in de kunstwereld, of Glen Baxter, waarin de wereld van een jongensboek iets ‘uncanny’ krijgt. Vaak komen beide invalshoeken samen, zoals in de tekening “I will trace all shadows to keep those most beautiful moments alive”, waarin we zowel een mobiel van Calder herkennen als de spookachtig rondkruipende schaduwen die de mobiel op de muur tekent. Ook de tekeningen van Vandevelde kruipen over de muur als vreemde schaduwen. Een andere tekening heet: “I like Sundays when everything appears to be soft and structured”. In deze tekening herkennen we van benedenuit getekende vormen die aan stoelen doen denken zoals ze worden waargenomen door een kruipende baby, maar door het zwevende hangar-dak monumentale proporties krijgen. Een architecturale of sculpturale benadering (het plezier van de schaalverschuiving en de ervaring dat een ding zowel klein als groot kan zijn naargelang van je standpunt) wordt vereenzelvigd met het standpunt van een kind dat zich verveelt op zondag. Niet omdat Van de Velde geïnteresseerd is in jeugdherinneringen (hij baseert zijn tekeningen op gevonden foto’s), maar omdat hij zo een goede tekening kan maken. Aanvankelijk troffen we in de tekeningen vooral de avonturen en observaties aan van een fictief beeldhouwer (Van de Velde is opgeleid als beeldhouwer), maar vandaag is die narratieve structuur verdwenen. Want zoals sommige tekeningen het opbollende, in gaten verdwijnende, doorgesneden of kantelende, altijd wisselende wezen van de beeldhouwkunst en de architectuur lijken bloot te leggen, lijken ze door hun zwart-wit structuur de verdeling van de wereld in nachtelijke en zonnige partijen op te roepen. Wat was er eerst? Het besef van het nachtelijke of de wens zwart-wit tekeningen te maken? Waarom spaart Goya in de “Oorlogsgruwelen” het silhouet van een vrouw uit in de zwarte textuur van de afbeelding van een man die haar van achteren omarmt? Waarom spaart hij een soldaat uit in de krasjes die een boomstam of struik oproepen?

 

Over zwarte koffie en de nacht

Zoals u weet ben ik een onvermoeibaar stalker van de kunstenaar Raoul De Keyser. Toen ik vanmorgen, op weg naar Waregem, voorbij zijn geheime woonplaats reed, ging ik natuurlijk aanbellen. De aristocratische bard deed zelf open en bood mij een kop koffie aan. Tijdens het brouwen wandelde hij heen en weer door het huis en bracht hij mij een boek dat hij niet begreep, zei hij, en daarom altijd herlas. Nippend aan een grote kop gitzwarte, modderdikke, lekkere koffie, las ik een beklijvende passage van Patricia De Martelaere waarin ze vertelt waarom de Vreselijke Zandman door de grote neuroticus Freud vereenzelvigd wordt met de Vader die zijn kroost in slaap wiegt om ongeremd zijn gang te kunnen gaan met zijn echtgenote (hun Moeder), maar lees ik ook stuntelige pogingen tot verklaringen voor het bedreigende karakter van de nacht. Wat is er zo bedreigend aan de nacht? Misschien wel het besef dat de nacht de permanente staat van de dingen is, terwijl dag tijdelijk is en daarom illusoir. Dankzij het daglicht zijn er kortstondige structuurtjes ontstaan, zoals het leven op aarde, die de entropie op een wanhopig hoopvolle manier tegenspreken, maar al wie op een enigszins verstoorde, twijfelende, aarzelende; al te aandachtige manier naar de dingen kijkt, wordt overweldigd door de broze natuur van de slechts schijnbare stabiele en schijnbaar objectieve beelden die ons brein ophangt aan de vlietende indrukken die ons bestormen.

 

Tekenen

Tekenaars berichten over hun waarneming, maar ze scheppen ook nieuwe artefacten die waargenomen kunnen worden. Wie tekent, creëert een nieuwe textuur waarover de toeschouwer beelden drapeert. Het werktuig van de tekenaar is het contrast, dat een herhaling vormt van de in contrasten uiteenvallende manier waarop de wereld zich aan ons toont of wij haar menen objectief waar te nemen. Dag en nacht, zwart en wit, alle mogelijke grijswaarden, ritmes, rasters, structuren en texturen, kleur of geen kleur, opake of transparante vlakken, opbollende of wijkende partijen.

 

Krijthoek

Dan toont De Keyser mij zijn atelier. ‘Ik heb alles opgeruimd, er hangt maar één oud werk,’ zegt hij, ‘maar misschien heb je zin om toch rond te kijken.’ Aan de muur hangt de golvende, plastic lat die hij in verschillende schilderijen het aanzien van een embryo heeft gegeven en ‘Foundling’ heeft genoemd, en een meter verder: ‘Krijthoek’ uit 1977. Op een relatief neutrale, schijnbaar grijze achtergrond werden krijtstrepen aangebracht die samen een driehoek met één gebogen zijde vormen (de geïsoleerde hoek van een voetbalveld). De krijtstrepen lijken ooit vloeibaar geweest te zijn, alsof het krijt werd vermengd met transparante acryl. Heel dun waaieren de waterige randen van de strepen uit, heel zacht werd het doek beroerd. We mogen ermee lachen, bijvoorbeeld omdat we denken we aan Bruce Nauman die een hoek bouwde in een woestijn, maar we mogen ook zien hoe onze dromen geboren worden uit het duister, uit overbelichte plekken, uit mist en uit alle ogenblikken die een onbewaakte ontsporing van onze blik en onze verbeelding in zich dragen.

 

Jongens en wetenschap

Rinus Van de Velde: De tekeningen zijn gebaseerd op beelden uit mijn archief. Ze vertellen het verhaal van een wetenschapper of een kunstenaar die door een onbekende natuur loopt en probeert er structuren op te plakken. Door de holle muur kwam ik op het idee de tekeningen naast elkaar op te hangen zodat ze een panoramische indruk maken. Daarom zijn de tekeningen ook groter.

- Zoals bij Elly Strik.

Van de Velde: Ja.

- Haar tekeningen zijn nog groter. Ze zijn 3 meter hoog.

Van de Velde: Dat wist ik niet. Ik ken ze alleen maar van het boekje dat jij hebt gemaakt. Ik zou ze wel graag in het echt zien. Binnenkort toont ze werk in Antwerpen…

- Je vertelde dat je een soort van panorama wilde maken.

Van de Velde:  Ik heb eerst een photoshop-montage gemaakt met kleinere tekeningen, maar dat werkte niet. Het werkt ook niet als ik de tekeningen inlijst. Dan ga je ze afzonderlijk lezen, terwijl ze juist een ruimer narratief verband moeten oproepen, zoals ze ook met elkaar spreken in mijn archief. Daarom hangen de tekeningen gewoon op aan schroeven. Dicht bij elkaar. Ze zijn ook groter geworden, omdat het pas interessant wordt als je ze al van ver kan bekijken en er van dichtbij in lijkt te kunnen verdwijnen.

- De textuur van je tekeningen is vleziger geworden. Ze zien er smeuïger uit, met grotere contrasten en meer grijswaarden.

Van de Velde: Sinds kort gebruik ik een nieuwe techniek. Ik warm gelatine op in water, meng dat met kalk en olie en verstuif daarvan een dunne laag op het papier met een compressor. Zo ontstaat er een dun kalklaagje dat ik opschuur tot het gladder is dan het papier zelf. De poriën van het papier laten je lijn haperen. Door het tekenen op muren wist ik dat je op gips veel mooiere gradaties kan krijgen: op een veel subtielere manier van donker naar licht werken. Ik begon mij ook te storen aan de connotaties van een houtskooltekening. Het stoorde mij dat mijn tekeningen daardoor meteen een plaats krijgen. Nu teken ik met dit. (Hij toont mij een doosje met zwarte zachte pastel van Rembrandt.) Houtskool is niet zwart genoeg. Dit spul pakt beter en het is veel zwarter dan houtskool. Het is superzwart. Met een doezelaar veeg ik het zwart uit en plaats ik kleine vlakjes of streepjes die met elkaar verweven een mooie overgang van donker naar licht creëren en de tekening ritmeren.

- Je wil geen tekeningen tonen, maar een fysieke ervaring oproepen?

Van de Velde: Ja. Ik wil een openheid creëren in het beeld zelf. Ik wil dat het levensgroot wordt, zodat het lijkt alsof je erin kan stappen.

- Misschien laat je ook daarom de lijsten achterwege?

Van de Velde: Dat heeft er ook mee te maken, ja. Een andere reden waarom ik de tekeningen niet inlijst, naast de zojuist al genoemde, is omdat ik snel wil werken. Ik moet snel werken, want mijn beeldarchief blijft groeien. Het inlijsten zou alles teveel vertragen en de afzonderlijke werken te veel isoleren. Door de lijsten begin je alles apart te zien en krijg je de indruk naar een installatie te kijken in plaats van naar een reeks schaduwen die een aura oproepen. Verder heb ik geprobeerd niet alleen beelden met teksten te maken, maar ook detailbeelden. Ik zoom in, waardoor je binnen de reeks verschillende kijkbewegingen krijgt: je blik draait naar binnen, komt weer naar buiten en zoekt dan een overzicht. De algemene indruk is abstracter.

- Je zoekt manieren om je tekeningen te laten ontsnappen aan hun statuut van afbeelding, aan hun herkomst als foto.

Van de Velde: Je moet altijd een oplossing zoeken om van een beeld een tekening te maken, bijvoorbeeld door binnen de tekening een golvende beweging te creëren. Hier ben ik bijvoorbeeld begonnen met het aanbrengen van horizontale streepjes, maar alles kan niet horizontaal blijven. De tekening moet cirkelen. Er moet een golvende, ritmische beweging ontstaan, waardoor dit bijvoorbeeld het middelpunt wordt. (Hij wijst op een witte, uitgespaarde vlek in de tekening.) Het fijne aan deze nieuwe techniek is dat je geen fout mag maken, elke toevoeging is definitief. Soms droom je ervan iets te kunnen wegschrapen, maar dat gaat niet. Misschien is dat het grootste verschil tussen tekeningen en schilderijen. Meestal kan je bij schilderijen lagen blijven toevoegen. Een tekening is eindig. Ze stopt als het beschikbare vlak zwart is. Je kan niet herbeginnen.

- Over tekeningen gesproken. Ik vroeg mij vanochtend heel even af waarom het duister bedreigend overkomt. Als plat, ondoorzichtig vlak kan het ons niet bang maken. Het wordt pas griezelig als het om een wijkende vorm gaat, die ons lijkt te kunnen opslokken. Een schijnbaar betreedbare holte met armpjes die ons kunnen vasthouden.

Van de Velde: Ja, een goede tekening heeft duizenden armpjes die je vasthouden.

 

 

Montagne de Miel, 21 november 2009