Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Grant Watson - 2008 - Santhal family in het M HKA [NL, interview],
, 3 p.

 

 

__________

Hans Theys

 

 

Santhal Family in M HKA

Over een tentoonstelling van Grant Watson

 

 

Enkele jaren geleden werd in het Muhka met vereende krachten geschreven aan een vuistdik beleidsdocument, waarin twee voorname doelstellingen werden geformuleerd: het beleid van dit museum moest internationaal worden en voortaan zou er denkend gehandeld en handelend gedacht worden. Gevraagd naar mijn mening over deze plannen, antwoordde ik dat de wens internationaal te zijn een provinciale wens is (dat elk goed geleverd werk van internationaal niveau is) en dat denkend handelen en handelend denken behoren tot een normaal gedragspatroon. Op thematisch vlak werd in dit beleidsdocument betoogd dat overzichtstentoonstellingen passé zijn. Ik was het daar niet mee eens. Voor sommige oeuvres is een breed opgezette tentoonstelling vrijwel onontbeerlijk (Broodthaers, Tuerlinckx, Honoré ∂’0, Michel François, Damien De Lepeleire), voor andere niet (Panamarenko, Tuymans, Ann Veronica Janssens).

Toen ik werd uitgenodigd een stuk te schrijven over een tentoonstelling over Indiase kunst die in dit museum zou plaatsvinden, dacht ik terug aan deze oude bedenkingen en vroeg ik mij af of deze tentoonstelling voorgesteld zou worden als een representatieve selectie (zoals een beetje het geval was met de China-tentoonstelling) of op een andere manier opgezet zou zijn. Ik geloof immers dat het Muhka niet groot genoeg is om een representatief beeld te geven van de hedendaagse kunst die momenteel wordt gemaakt in het zuiden van Borgerhout, laat staan van heel China of India.

Ik had om elf uur afgesproken met de Engelse curator Grant Watson die sinds juli 2007 in vaste dienst is bij het Muhka en samen met Anshuman Dasgupta en Suman Gopinath vormgeeft aan de nieuwe tentoonstelling “Santhal Family: Positions around an Indian Sculpture”. Toen ik het museum te voet benaderde dacht ik voor de duizendste keer terug aan het enige tentoonstellingsproject dat ik, bij wijze van oefening, voor het Muhka heb kunnen bedenken. Ik draag dit beeld al zolang met mij mee, dat ik het mij levendig kan voorstellen: ik zou het museum, met behulp van een twintigtal brandweerslangen, via het dak helemaal laten vollopen met water, tot op een gegeven moment de ramen onder de druk zouden bezwijken en alle bureaus, stoelen, dossiers, perforators, nietjesmachines, paperclips en curatoren, gehuld in krachtig gutsende watervallen, aan alle kanten naar buiten zouden tuimelen. Hoe groot was mijn verbazing toen ik bij mijn aankomst werd verwelkomd door een vrolijk klaterend neerstorten van meterlange metalen profielen voor gipsen wanden, die met vloeiende regelmaat door een open raam naar beneden werden gegooid, waar ze belandden in een bijna volledig gevulde, reusachtige container!

Eenmaal binnen ontdekte ik dat de hele eerste verdieping eindelijk ontdaan werd van alle binnenmuren. Een vijftiental arbeiders liep af en aan met naar buiten te kieperen profielen. Onder hen herkende ik Paul Hendrikse, een begaafd en onderlegd, uit Nederland afkomstig en in Antwerpen wonend kunstenaar, die ik met bewondering beschouw als een waar diplomaat: een welbespraakt en aandachtig bemiddelaar tussen twee culturen. Laat niemand nog beweren dat het aan het Muhka toevertrouwde geld niet fors doorstroomt naar de kunstenaars.

Eindelijk begint mijn gesprek met Grant Watson. Ik ben blij rechtstreeks in contact te komen met een tastbare vorm van internationalisering en vraag hem naar de opzet van de tentoonstelling. Hij vertelt mij dat het zijn idee was de eerste verdieping op te ruimen en ik druk mijn dankbaarheid uit door zijn ring te kussen. Eindelijk verlost van die benauwende gangen! Dan vertelt hij mij dat hij een ijsbeer is en die ochtend heeft gezwommen in een eco-vijver in Deurne. Mijn humeur wordt steeds beter. Ineens besef ik echter dat als de eerste verdieping wordt klaargemaakt voor zijn tentoonstelling, er vandaag nog niks te zien zal zijn. De moed zinkt mij in de schoenen. Ik heb mij jaren geleden immers voorgenomen nooit iets te schrijven over iets dat ik niet heb gezien. Ik vervloek mijn kerktoren, die belet dat ik, bij het accepteren van de voorstellen van mijn hoofdredacteur, op de hoogte ben van het feit of een tentoonstelling al dan niet volop bezig is. Zodra ik van mijn teleurstelling bekomen ben, vraag ik Watson of hij mij een paar afbeeldingen kan laten zien. We zitten in het cafetaria, omspoeld door het kabaal van de sloopwerken, één verdieping lager. Watson vertrekt naar zijn bureau en komt tien minuten later terug met een grijze fotokopie waarop ik een sculptuur ontwaar, die er op het eerste zicht uitziet als de korrelige gietvormen die je bij bronsgieters ziet.

Watson vertelt mij dat de sculptuur in kwestie (“Santhal Family” van de kunstenaar Ramkinkar Baij) in India beschouwd wordt als de eerste modernistische sculptuur in de openbare ruimte. Ze dateert uit 1938 en stelt een zwervende Santhal-familie voor. De Santhal-stam was traditioneel een bevolkingsgroep die als landloze arbeiders in de landbouw werkte. In die zin doet de sculptuur denken aan schilderijen en sculpturen van Permeke of sculpturen van Constantin Meunier. Het beeld van het rondtrekkende kerngezin doet mij ook denken aan onze eigen Heilige familie en aan de Westvlaamse seizoenarbeiders die ik ken uit het toneelstuk “Suiker” van Hugo Claus. De textuur van de sculptuur, die zoals gezegd aan gietvormen doet denken (zoals de sculpturen van Giacometti voortgekomen lijken te zijn uit de prachtige metalen armaturen van kleien beelden), is het gevolg van de gebruikte techniek: de beeldhouwer zou het werk gecreëerd hebben door met beton te gooien.

Deze sculptuur vormt de kern van de tentoonstelling, die we ons kunnen voorstellen als een klein reeks concentrische cirkels. In de eerste kring rond het centrale werk vinden we werk van een aantal hedendaagse Indiase kunstenaars die de opdracht kregen een antwoord op de sculptuur te formuleren (in totaal werden er 14 opdrachten gegeven!). In een tweede kring vinden we enkele Europese kunstenaars die werden uitgenodigd. Daarnaast komen er bijdragen van een theatergroep die ontstond in de jaren veertig en een groep kunstenaars uit de jaren tachtig, die samen voor een soort van archief zorgen. De eerste door een groot aantal documenten te tonen, die in samenwerking met een vormgever verwerkt werden tot posters, de tweede door een aantal werken uit de jaren tachtig in het Muhka te reconstrueren. Watson noemt dit een telescopische benadering van de geschiedenis. Hij probeert geen overzicht van de Indiase kunst samen te stellen, maar wel een soort van tijdreis te ondernemen rond een bepaald thema. In dit geval is dat het bestaan van een transnationaal modernisme en verschillend interpretaties van geëngageerde kunst in het algemeen en sociaal realisme in het bijzonder.

Ik vind het jammer dat ik niet meer beelden te zien krijg, maar de voornaamste reden hiervoor is dat de meeste werken nog gemaakt moeten worden. Ik bewonder het lef van Grant Watson. Veel hangt natuurlijk af van de manier waarop de tentoonstelling vorm zal krijgen. Watson leidt mij rond tussen het puin op de eerste verdieping en toont mij waar twee bioscooptenten zullen komen, waar de affiches opgehangen zullen worden, enzovoort. Ik stel hem voor aan Paul Hendrikse. Dan nemen we afscheid. Ik ben blij deze man te hebben ontmoet. Ik wens zijn project het allerbeste toe.

 

 

Montagne de Miel, 11 januari 2008